Hoorcollege 1
Cognitie is de geest (mind). Mind: creates and controls mental functions such as perception,
attention, memory, emotions, language, deciding, thinking and reasoning.
Neuropsychologie gaat over cognitieve problemen die ontstaan door hersenletsel.
Geschiedenis cognitieve psychologie:
Donders (1868) onderzocht hoe lang het nemen van een beslissing duurt. (reactietijd)
1. stimulus detectie (visuele input bijv)
2. stimulus discriminatie
3. kiezen (beslissen)
4. uitvoeren actie
Hij onderzocht dit met:
- Simpele reactietijdtaken: zo snel mogelijk op knop drukken als licht aan gaat
→ stimulus detectie + motor respons
- Keuze Reactietijdtaken: druk links als linker lamp aangaat en rechts als rechterlamp
aan gaat
→ stimulus detectie + stimulus discriminatie + kiezen + motor respons
- Go/no go reactietijdtaak: zo snel mogelijk drukken bij rechterlamp maar niks doen
bij linkerlamp.
→ stimulus detectie + stimulus discriminatie + motor respons (je hoeft niet te kiezen
welke arm je gebruikt)
Tijd stimulus-discriminatie = Rt (Go/no go) - RT (Simpel)
Beslissing tijd = RT (keuze) -
Weber: een waarneembaar verschil, bv tussen twee grottes, is relatief en niet absoluut.
Zintuigen registreren relatieve verschillen.
Wet van Weber: waarneembaar verschil is constant = ΔI / I
Stream of consciousness: de inhoud van ons bewustzijn is een parade van sensaties,
gevoelens, gedachten, beelden etc.
Behaviorisme schopte de geest uit de wetenschap en werd verboden
- Mind is niet observeerbaar
- Ze keken alleen naar gedrag
- Introspectie (in hoofd kijken) is niet wetenschappelijk.
- Gedrag bestaat uit aangeleerde stimulus-respons relaties
MAAR behaviorisme had vaak geen antwoord op menselijke fouten.
Neisser: Informatieverwerking hersenen: input → verwerking → output
Hoorcollege 2
Sensatie: de vroege stadia van verwerking van stimuli. Bv zoet, zuur, hard.
Waarnemen: betekenisvol, georganiseerd. De informatie uit de zintuigen een
betekenis geven. Bv de koffie is heet.
,5 zintuigen: zien, horen, proeven, ruiken, voelen, evenwicht. Onze zintuigen hebben
verschillen en overeenkomsten in zowel receptoren als in coderen.
Stappen tot waarnemen
● Sensaties zijn niet
altijd hetzelfde. Er is een
groot verschil in hoe de
omgeving in elkaar zit.
Sensorische systemen
passen zich aan de
omgeving aan: adaptatie.
Bv stoppen met bewegen.
● Onze hersenen zijn
met name geïnteresseerd
in verandering.
Chemische sensoren
● Smaak – evolutionair perspectief
o Functie: is … goed of slecht voor mij?
o 5 klassen: zoet, zout, zuur, bitter, umami (hartig).
o Smaaksensoren zitten vooral op onze tong (papillen). Gevoeligheid is
genetisch bepaald.
▪ Supertaster: mensen met veel papillen op de voorkant van de
tong.
▪ Nontaster: mensen met weinig papillen op de voorkant van de
tong.
o De receptoren zijn vergelijk verdeeld over de tong, maar de plaats
aspecten (van de smakenklassen) worden door het brein gemaakt.
Bepaalde neuronen reageren heftiger op een bepaalde smaak.
o De smaakpapillen sturen signalen door naar het limbisch systeem.
● Reuk
o We onderscheiden 10.000 verschillende geuren.
o Heel veel verschillende typen olfactorische sensorische neuronen.
o De signalen gaan van de cribiforme plaat naar de hersenen
(olfactorische bulb). Ze komen aan in olfactorische sensorische
neuronen en die worden doorgestuurd naar een glomerulus die de
informatie verder stuurt naar andere delen van de hersenen:
▪ Limbisch systeem – emotie/motivatie.
▪ Orbitofrontale cortex – onderscheiden van geur
Geur en smaak gaan niet eerst via de thalamus, maar direct naar het limbisch
systeem.
In het herkennen van geuren zijn vrouwen voor het grote deel beter.
- Veel mannetjes zijn beter in het herkennen van ammonia (in urine).
Speculatie: zou kunnen komen door het ruiken en vaststellen van een
eventueel territorium.
