Bedrijfseconomie in Balans, 8e druk, vwo,
Hoofdstuk 29 Kostensoorten
Samenvatting d.d. 19-12-2019
29.1 Afschrijven
Duurzame productiemiddelen zijn productiemiddelen die meer jaren meegaan. Tot de
aanschafprijs van een duurzaam productiemiddel behoren ook de bijkomende kosten, zoals
overdrachtskosten (gebouw) en installatiekosten (machines).
Afschrijven is het in de boekhouding tot uitdrukking brengen van de waardevermindering
van duurzame productiemiddelen. Dit doe je om de kosten gelijkmatig over de levensduur te
spreiden.
De grootte van de afschrijving is afhankelijk van:
• de waarde van de duurzame productiemiddelen;
• de levensduur;
• de restwaarde;
• het gebruik.
De technische levensduur is de periode waarin het duurzaam productiemiddel prestaties kan
leveren.
De economische levensduur is de periode waarin op economische gronden het verstandig is
het duurzaam productiemiddel prestaties te laten leveren.
De restwaarde van een duurzaam productiemiddel is de opbrengst die de onderneming aan
het einde van de levensduur bij verkoop voor het productiemiddel verwacht te ontvangen.
Eventuele sloopkosten of verwijderkosten worden in mindering gebracht op de restwaarde.
29.2 Afschrijven met een vast percentage van de aanschafprijs
Bij afschrijving met een vast percentage van de aanschafprijs per jaar berekenen we het
bedrag dat per periode wordt afgeschreven met behulp van de formule: (A-R)/n.
De boekwaarde van een duurzaam productiemiddel berekenen we door de aanschafprijs te
verminderen met de al afgeschreven bedragen.
29.3 Overige kosten van duurzame productiemiddelen
De interestkosten van duurzame productiemiddelen berekenen we als het jaarlijkse
interestpercentage over het gemiddeld geïnvesteerd vermogen gedurende de gehele
levensduur. De formule daarvoor is (A + R)/2.
Tot de overige kosten van duurzame productiemiddelen rekenen we ook de complementaire
Pagina 1
kosten. Complementaire kosten zijn alle kosten die samenhangen met het duurzaam
Hoofdstuk 29 Kostensoorten
Samenvatting d.d. 19-12-2019
29.1 Afschrijven
Duurzame productiemiddelen zijn productiemiddelen die meer jaren meegaan. Tot de
aanschafprijs van een duurzaam productiemiddel behoren ook de bijkomende kosten, zoals
overdrachtskosten (gebouw) en installatiekosten (machines).
Afschrijven is het in de boekhouding tot uitdrukking brengen van de waardevermindering
van duurzame productiemiddelen. Dit doe je om de kosten gelijkmatig over de levensduur te
spreiden.
De grootte van de afschrijving is afhankelijk van:
• de waarde van de duurzame productiemiddelen;
• de levensduur;
• de restwaarde;
• het gebruik.
De technische levensduur is de periode waarin het duurzaam productiemiddel prestaties kan
leveren.
De economische levensduur is de periode waarin op economische gronden het verstandig is
het duurzaam productiemiddel prestaties te laten leveren.
De restwaarde van een duurzaam productiemiddel is de opbrengst die de onderneming aan
het einde van de levensduur bij verkoop voor het productiemiddel verwacht te ontvangen.
Eventuele sloopkosten of verwijderkosten worden in mindering gebracht op de restwaarde.
29.2 Afschrijven met een vast percentage van de aanschafprijs
Bij afschrijving met een vast percentage van de aanschafprijs per jaar berekenen we het
bedrag dat per periode wordt afgeschreven met behulp van de formule: (A-R)/n.
De boekwaarde van een duurzaam productiemiddel berekenen we door de aanschafprijs te
verminderen met de al afgeschreven bedragen.
29.3 Overige kosten van duurzame productiemiddelen
De interestkosten van duurzame productiemiddelen berekenen we als het jaarlijkse
interestpercentage over het gemiddeld geïnvesteerd vermogen gedurende de gehele
levensduur. De formule daarvoor is (A + R)/2.
Tot de overige kosten van duurzame productiemiddelen rekenen we ook de complementaire
Pagina 1
kosten. Complementaire kosten zijn alle kosten die samenhangen met het duurzaam