Wibautstraat 3a
1091 GH Amsterdam
Amsterdam, 20 juli 2019
College van B&W Amsterdam
Afdeling bezwaar
Postbus 202
1011 PN AMSTERDAM
Betreft: bezwaarschrift tegen het besluit van 1 juli 2019
Uw kenmerk: 123456
Edelachtbare college,
Inleiding
Met uw beschikking van 1 juli 2019 (kenmerk 123456) heeft u besloten dat ik vanaf januari
2020 geen hulp meer ontvang in de huishouding. Ik ben het hier niet mee eens en teken
door middel van deze brief bezwaar aan tegen dit besluit. Een kopie van het besluit vindt u
in de bijlage aangehecht.
Bezwaargronden
1. Het besluit is in strijd met artikel 4.8 uit de verordening WMO 2015. Op grond van dit
artikel heb ik recht op hulp in de huishouding als ik een aantoonbare beperking heb bij het
voeren van een huishouden, en problemen die zich voordoen bij gebruikelijke hulp en
mantelzorg. De gemeente heeft in januari 2015 onderzoek gedaan naar mijn lichamelijke
welzijn. Er is destijds vastgesteld dat ik lichamelijk beperkt ben, waardoor ik niet in staat ben
de huishouding te doen. Dit betekent dat ik op grond van artikel 4.8 uit de verordening WMO
2015 recht heb op hulp in de huishouding.
2. Het besluit is ook in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel op grond van artikel 3:2 Awb.
Op grond van dit artikel dient de overheid de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante
feiten en de af te wegen belangen. Er is in januari 2015 vastgesteld dat ik lichamelijk beperkt
ben. De situatie is sindsdien niet verbeterd en ik ben dus niet in staat om de huishouding te
doen. Dit betekent dat het college de nodig kennis omtrent de relevante feiten en de af te
wegen belangen niet voldoende heeft vergaard en dat het besluit op onvoldoende grondslag
berust.