Bestuursrecht H9 Bestuur in actie: privaatrechtelijke instrumenten
9.1 Legitimatie van privaatrechtelijk optreden
9.1.1 Het handelen van de rechtspersoon
Openbare lichamen kunnen op grond van rechtspersoonlijkheid privaatrechtelijke
rechtshandelingen verrichten. Orgaan treedt dan op namens rechtspersoon (bijv
burgemeester treedt op als gemeente). Bij bestuursrechtelijk handelen treedt bestuursorgaan
niet namens rechtspersoon op, maar zelfstandig op grond van eigen bevoegdheid. Bij
vergunning verlenen is bevoegde bestuursorgaan dus partij en niet rechtspersoon.
9.1.2 Beperkingen aan het gebruik van het privaatrecht
Algemene rechtsleer: privaatrecht was algemene recht en bestuursrecht was bijzonder
omdat het speciaal was opgericht voor taken van de overheid.
Gemengde rechtsleer: privaatrecht en publiekrecht zijn gelijkwaardige rechtsgebieden die
elkaar (kunnen) aanvullen.
In arrest Eindhoven/Staals werd gemengde rechtsleer aangevuld met tweewegenleer: het
openbaar bestuur heeft voor uitoefening van zijn bestuurlijke taken de keuze tussen
publiekrecht en privaatrecht, tenzij wet publiekrechtelijke weg voorschrijft.
Kritiek: overheid kon bestuursrechtelijke rechtsbescherming ontduiken door te kiezen voor
privaatrecht burgers slachtoffer. Gevolgen:
1. Burger zwakke partij
2. Eventuele andere belanghebbenden buiten spel als ze niet worden betrokken in
privaatrechtelijke rechtsbetrekking
In IKON-arrest kritiek tegemoet gekomen met bepaling dat overheidslichaam ook bij
privaatrechtelijk uitoefenen moet voldoen aan abbb’s.
Belangrijke waarborgen bestuursrecht:
1. Inspraak
2. Hoorplicht
3. Kosteloze bezwaarprocedure
4. Instellen beroep zonder verplichte procesvertegenwoordiging
In Windmill-arrest is tweewegenleer aangevuld met doorkruisingsverbod (ook wel Windmill
doctrine): als met de publiekrechtelijke weg een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt,
maar deze weg niet is voorgeschreven en de privaatrechtelijke weg niet is uitgesloten, moet
worden gekeken of gebruik van privaatrecht niet waarborgen van publiekrecht doorkruist.
Doorkruist het niet? je mag kiezen voor privaatrechtelijke weg.
Bij kijken of er sprake is van onaanvaardbare doorkruising van publiekrechtelijke regeling
moet worden gekeken naar:
1. Inhoud en strekking van de regeling
2. Manier waarop en mate waarin belang van burgers zijn beschermd
3. Maatschappelijke gevolgen van doorkruising
Rekening houden met (on)geschreven publiekrechtelijke regels. Soms is ontbreken van
publiekrechtelijke regeling genoeg om ook privaatrechtelijke weg af te sluiten.
Schakelbepalingen: bepalingen waarbij wetgever 1 of meer regels voor bepaald soort
gevallen van toepassing verklaart in andere gevallen. Wordt gekeken naar abbb en
publiekrechtelijke regels. 4 manieren waarop openbaar bestuur met privaatrechtelijke
middelen bestuurlijke doelen kan bereiken:
1. Privaatrechtelijke organisatievormen
2. Gebruik van eigendomsrechten
3. Overeenkomsten met een doel
4. Privaatrecht als handhavingsinstrument
9.1 Legitimatie van privaatrechtelijk optreden
9.1.1 Het handelen van de rechtspersoon
Openbare lichamen kunnen op grond van rechtspersoonlijkheid privaatrechtelijke
rechtshandelingen verrichten. Orgaan treedt dan op namens rechtspersoon (bijv
burgemeester treedt op als gemeente). Bij bestuursrechtelijk handelen treedt bestuursorgaan
niet namens rechtspersoon op, maar zelfstandig op grond van eigen bevoegdheid. Bij
vergunning verlenen is bevoegde bestuursorgaan dus partij en niet rechtspersoon.
9.1.2 Beperkingen aan het gebruik van het privaatrecht
Algemene rechtsleer: privaatrecht was algemene recht en bestuursrecht was bijzonder
omdat het speciaal was opgericht voor taken van de overheid.
Gemengde rechtsleer: privaatrecht en publiekrecht zijn gelijkwaardige rechtsgebieden die
elkaar (kunnen) aanvullen.
In arrest Eindhoven/Staals werd gemengde rechtsleer aangevuld met tweewegenleer: het
openbaar bestuur heeft voor uitoefening van zijn bestuurlijke taken de keuze tussen
publiekrecht en privaatrecht, tenzij wet publiekrechtelijke weg voorschrijft.
Kritiek: overheid kon bestuursrechtelijke rechtsbescherming ontduiken door te kiezen voor
privaatrecht burgers slachtoffer. Gevolgen:
1. Burger zwakke partij
2. Eventuele andere belanghebbenden buiten spel als ze niet worden betrokken in
privaatrechtelijke rechtsbetrekking
In IKON-arrest kritiek tegemoet gekomen met bepaling dat overheidslichaam ook bij
privaatrechtelijk uitoefenen moet voldoen aan abbb’s.
Belangrijke waarborgen bestuursrecht:
1. Inspraak
2. Hoorplicht
3. Kosteloze bezwaarprocedure
4. Instellen beroep zonder verplichte procesvertegenwoordiging
In Windmill-arrest is tweewegenleer aangevuld met doorkruisingsverbod (ook wel Windmill
doctrine): als met de publiekrechtelijke weg een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt,
maar deze weg niet is voorgeschreven en de privaatrechtelijke weg niet is uitgesloten, moet
worden gekeken of gebruik van privaatrecht niet waarborgen van publiekrecht doorkruist.
Doorkruist het niet? je mag kiezen voor privaatrechtelijke weg.
Bij kijken of er sprake is van onaanvaardbare doorkruising van publiekrechtelijke regeling
moet worden gekeken naar:
1. Inhoud en strekking van de regeling
2. Manier waarop en mate waarin belang van burgers zijn beschermd
3. Maatschappelijke gevolgen van doorkruising
Rekening houden met (on)geschreven publiekrechtelijke regels. Soms is ontbreken van
publiekrechtelijke regeling genoeg om ook privaatrechtelijke weg af te sluiten.
Schakelbepalingen: bepalingen waarbij wetgever 1 of meer regels voor bepaald soort
gevallen van toepassing verklaart in andere gevallen. Wordt gekeken naar abbb en
publiekrechtelijke regels. 4 manieren waarop openbaar bestuur met privaatrechtelijke
middelen bestuurlijke doelen kan bereiken:
1. Privaatrechtelijke organisatievormen
2. Gebruik van eigendomsrechten
3. Overeenkomsten met een doel
4. Privaatrecht als handhavingsinstrument