Samenvatting inl. Publiekrecht
Boek 1: staatsrecht H1 t/m 16 (H3, 4, 7, 11 en 12 niet)
Boek 2: bestuursrecht H1 t/m 7
Carmen Faber – 2687735
Boek 1: bestuursrecht
Hoofdstuk 1
Openbaar bestuur besturen van:
- De gemeenten
- De provincies
- De waterschappen
- De ministeries
Het bestuur handelt altijd in het kader van een of meer bijzondere delen van het
bestuursrecht (specifieke terreinen).
- Ook een algemeen deel van het bestuursrecht: Algemene wet bestuursrecht
o Bijzondere wetgeving gaat voor algemene wetgeving
Bestuursrecht regelt:
- Verzoeken en/of aanspraken van burgers en bedrijven jegens de overheid.
o Bemoeit zich met veel facetten van het maatschappelijk leven
- Mondigere geworden burgers hebben behoefte rechtsbescherming
o Waar vrijheid wordt geboden komt ook strengere controle
Hoofdstuk 2
NL democratische rechtsstaat = de overheid dient fundamentele rechten en vrijheden van
burgers te eerbiedigen en moet zich inzetten voor de verwerkelijking van die rechten en
vrijheid, terwijl dit alles geschiedt onder controle van de door het volk in vrije verkiezingen
gekozen volksvertegenwoordiging.
- Wetmatigheid van bestuur
- Rechterlijke controle
- Evenwicht tussen de verschillende machten
o Trias politica
o Checks & balances
- Eerbieding van grondrechten
Uitgangspunten aan de basis van het bestuurshandelen:
- Legaliteitsvereiste = bestuurshandelen heeft grondslag nodig in wetten en het
bestuur dient te handelen conform die wet.
- Specialiteitsbeginsel = het bestuur mag bij het uitvoeren van een wettelijke regeling
slechts de belangen behartigen die ter bescherming van de betrokken regeling in het
leven is geroepen.
, o De overheid behartigt het algemeen belang kan van alles zijn en dus
dienen wetten een specifiek belang en krijgen bepaalde organen nauwkeurig
omschreven bevoegdheden om deze specifieke belangen te behartigen
- Openbaarheid van bestuur = in democratisch oogpunt om een goede controle op het
bestuur mogelijk te maken, is het van belang dat het bestuur met zijn handelingen,
vergaderingen en beslissingen in de openbaarheid treedt.
Een last = het opleggen van een verplichting iets te doen of juist na te laten.
Om een rechtvaardig ingerichte samenleving in stand te houden kan de overheid gebruik
maken van ingrijpende bevoegdheden, zoals belasting eisen.
- De burgers staan deze ‘legale roof’ toe, omdat de betrokken bevoegdheden op
democratisch tot stand gekomen wetten berusten en op zorgvuldige wijze worden
uitgeoefend.
o Verboden/geboden moeten grondslag hebben in een wet in formele zin =
legaliteitsvereiste
Normen:
- Voor overheidsinstanties
- Voor burgers (bedrijven & instellingen)
Normen hiërarchie:
1. Verdragen
a. Alle Nederlandse regelingen zijn hieraan ondergeschikt
2. Statuut regeling voor verhoudingen tussen NL en Aruba, Curaçao en Sint-Maarten.
3. Grondwet
4. Wetten in formele zin
a. Mogen niet in strijd zijn met de Grondwet, maar mogen niet getoetst worden
aan de Grondwet = toetsingsverbod (art. 120 Gw)
5. Koninklijke besluiten (algemene maatregelen van bestuur) (groot KB)
a. Klein KB komt hierna
6. Ministeriële regelingen
7. Provinciale verordeningen
8. Gemeentelijke verordeningen en waterschapsverordeningen
9. Beleidsregels = regels die bestuursorganen voor henzelf opstellen om uitvoering van
bevoegdheden mogelijk te maken en zijn dus geen wettelijke regels.
10. Voorschriften/verplichtingen verbonden aan beschikkingen mogen nooit in strijd
zijn met algemene regels en in beginsel ook niet met beleidsregels.
