11 hoorcolleges; tentamen 70% (minstens 5.5); 20 meerkeuzevragen, 10 open vragen (maar
met 1 antwoord mogelijk); opdracht 30% (minstens 5.5); diagnostische cyclus.
Hoorcollege 1 Klinische theorieën en theoretische referentiekaders
psychologische pathologie (psychopathologie) = studie van afwijkend gedrag, gedachten
en emoties. Het richt zich op het begrijpen, diagnosticeren en behandelen van psychische
stoornissen.
Corona miss op symptoomniveau miss wel toegenomen maar niet significante toename in
psychische stoornissen.
6 benaderingen om psychopathologie te verklaren:
• 1) Klinische psychologie en abnormaal gedrag.
• 2) Neurobiologische benadering van psychopathologie.
• 3) Leertheoretische benadering van psychopathologie.
• 4) Cognitieve benadering van psychopathologie.
• 5) Psychodynamische benadering van psychopathologie.
• 6) Humanistische benadering van psychopathologie.
• 7) Systeembenadering van psychopathologie.
1) Klinische psychologie en abnormaal gedrag
= ‘abnormal psychology’: abnormaal gedrag, diagnose, classificatie, behandeling, preventie
en onderzoek.
Lijden en disfunctioneren staan centraal; anders geen stoornis.
2) Neurobiologische benadering van psychopathologie
- Hallucinaties / stemmen
- Voedsel; wat we eten is belangrijk voor psychische gezondheid; houdbaarheid
middelen zijn bacteriedodend
Hippocrates: verband tussen lichamelijk en geestelijk functioneren + besef dat
geestesziekte een ziekte is van de hersenen. Vader van Westerse geneeskunde.
Begin 20e eeuw; dementia paralytica: cifullus: zweren rondom mond maar ook waanideeën
en hallucinaties; pelisuline behandelingen haalde hallucinaties ook weg
,Jaren 70 (20e eeuw); Buikhuisen. Crimineel gedrag; nature VERSUS nurture.
Hypothese: mannen met meer testosteron vertonen meer crimineel gedrag.
We zien nu minder splitsing maar meer interactie.
fenotype: waarneembare kenmerken van een organisme, zoals uiterlijk, gedrag en
fysiologische eigenschappen, die het resultaat zijn van de interactie tussen het genotype
(erfelijke aanleg) en de omgeving.
Diathese (kwestbaarheid) interacteert met stress.
Er wordt zowel naar MRI (structuren in het lichaam, zoals organen, botten, hersenen;
anatomie) en fMRI (veranderingen in de bloedstroom bij hersenactiviteit) gekeken.
Neuroticisme is hoger bij mensen met depressie / angst. Het correleert met darmklachten.
Goed eten → neuroticisme omlaag → beter voelen.
3) Leertheoretische benadering van psychopathologie (20e eeuw)
Thorndike (l): Operant conditioneren (instrumentele conditionering): Leerproces waarbij
een respons in een bepaalde context gevolgd wordt door een bekrachtiger (reinforcer) of
bestraffer (punisher). Situatie-Respons-Outcome (S-R-O).
-Bij reponspreventie wordt veiligheidsgedrag geblokkeerd; de neutraliserende activiteit wordt
niet meer uitgevoerd.
-Ervaren dat rituelen niet voorkomen dat gebeurtenissen zich voordoen (wist patient feitelijk
al). Falsificeren disfunctionele verwachting.
Functie Analyse (FA); klinische vertaling van het paradigma van de operante conditionering.
Context → Respons: coping → Sr-pos: Positief genot (+S+) + Afname negatieve (~S-) →
S-neg: Negatieve consequenties (+S-).
Pavlov (r): Klassieke conditionering: Onvoorwaardelijke prikkel (OP), onvoorwaardelijke
reactie (OR), voorwaardelijke prikkel (VP), voorwaardelijke reactie (VR).
- VB: Het voedsel in de mond van de hond (OP), lokt speeksel uit (OR), onder
voorwaarde kan zoemer (VP) speeksel uitlokken (VR).
COMET: Competitive Memory Training. Behandeling met contraconditionering.
Het COMET-protocol voor auditieve hallucinaties. 2 fases:
1) inhoudelijke betekenis stemmen corrigeren; stemmen vaak negatief maar denk aan de
positieve kanten
,2) afstand nemen van de stem:
→ stemmen worden niet minder maar je bent wel weerbaarder en de depressieve gevolgen
worden ook minder.
4) Cognitieve benadering van psychopathologie.
Beck: “De manier waarop mensen informatie verwerken en selecteren speelt een belangrijke
rol bij het ontwikkelen van psychische stoornissen”.
Link leggen van bijv paniekaanval → dood moet weg, impliceert niet dat je doodgaat.
