H1 Een cultureel perspectief op Kinderontwikkeling
Vroeger: cultuur is slechts een factor van ontwikkeling.
Verschuiving → nu: omgeving/cultuur grote rol
Waarom ontwikkelingspsychologie:
1. Begrijpen: waarom vind ontwikkeling plaats? Waarom voorspelt het een het ander?
Essentieel voor interventies. Een ontwikkelingscascade is een keten van
gebeurtenissen waarbij een vroege ervaring (antecedent) een reeks effecten
veroorzaakt, die uiteindelijk leiden tot een bepaalde uitkomst.
2. Voorspellen / beschrijven: systematisch in kaart brengen van stabiliteit en
verandering over tijd en representatieve samples, normale (typische of normatieve)
ontwikkeling en individuele verschillen.
3. Voorkomen van problemen / optimaliseren: Hoe kunnen we de ontwikkeling van
kinderen en jongeren zo goed mogelijk ondersteunen in algemene populatie
(preventie, stimuleren, positieve ontwikkeling) in specifieke situaties (preventie en
interventie)
In kindertijd vindt de meeste ontwikkeling plaats.
→ Multidimensionaal: verschillende domeinen beïnvloeden elkaar.
→ Multi-directioneel: niet alleen groei (gains), maar ook afname (losses).
→ Plasticiteit: voortdurend aanpassingen en ontwikkelingen.
Psychologische kennis is traditioneel WEIRD (verkregen in landen die Western, Educated,
Industrialized, Rich en Democratic zijn).
Fase Jaar
Prenatale ontwikkeling Alles voor de geboorte:
- lichaam vormt zich
(fysieke ontwikkeling)
Infancy (baby) <12 maanden
- snelle groei en verandering
- fysieke ontwikkeling, met cognitieve
en psychosociale consequenties
Toddlerhood (peuter) 12-30 maanden
- hechting
- wereld wordt groter
- snelle ontwikkeling taal
- zelfbewustzijn en reflectie
Vroege kindertijd 30 maanden tot 6 jaar
- spel
- begrip van talen
Midden/late kindertijd 6 tot begin pubertijd
- formeel leren (school)
- interpersoonlijke vergelijkingen
Adolescentie Puberteit tot 20 jaar
- snelle fysieke & psychologische groei
- puberteit en seksuele maturatie
- ontwikkeling identiteit en wereldbeeld
Vroeg volwassen schap 20-30 jaar
, - zelfstandigheid en onafhankelijkheid
(werk, wonen, gezin)
Volwassen schap (established) 30-45 jaar
- intense periode: werk, relaties, gezin
Middle adulthood 45-65 jaar
- eerste ouderdom verschijnselen
- top productiviteit qua werk
- soms dubbele zorgtaken
Late volwassen schap > 65 jaar
- fysieke beperkingen
- meer afhankelijk
- minder professionele activiteit
Nature: ontwikkeling bepaald door genetische aanleg (nativisme).
Nurture: ontwikkeling bepaald door omgeving (empiricisme)
→ beide factoren dragen bij, waarbij de interactie tussen genen en omgeving bepalend is
voor ontwikkeling. vaak wederzijdse beïnvloeding, DUS niet vs maar ft.
John Locke: menselijke geest is bij de geboorte een onbeschreven blad: tabula rasa.
Geen aangeboren kennis, alles geleerd door omgeving/ervaring. (empirisme)
Hobbes: bij geboorte al predisposities: aangeboren neigingen en eigenschappen.
Natuurtoestand was egoïstisch.
Continue ontwikkeling: geleidelijk, zonder abrupte veranderingen; bijv herkenning van
emotionele uitdrukkingen op andermans gezicht.
- Gesell: ontwikkeling als biologische rijping; evolutionair proces
Discontinue ontwikkeling: opeenvolging van abrupte veranderingen. Afgebakende stadia
die elkaar snel opvolgen; bij zelf herkennen in spiegel.
Meeste ontwikkelingen zijn continue, maar onderbroken door perioden van discontinue.
H2 Theoretical Perspectives in Developmental Psychology
Theorie = vereenvoudigde, plausibele weergave van een ontwikkelingsfenomeen. Er moet
balans zijn tussen eenvoud en precisie.
Waarom hebben we theorie nodig?:
- Sense-making: Het integreren van kennis om tot een samenhangend begrip te
komen van hoe kinderen zich ontwikkelen.
- Meaning-giving: Het sturen van en betekenis geven aan toekomstig onderzoek.
Een theorie helpt hypotheses en vragen te stellen die het meeste betekenis hebben
en tot betekenisvolle kennis leiden.
- Om te zien hoe ethische normen zijn veranderd
Freud: Klinische ziektebeelden begrijpen vanuit interne motivaties (bewust of onbewust)
die daar vorm aan geven. Zijn bijdrage aan ontwikkelingspsychologie:
- Ontwikkelingstheorie van persoonlijkheid:
- id: driften, instincten, overlevingsdrang, primitief, onbewust, streeft naar
onmiddelijke bevrediging van verlangens
Vroeger: cultuur is slechts een factor van ontwikkeling.