ROOD = lagere wetgeving (wetten in materiële zin = algemeen verbindende voorschriften)
Hoofdregel lagere wetgeving mag nooit in strijd zijn met hogere wetgeving & hogere
wetgeving heeft altijd voorrang.
Toetsingsverbod = wetten in formele zin mogen niet getoetst worden aan 1) de grondwet 2)
het statuut 3) fundamentele rechtsbeginselen
,Gelede normstelling = het normenstelsel is geleed bestaat uit meerdere
onderdelen/vertakkingen
- Verticaal gelede normstelling = de hiërarchie binnen de normen
- Horizontaal gelede normstelling = meerdere wetten/regelgevingen zijn tegelijkertijd
van belang
o Specialiteitsbeginsel 1 wet kan niet alle specifieke te behartigen belangen
dienen
Geschiedenis bestuursrecht:
- 1 jan 1994: de eerste 2 tranches van de Awb
- 1 jan 1998: de 3e tranche van de Awb
- 1 juli 2009: de 4e tranche van de Awb
‘In deze wet wordt onder … verstaan’ = in deze specifieke wet heeft een bepaald woord een
bepaalde definitie
‘Onder … wordt verstaan’ = niet alleen in deze specifieke wet wordt onder dit begrip deze
definitie verstaan.
Awb:
- H1 & H2 definitiebepalingen & bepalingen voor het verkeer tussen burgers en
bestuursorganen
o Verkeer = met elkaar omgaan
- H3 inhoudelijke en procedurele normen omtrent het nemen van besluiten jegens
burgers
- H4 normen voor specifieke categorieën van besluiten
- H5 normen voor specifieke categorieën van besluiten
- H6 algemene bepalingen t.a.v. bezwaar en beroep
- H7 & H8 bijzondere bepalingen t.a.v. specifieke vormen van rechtsbescherming
- H9 klachtbehandeling
- H10 normen voor specifieke categorieën van besluiten
Doelstellingen Awb:
1. Meer eenheid in de bestuursrechtelijke wetgeving
2. Systematiseren en vereenvoudigen van bestuursrechtelijke wetgeving
3. In de wet vastleggen van normen die in de rechtspraak zijn ontwikkeld
4. Treffen van voorzieningen die naar hun aard een algemene regel behoeven, omdat ze
anders in elke regeling afzonderlijk zouden moeten worden getroffen.
Awb horizontale verhouding burgers en bestuur = beiden hebben rechten en plichten
- Bestuur kan daarentegen nog steeds eenzijdige besluiten nemen
4 manieren waarop Awb richting geeft aan andere (lagere) wetgeving die onderwerpen
verder uitwerken:
- Dwingend recht = afwijking van Awb in lagere wetgeving is niet toegestaan en zal
onverbindend worden verklaard
, - Regelend recht = Awb bevat hoofdregel, maar afwijking in lagere wetgeving is
toegestaan
- Aanvullend recht = de regel is in beginsel te vinden in andere wetgeving, wanneer in
deze regeling iets niet te vinden is dan geldt de bepaling van de Awb.
- Facultatief recht = dit recht geeft, voor gevallen waarin voor het nemen van besluiten
niet reeds bij wettelijk voorschrift is bepaald dat een bepaalde afdeling geldt, aan
andere (ook lagere) regelgevers en bestuursorganen de bevoegdheid te bepalen dat
deze bepaalde afdeling moet worden toegepast bij de voorbereiding van bepaalde
besluiten (facultatief = het mag maar hoeft niet).
Organieke wetten = betreffen de organisatie van de overheid
Besluit = een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een
publiekrechtelijke rechtshandeling (art. 1:3 lid 1 Awb).
o Bezwaar en beroep staan slechts open tegen besluiten
- Beslissing = wilsverklaring met definitief karakter
- Schriftelijk = weergave door middel van schrifttekens
- Bestuursorgaan = organen van de Staat, de provincies, de gemeenten, de
waterschappen, etc.
- Rechtshandeling = handeling die is gericht op enig rechtsgevolg
o Geeft/ontneemt een recht of bevoegdheid of legt een plicht op/maakt een
plicht ongedaan.
- Publiekrechtelijk = de besluiten en handelingen tot het nemen/verrichten van een
exclusief aan een bestuursorgaan verleende bevoegdheid (bij of krachtens een wet in
formele zin).