Autonome zenuwstelsel moet calma doen.
Schema = kennisstructuur.
Opbouwen in kindertijd.
Aard schema: afhankelijk van ervaring en cognitieve vermogens (in 1e instantie
egocentrisch)
Eenmaal gevormd vertonen schema’s weerstand tegen verandering. Echter;
disconfirmerende ervaring kan schema aanpassen.
- Psychische stoornissen komen voor uit de wijze waarop mensen informatie
selecteren en
verwerken
- Schema beinvloedt de selectie van informatie
- Selectieve interpretatie
- Schema beinvloedt de herinnering
Dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis (obsessieve compulsieve ps): alomvattend patroon
van ordenen, perfectioneren en rigide controle; zeer grote behoefte aan controle en stellen
extreem hoge eisen aan zichzelf, welke hen belemmert in hun dagelijkse leven.
, Cognitieve therapie.
Doel; veranderen op niveau van denkschema’s
Meestal CGT; gedrag en cognities beinvloeden elkaar
5) Psychodynamische benadering van psychopathologie.
Freud (l) en Ainsworth (r), 19e-20e eeuw
Focus op onderbewust.
- Superego: geweten, deels bewust, deels onbewust; wat je leert van de maatschappij
/ ouders / docenten; Morele principes.
- Ego (ik): deels bewust, deels onbewust: Mediator: logisch, rationeel, superego en id
n overeenstemming brengen zodat je wel realistisch en gelukkig leeft;
realiteitsprincipe
- Id (Es): driftmatige motor, onbewust; plezier principe
Psychoanalytische behandeling beoogt de regie van het Id in de verhouding met het ego en
superego te vergroten.
Afweermechanismen: ID bedient zich van afweermechanismen tegen angst.
Afweermechanismen ingezet als ID in conflict komt met ego en superego.
Bijvoorbeeld:
- Rationalisering; gedrag verstandiger voorstellen dan het is.
- Ontkenning; wensen terugnemen “we gaan de boedel verdelen, het gaat mij niet om
het geld”
Gehechtheidsrepresentaties: ontstaan in kindertijd, blijven redelijk stabiel en van invloed op
welbevinden.
6) Humanistische benadering van psychopathologie.
Rogers (l), Maslow (r) (20e eeuw)Gaat om het hier en nu en waar wil iemand naartoe.
➔ Persoonlijke bewuste beleving staat voorop (niet onbewuste).
met 1 antwoord mogelijk); opdracht 30% (minstens 5.5); diagnostische cyclus.
Hoorcollege 1 Klinische theorieën en theoretische referentiekaders
psychologische pathologie (psychopathologie) = studie van afwijkend gedrag, gedachten
en emoties. Het richt zich op het begrijpen, diagnosticeren en behandelen van psychische
stoornissen.
Corona miss op symptoomniveau miss wel toegenomen maar niet significante toename in
psychische stoornissen.
6 benaderingen om psychopathologie te verklaren:
• 1) Klinische psychologie en abnormaal gedrag.
• 2) Neurobiologische benadering van psychopathologie.
• 3) Leertheoretische benadering van psychopathologie.
• 4) Cognitieve benadering van psychopathologie.
• 5) Psychodynamische benadering van psychopathologie.
• 6) Humanistische benadering van psychopathologie.
• 7) Systeembenadering van psychopathologie.
1) Klinische psychologie en abnormaal gedrag
= ‘abnormal psychology’: abnormaal gedrag, diagnose, classificatie, behandeling, preventie
en onderzoek.
Lijden en disfunctioneren staan centraal; anders geen stoornis.
2) Neurobiologische benadering van psychopathologie
- Hallucinaties / stemmen
- Voedsel; wat we eten is belangrijk voor psychische gezondheid; houdbaarheid
middelen zijn bacteriedodend
Hippocrates: verband tussen lichamelijk en geestelijk functioneren + besef dat
geestesziekte een ziekte is van de hersenen. Vader van Westerse geneeskunde.
Begin 20e eeuw; dementia paralytica: cifullus: zweren rondom mond maar ook waanideeën
en hallucinaties; pelisuline behandelingen haalde hallucinaties ook weg
,Jaren 70 (20e eeuw); Buikhuisen. Crimineel gedrag; nature VERSUS nurture.
Hypothese: mannen met meer testosteron vertonen meer crimineel gedrag.
We zien nu minder splitsing maar meer interactie.
fenotype: waarneembare kenmerken van een organisme, zoals uiterlijk, gedrag en
fysiologische eigenschappen, die het resultaat zijn van de interactie tussen het genotype
(erfelijke aanleg) en de omgeving.
Diathese (kwestbaarheid) interacteert met stress.