, Er is een bijdrage van reuk aan smaak. Informatie komt binnen via de neus en ook
een beetje via de mond.
Feromonen (voor geur en communicatie) worden bij dieren voornamelijk
gedetecteerd met het vomeronasaal orgaan. Bij mensen is het rudimentair
aanwezig, maar de rol is nog niet aangetoond.
Tast en lichaamssensoren
We hebben heel veel verschillende
tastsensoren
● Twee paden hoe informatie van het
lichaam naar het brein gaat
o Anterieur column systeem:
voor pijn, temperatuur en
tast. Deze weg kruist al
meteen in het ruggenmerg.
o Dorsaal column mediaal
lemniscaal systeem: voor
tast, vibratie en arm
propioreceptor.
● Door mechanoreceptoren ontstaat er druk en wordt tast gedetecteerd.
● Verschillende receptoren reageren anders. De ene receptor adapteert sneller
en de ander langzamer. Op deze manier kunnen we beter de signalen
onderscheiden.
Labled lines zijn in bijna ieder zintuigsysteem aanwezig: geur, smaak, horen, zien.
Sensorische informatie van verschillende zintuigen worden door verschillende paden
naar het brein geleid. In de hersenen kan dit worden ‘uitgelezen’ en samengevoegd.
elke "lijn" of zenuwbaan wordt geassocieerd met een specifieke soort informatie
(bijvoorbeeld druk, temperatuur, pijn, of een bepaalde geur).
Twee-puntsdrempel: twee punten dicht op elkaar voelt alsof er op 1 punt wordt
gedrukt. De afstand tussen deze punten is op verschillende delen van het lichaam
anders. Het receptieve veld van een sensorisch neuron is dat deel van het
lichaamsoppervlak waar een stimulus het vuren van het neuron induceert. Bij een
klein veld zijn de verschillende aanrakingen beter te onderscheiden. Relatief is
het deel in de cortex ook groter voor dit deel.
Tastcellen hebben vaak center surround
organisatie in het centrale deel. Dit zorgt
voor stimulatie voor activatie van de cel. In
het gebied eromheen zorgt het juist voor
verlaging van de activiteit. Dit is een
mechanisme om het contrast tussen druk op
de huid (waarneming) te verduidelijken.
Cognitie is de geest (mind). Mind: creates and controls mental functions such as perception,
attention, memory, emotions, language, deciding, thinking and reasoning.
Neuropsychologie gaat over cognitieve problemen die ontstaan door hersenletsel.
Geschiedenis cognitieve psychologie:
Donders (1868) onderzocht hoe lang het nemen van een beslissing duurt. (reactietijd)
1. stimulus detectie (visuele input bijv)
2. stimulus discriminatie
3. kiezen (beslissen)
4. uitvoeren actie
Hij onderzocht dit met:
- Simpele reactietijdtaken: zo snel mogelijk op knop drukken als licht aan gaat
→ stimulus detectie + motor respons
- Keuze Reactietijdtaken: druk links als linker lamp aangaat en rechts als rechterlamp
aan gaat
→ stimulus detectie + stimulus discriminatie + kiezen + motor respons
- Go/no go reactietijdtaak: zo snel mogelijk drukken bij rechterlamp maar niks doen
bij linkerlamp.
→ stimulus detectie + stimulus discriminatie + motor respons (je hoeft niet te kiezen
welke arm je gebruikt)
Tijd stimulus-discriminatie = Rt (Go/no go) - RT (Simpel)
Beslissing tijd = RT (keuze) -
Weber: een waarneembaar verschil, bv tussen twee grottes, is relatief en niet absoluut.
Zintuigen registreren relatieve verschillen.
Wet van Weber: waarneembaar verschil is constant = ΔI / I
Stream of consciousness: de inhoud van ons bewustzijn is een parade van sensaties,
gevoelens, gedachten, beelden etc.
Behaviorisme schopte de geest uit de wetenschap en werd verboden
- Mind is niet observeerbaar
- Ze keken alleen naar gedrag
- Introspectie (in hoofd kijken) is niet wetenschappelijk.
- Gedrag bestaat uit aangeleerde stimulus-respons relaties
MAAR behaviorisme had vaak geen antwoord op menselijke fouten.
Neisser: Informatieverwerking hersenen: input → verwerking → output
Hoorcollege 2
Sensatie: de vroege stadia van verwerking van stimuli. Bv zoet, zuur, hard.