Subsidies, zelfstandige schadebesluiten en terugvorderingen geen besluiten, maar de
bestuursrechter acht zichzelf de bevoegde rechter.
Overheidshandelingen
Feitelijke handelingen rechtshandelingen
Zonder rechtsgevolg met rechtsgevolg publiekrechtelijk privaatrechtelijk
Van bestuursorganen (Awb) andere instanties
Mondeling schriftelijk
Concreet geval van algemene strekking
= beschikking
Openbaarheid van:
- Verdragen, wettelijke regelingen en beleidsregels geldend recht moet bekend zijn
- Vergaderingen reglementen van orde v.d. Eerste en Tweede Kamer
Boek 1: staatsrecht H1 t/m 16 (H3, 4, 7, 11 en 12 niet)
Boek 2: bestuursrecht H1 t/m 7
Carmen Faber – 2687735
Boek 1: bestuursrecht
Hoofdstuk 1
Openbaar bestuur besturen van:
- De gemeenten
- De provincies
- De waterschappen
- De ministeries
Het bestuur handelt altijd in het kader van een of meer bijzondere delen van het
bestuursrecht (specifieke terreinen).
- Ook een algemeen deel van het bestuursrecht: Algemene wet bestuursrecht
o Bijzondere wetgeving gaat voor algemene wetgeving
Bestuursrecht regelt:
- Verzoeken en/of aanspraken van burgers en bedrijven jegens de overheid.
o Bemoeit zich met veel facetten van het maatschappelijk leven
- Mondigere geworden burgers hebben behoefte rechtsbescherming
o Waar vrijheid wordt geboden komt ook strengere controle
Hoofdstuk 2
NL democratische rechtsstaat = de overheid dient fundamentele rechten en vrijheden van
burgers te eerbiedigen en moet zich inzetten voor de verwerkelijking van die rechten en
vrijheid, terwijl dit alles geschiedt onder controle van de door het volk in vrije verkiezingen
gekozen volksvertegenwoordiging.
- Wetmatigheid van bestuur
- Rechterlijke controle
- Evenwicht tussen de verschillende machten
o Trias politica
o Checks & balances
- Eerbieding van grondrechten
Uitgangspunten aan de basis van het bestuurshandelen:
- Legaliteitsvereiste = bestuurshandelen heeft grondslag nodig in wetten en het
bestuur dient te handelen conform die wet.
- Specialiteitsbeginsel = het bestuur mag bij het uitvoeren van een wettelijke regeling
slechts de belangen behartigen die ter bescherming van de betrokken regeling in het
leven is geroepen.
, o De overheid behartigt het algemeen belang kan van alles zijn en dus
dienen wetten een specifiek belang en krijgen bepaalde organen nauwkeurig
omschreven bevoegdheden om deze specifieke belangen te behartigen
- Openbaarheid van bestuur = in democratisch oogpunt om een goede controle op het
bestuur mogelijk te maken, is het van belang dat het bestuur met zijn handelingen,
vergaderingen en beslissingen in de openbaarheid treedt.
Een last = het opleggen van een verplichting iets te doen of juist na te laten.
Om een rechtvaardig ingerichte samenleving in stand te houden kan de overheid gebruik
maken van ingrijpende bevoegdheden, zoals belasting eisen.
- De burgers staan deze ‘legale roof’ toe, omdat de betrokken bevoegdheden op
democratisch tot stand gekomen wetten berusten en op zorgvuldige wijze worden
uitgeoefend.
o Verboden/geboden moeten grondslag hebben in een wet in formele zin =
legaliteitsvereiste
Normen:
- Voor overheidsinstanties
- Voor burgers (bedrijven & instellingen)
Normen hiërarchie:
1. Verdragen
a. Alle Nederlandse regelingen zijn hieraan ondergeschikt
2. Statuut regeling voor verhoudingen tussen NL en Aruba, Curaçao en Sint-Maarten.
3. Grondwet
4. Wetten in formele zin
a. Mogen niet in strijd zijn met de Grondwet, maar mogen niet getoetst worden
aan de Grondwet = toetsingsverbod (art. 120 Gw)
5. Koninklijke besluiten (algemene maatregelen van bestuur) (groot KB)
a. Klein KB komt hierna
6. Ministeriële regelingen
7. Provinciale verordeningen
8. Gemeentelijke verordeningen en waterschapsverordeningen
9. Beleidsregels = regels die bestuursorganen voor henzelf opstellen om uitvoering van
bevoegdheden mogelijk te maken en zijn dus geen wettelijke regels.
