Bedrijfseconomie in Balans, 8e druk, vwo
Hoofdstuk 28 Inkoopprijs verkopen, materialen en grondstoffen
Samenvatting d.d. 19-12-2019
28.1 Fifo
Volgens de wetgeving van de externe verslaggeving mag je voorraden alleen maar
waarderen tegen de historische uitgaafprijs. Dit is de werkelijk betaalde prijs. Dus ook je
brutowinst moet worden bepaald op basis van deze uitgaafprijs. Vooral bij grote partijen
dezelfde producten kan het soms erg bewerkelijk zijn de werkelijk betaalde prijs van één
zo’n artikel uit die partij te bepalen.
Daarom mag je administratie hulpsystemen gebruiken die dat vereenvoudigen. Wel moet op
het balansmoment alles te herleiden zijn tot werkelijk betaalde prijzen. Deze administratieve
hulpjes zijn de registratiegrondslagen. In dit hoofdstuk komen er drie aan de orde: fifo, lifo
en vaste verrekenprijs.
Bij het fifo-systeem (first in, first out) boeken we de goederen bij verkoop af tegen de prijs
van de langst aanwezige partij. Daaruit volgt dat op het balansmoment de voorraad
administratief meestal bestaat uit de meest recente partijen.
28.2 Lifo
Het lifo-systeem (last in, first out) neemt als inkoopwaarde van de verkopen de inkoopprijs
van de laatst ingekochte goederen. Daaruit volgt dat op het balansmoment de voorraad
administratief meestal bestaat uit oudere partijen.
28.3 Vaste verrekenprijs (vvp)
De vaste verrekenprijs is een schatting van de gemiddelde inkoopprijs (inclusief de geschatte
inkoopkosten) voor een komende periode. Het nadeel van de vvp is dat tussen twee
balansmomenten niet de werkelijke waarde (volgens de wettelijke criteria) van de voorraad
bekend is. En datzelfde geldt ook voor de inkoopprijs van de verkopen. Het zijn schattingen
en deze kunnen behoorlijk van de werkelijkheid afwijken. Daarnaast moet op het
balansmoment de voorraad en inkoopwaarde verkopen alsnog worden omgerekend naar de
toegestane wettelijke werkelijk betaalde prijs (per artikel, of fifo/lifo). Toepassing van de vvp
is dan ook wat bewerkelijk.
28.4 Materialen en grondstoffen
Grondstoffen zie je terug in een eindproduct en hulpstoffen (die nodig zijn om de productie
Pagina 1
mogelijk te maken) zie je niet terug in het eindproduct.
Hoofdstuk 28 Inkoopprijs verkopen, materialen en grondstoffen
Samenvatting d.d. 19-12-2019
28.1 Fifo
Volgens de wetgeving van de externe verslaggeving mag je voorraden alleen maar
waarderen tegen de historische uitgaafprijs. Dit is de werkelijk betaalde prijs. Dus ook je
brutowinst moet worden bepaald op basis van deze uitgaafprijs. Vooral bij grote partijen
dezelfde producten kan het soms erg bewerkelijk zijn de werkelijk betaalde prijs van één
zo’n artikel uit die partij te bepalen.
Daarom mag je administratie hulpsystemen gebruiken die dat vereenvoudigen. Wel moet op
het balansmoment alles te herleiden zijn tot werkelijk betaalde prijzen. Deze administratieve
hulpjes zijn de registratiegrondslagen. In dit hoofdstuk komen er drie aan de orde: fifo, lifo
en vaste verrekenprijs.
Bij het fifo-systeem (first in, first out) boeken we de goederen bij verkoop af tegen de prijs
van de langst aanwezige partij. Daaruit volgt dat op het balansmoment de voorraad
administratief meestal bestaat uit de meest recente partijen.
28.2 Lifo
Het lifo-systeem (last in, first out) neemt als inkoopwaarde van de verkopen de inkoopprijs
van de laatst ingekochte goederen. Daaruit volgt dat op het balansmoment de voorraad
administratief meestal bestaat uit oudere partijen.
28.3 Vaste verrekenprijs (vvp)
De vaste verrekenprijs is een schatting van de gemiddelde inkoopprijs (inclusief de geschatte
inkoopkosten) voor een komende periode. Het nadeel van de vvp is dat tussen twee
balansmomenten niet de werkelijke waarde (volgens de wettelijke criteria) van de voorraad
bekend is. En datzelfde geldt ook voor de inkoopprijs van de verkopen. Het zijn schattingen
en deze kunnen behoorlijk van de werkelijkheid afwijken. Daarnaast moet op het
balansmoment de voorraad en inkoopwaarde verkopen alsnog worden omgerekend naar de
toegestane wettelijke werkelijk betaalde prijs (per artikel, of fifo/lifo). Toepassing van de vvp
is dan ook wat bewerkelijk.
28.4 Materialen en grondstoffen
Grondstoffen zie je terug in een eindproduct en hulpstoffen (die nodig zijn om de productie
Pagina 1
mogelijk te maken) zie je niet terug in het eindproduct.