Waarnemen: betekenisvol, georganiseerd. De informatie uit de zintuigen een
betekenis geven. Bv de koffie is heet.
,5 zintuigen: zien, horen, proeven, ruiken, voelen, evenwicht. Onze zintuigen hebben
verschillen en overeenkomsten in zowel receptoren als in coderen.
Stappen tot waarnemen
● Sensaties zijn niet
altijd hetzelfde. Er is een
groot verschil in hoe de
omgeving in elkaar zit.
Sensorische systemen
passen zich aan de
omgeving aan: adaptatie.
Bv stoppen met bewegen.
● Onze hersenen zijn
met name geïnteresseerd
in verandering.
Chemische sensoren
● Smaak – evolutionair perspectief
o Functie: is … goed of slecht voor mij?
o 5 klassen: zoet, zout, zuur, bitter, umami (hartig).
o Smaaksensoren zitten vooral op onze tong (papillen). Gevoeligheid is
genetisch bepaald.
▪ Supertaster: mensen met veel papillen op de voorkant van de
tong.
▪ Nontaster: mensen met weinig papillen op de voorkant van de
tong.
o De receptoren zijn vergelijk verdeeld over de tong, maar de plaats
aspecten (van de smakenklassen) worden door het brein gemaakt.
Bepaalde neuronen reageren heftiger op een bepaalde smaak.
o De smaakpapillen sturen signalen door naar het limbisch systeem.
● Reuk
o We onderscheiden 10.000 verschillende geuren.
o Heel veel verschillende typen olfactorische sensorische neuronen.
o De signalen gaan van de cribiforme plaat naar de hersenen
(olfactorische bulb). Ze komen aan in olfactorische sensorische
neuronen en die worden doorgestuurd naar een glomerulus die de
informatie verder stuurt naar andere delen van de hersenen:
▪ Limbisch systeem – emotie/motivatie.
▪ Orbitofrontale cortex – onderscheiden van geur
Geur en smaak gaan niet eerst via de thalamus, maar direct naar het limbisch
systeem.
In het herkennen van geuren zijn vrouwen voor het grote deel beter.
- Veel mannetjes zijn beter in het herkennen van ammonia (in urine).
Speculatie: zou kunnen komen door het ruiken en vaststellen van een
eventueel territorium.
, Er is een bijdrage van reuk aan smaak. Informatie komt binnen via de neus en ook
een beetje via de mond.
Feromonen (voor geur en communicatie) worden bij dieren voornamelijk
gedetecteerd met het vomeronasaal orgaan. Bij mensen is het rudimentair
aanwezig, maar de rol is nog niet aangetoond.
Tast en lichaamssensoren
We hebben heel veel verschillende
tastsensoren
● Twee paden hoe informatie van het
lichaam naar het brein gaat
o Anterieur column systeem:
voor pijn, temperatuur en
tast. Deze weg kruist al
meteen in het ruggenmerg.
o Dorsaal column mediaal
lemniscaal systeem: voor
tast, vibratie en arm
propioreceptor.
● Door mechanoreceptoren ontstaat er druk en wordt tast gedetecteerd.
● Verschillende receptoren reageren anders. De ene receptor adapteert sneller
en de ander langzamer. Op deze manier kunnen we beter de signalen
onderscheiden.
Labled lines zijn in bijna ieder zintuigsysteem aanwezig: geur, smaak, horen, zien.
Sensorische informatie van verschillende zintuigen worden door verschillende paden
naar het brein geleid. In de hersenen kan dit worden ‘uitgelezen’ en samengevoegd.
elke "lijn" of zenuwbaan wordt geassocieerd met een specifieke soort informatie
(bijvoorbeeld druk, temperatuur, pijn, of een bepaalde geur).
Twee-puntsdrempel: twee punten dicht op elkaar voelt alsof er op 1 punt wordt
gedrukt. De afstand tussen deze punten is op verschillende delen van het lichaam
anders. Het receptieve veld van een sensorisch neuron is dat deel van het
lichaamsoppervlak waar een stimulus het vuren van het neuron induceert. Bij een
klein veld zijn de verschillende aanrakingen beter te onderscheiden. Relatief is
het deel in de cortex ook groter voor dit deel.
Tastcellen hebben vaak center surround
organisatie in het centrale deel. Dit zorgt
voor stimulatie voor activatie van de cel. In
het gebied eromheen zorgt het juist voor
verlaging van de activiteit. Dit is een
mechanisme om het contrast tussen druk op
de huid (waarneming) te verduidelijken.