Er wordt zowel naar MRI (structuren in het lichaam, zoals organen, botten, hersenen;
anatomie) en fMRI (veranderingen in de bloedstroom bij hersenactiviteit) gekeken.
Neuroticisme is hoger bij mensen met depressie / angst. Het correleert met darmklachten.
Goed eten → neuroticisme omlaag → beter voelen.
3) Leertheoretische benadering van psychopathologie (20e eeuw)
Thorndike (l): Operant conditioneren (instrumentele conditionering): Leerproces waarbij
een respons in een bepaalde context gevolgd wordt door een bekrachtiger (reinforcer) of
bestraffer (punisher). Situatie-Respons-Outcome (S-R-O).
-Bij reponspreventie wordt veiligheidsgedrag geblokkeerd; de neutraliserende activiteit wordt
niet meer uitgevoerd.
-Ervaren dat rituelen niet voorkomen dat gebeurtenissen zich voordoen (wist patient feitelijk
al). Falsificeren disfunctionele verwachting.
Functie Analyse (FA); klinische vertaling van het paradigma van de operante conditionering.
Context → Respons: coping → Sr-pos: Positief genot (+S+) + Afname negatieve (~S-) →
S-neg: Negatieve consequenties (+S-).
Pavlov (r): Klassieke conditionering: Onvoorwaardelijke prikkel (OP), onvoorwaardelijke
reactie (OR), voorwaardelijke prikkel (VP), voorwaardelijke reactie (VR).
- VB: Het voedsel in de mond van de hond (OP), lokt speeksel uit (OR), onder
voorwaarde kan zoemer (VP) speeksel uitlokken (VR).
COMET: Competitive Memory Training. Behandeling met contraconditionering.
Het COMET-protocol voor auditieve hallucinaties. 2 fases:
1) inhoudelijke betekenis stemmen corrigeren; stemmen vaak negatief maar denk aan de
positieve kanten
,2) afstand nemen van de stem:
→ stemmen worden niet minder maar je bent wel weerbaarder en de depressieve gevolgen
worden ook minder.
4) Cognitieve benadering van psychopathologie.
Beck: “De manier waarop mensen informatie verwerken en selecteren speelt een belangrijke
rol bij het ontwikkelen van psychische stoornissen”.
Link leggen van bijv paniekaanval → dood moet weg, impliceert niet dat je doodgaat.
Autonome zenuwstelsel moet calma doen.
Schema = kennisstructuur.
Opbouwen in kindertijd.
Aard schema: afhankelijk van ervaring en cognitieve vermogens (in 1e instantie
egocentrisch)
Eenmaal gevormd vertonen schema’s weerstand tegen verandering. Echter;
disconfirmerende ervaring kan schema aanpassen.
- Psychische stoornissen komen voor uit de wijze waarop mensen informatie
selecteren en
verwerken
- Schema beinvloedt de selectie van informatie
- Selectieve interpretatie
- Schema beinvloedt de herinnering
Dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis (obsessieve compulsieve ps): alomvattend patroon
van ordenen, perfectioneren en rigide controle; zeer grote behoefte aan controle en stellen
extreem hoge eisen aan zichzelf, welke hen belemmert in hun dagelijkse leven.
, Cognitieve therapie.
Doel; veranderen op niveau van denkschema’s
Meestal CGT; gedrag en cognities beinvloeden elkaar
5) Psychodynamische benadering van psychopathologie.
Freud (l) en Ainsworth (r), 19e-20e eeuw
Focus op onderbewust.
- Superego: geweten, deels bewust, deels onbewust; wat je leert van de maatschappij
/ ouders / docenten; Morele principes.
- Ego (ik): deels bewust, deels onbewust: Mediator: logisch, rationeel, superego en id
n overeenstemming brengen zodat je wel realistisch en gelukkig leeft;
realiteitsprincipe
- Id (Es): driftmatige motor, onbewust; plezier principe
Psychoanalytische behandeling beoogt de regie van het Id in de verhouding met het ego en
superego te vergroten.
Afweermechanismen: ID bedient zich van afweermechanismen tegen angst.
Afweermechanismen ingezet als ID in conflict komt met ego en superego.
Bijvoorbeeld:
- Rationalisering; gedrag verstandiger voorstellen dan het is.
- Ontkenning; wensen terugnemen “we gaan de boedel verdelen, het gaat mij niet om
het geld”
Gehechtheidsrepresentaties: ontstaan in kindertijd, blijven redelijk stabiel en van invloed op
welbevinden.
6) Humanistische benadering van psychopathologie.
Rogers (l), Maslow (r) (20e eeuw)Gaat om het hier en nu en waar wil iemand naartoe.
➔ Persoonlijke bewuste beleving staat voorop (niet onbewuste).