Verschuiving → nu: omgeving/cultuur grote rol
Waarom ontwikkelingspsychologie:
1. Begrijpen: waarom vind ontwikkeling plaats? Waarom voorspelt het een het ander?
Essentieel voor interventies. Een ontwikkelingscascade is een keten van
gebeurtenissen waarbij een vroege ervaring (antecedent) een reeks effecten
veroorzaakt, die uiteindelijk leiden tot een bepaalde uitkomst.
2. Voorspellen / beschrijven: systematisch in kaart brengen van stabiliteit en
verandering over tijd en representatieve samples, normale (typische of normatieve)
ontwikkeling en individuele verschillen.
3. Voorkomen van problemen / optimaliseren: Hoe kunnen we de ontwikkeling van
kinderen en jongeren zo goed mogelijk ondersteunen in algemene populatie
(preventie, stimuleren, positieve ontwikkeling) in specifieke situaties (preventie en
interventie)
In kindertijd vindt de meeste ontwikkeling plaats.
→ Multidimensionaal: verschillende domeinen beïnvloeden elkaar.
→ Multi-directioneel: niet alleen groei (gains), maar ook afname (losses).
→ Plasticiteit: voortdurend aanpassingen en ontwikkelingen.
Psychologische kennis is traditioneel WEIRD (verkregen in landen die Western, Educated,
Industrialized, Rich en Democratic zijn).
Fase Jaar
Prenatale ontwikkeling Alles voor de geboorte:
- lichaam vormt zich
(fysieke ontwikkeling)
Infancy (baby) <12 maanden
- snelle groei en verandering
- fysieke ontwikkeling, met cognitieve
en psychosociale consequenties
Toddlerhood (peuter) 12-30 maanden
- hechting
- wereld wordt groter
- snelle ontwikkeling taal
- zelfbewustzijn en reflectie
Vroege kindertijd 30 maanden tot 6 jaar
- spel
- begrip van talen
Midden/late kindertijd 6 tot begin pubertijd
- formeel leren (school)
- interpersoonlijke vergelijkingen
Adolescentie Puberteit tot 20 jaar
- snelle fysieke & psychologische groei
- puberteit en seksuele maturatie
- ontwikkeling identiteit en wereldbeeld
Vroeg volwassen schap 20-30 jaar
, - zelfstandigheid en onafhankelijkheid
(werk, wonen, gezin)
Volwassen schap (established) 30-45 jaar
- intense periode: werk, relaties, gezin
Middle adulthood 45-65 jaar
- eerste ouderdom verschijnselen
- top productiviteit qua werk
- soms dubbele zorgtaken
Late volwassen schap > 65 jaar
- fysieke beperkingen
- meer afhankelijk
- minder professionele activiteit
Nature: ontwikkeling bepaald door genetische aanleg (nativisme).
Nurture: ontwikkeling bepaald door omgeving (empiricisme)
→ beide factoren dragen bij, waarbij de interactie tussen genen en omgeving bepalend is
voor ontwikkeling. vaak wederzijdse beïnvloeding, DUS niet vs maar ft.
John Locke: menselijke geest is bij de geboorte een onbeschreven blad: tabula rasa.
Geen aangeboren kennis, alles geleerd door omgeving/ervaring. (empirisme)
Hobbes: bij geboorte al predisposities: aangeboren neigingen en eigenschappen.
Natuurtoestand was egoïstisch.
Continue ontwikkeling: geleidelijk, zonder abrupte veranderingen; bijv herkenning van
emotionele uitdrukkingen op andermans gezicht.
- Gesell: ontwikkeling als biologische rijping; evolutionair proces
Discontinue ontwikkeling: opeenvolging van abrupte veranderingen. Afgebakende stadia
die elkaar snel opvolgen; bij zelf herkennen in spiegel.
Meeste ontwikkelingen zijn continue, maar onderbroken door perioden van discontinue.
H2 Theoretical Perspectives in Developmental Psychology
Theorie = vereenvoudigde, plausibele weergave van een ontwikkelingsfenomeen. Er moet
balans zijn tussen eenvoud en precisie.
Waarom hebben we theorie nodig?:
- Sense-making: Het integreren van kennis om tot een samenhangend begrip te
komen van hoe kinderen zich ontwikkelen.
- Meaning-giving: Het sturen van en betekenis geven aan toekomstig onderzoek.
Een theorie helpt hypotheses en vragen te stellen die het meeste betekenis hebben
en tot betekenisvolle kennis leiden.
- Om te zien hoe ethische normen zijn veranderd
Freud: Klinische ziektebeelden begrijpen vanuit interne motivaties (bewust of onbewust)
die daar vorm aan geven. Zijn bijdrage aan ontwikkelingspsychologie:
- Ontwikkelingstheorie van persoonlijkheid:
- id: driften, instincten, overlevingsdrang, primitief, onbewust, streeft naar
onmiddelijke bevrediging van verlangens