10. Voorschriften/verplichtingen verbonden aan beschikkingen mogen nooit in strijd
zijn met algemene regels en in beginsel ook niet met beleidsregels.
ROOD = lagere wetgeving (wetten in materiële zin = algemeen verbindende voorschriften)
Hoofdregel lagere wetgeving mag nooit in strijd zijn met hogere wetgeving & hogere
wetgeving heeft altijd voorrang.
Toetsingsverbod = wetten in formele zin mogen niet getoetst worden aan 1) de grondwet 2)
het statuut 3) fundamentele rechtsbeginselen
,Gelede normstelling = het normenstelsel is geleed bestaat uit meerdere
onderdelen/vertakkingen
- Verticaal gelede normstelling = de hiërarchie binnen de normen
- Horizontaal gelede normstelling = meerdere wetten/regelgevingen zijn tegelijkertijd
van belang
o Specialiteitsbeginsel 1 wet kan niet alle specifieke te behartigen belangen
dienen
Geschiedenis bestuursrecht:
- 1 jan 1994: de eerste 2 tranches van de Awb
- 1 jan 1998: de 3e tranche van de Awb
- 1 juli 2009: de 4e tranche van de Awb
‘In deze wet wordt onder … verstaan’ = in deze specifieke wet heeft een bepaald woord een
bepaalde definitie
‘Onder … wordt verstaan’ = niet alleen in deze specifieke wet wordt onder dit begrip deze
definitie verstaan.
Awb:
- H1 & H2 definitiebepalingen & bepalingen voor het verkeer tussen burgers en
bestuursorganen
o Verkeer = met elkaar omgaan
- H3 inhoudelijke en procedurele normen omtrent het nemen van besluiten jegens
burgers
- H4 normen voor specifieke categorieën van besluiten
- H5 normen voor specifieke categorieën van besluiten
- H6 algemene bepalingen t.a.v. bezwaar en beroep
- H7 & H8 bijzondere bepalingen t.a.v. specifieke vormen van rechtsbescherming
- H9 klachtbehandeling
- H10 normen voor specifieke categorieën van besluiten
Doelstellingen Awb:
1. Meer eenheid in de bestuursrechtelijke wetgeving
2. Systematiseren en vereenvoudigen van bestuursrechtelijke wetgeving
3. In de wet vastleggen van normen die in de rechtspraak zijn ontwikkeld
4. Treffen van voorzieningen die naar hun aard een algemene regel behoeven, omdat ze
anders in elke regeling afzonderlijk zouden moeten worden getroffen.
Awb horizontale verhouding burgers en bestuur = beiden hebben rechten en plichten
- Bestuur kan daarentegen nog steeds eenzijdige besluiten nemen
4 manieren waarop Awb richting geeft aan andere (lagere) wetgeving die onderwerpen
verder uitwerken:
- Dwingend recht = afwijking van Awb in lagere wetgeving is niet toegestaan en zal
onverbindend worden verklaard
, - Regelend recht = Awb bevat hoofdregel, maar afwijking in lagere wetgeving is
toegestaan
- Aanvullend recht = de regel is in beginsel te vinden in andere wetgeving, wanneer in
deze regeling iets niet te vinden is dan geldt de bepaling van de Awb.
- Facultatief recht = dit recht geeft, voor gevallen waarin voor het nemen van besluiten
niet reeds bij wettelijk voorschrift is bepaald dat een bepaalde afdeling geldt, aan
andere (ook lagere) regelgevers en bestuursorganen de bevoegdheid te bepalen dat
deze bepaalde afdeling moet worden toegepast bij de voorbereiding van bepaalde
besluiten (facultatief = het mag maar hoeft niet).
Organieke wetten = betreffen de organisatie van de overheid
Besluit = een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een
publiekrechtelijke rechtshandeling (art. 1:3 lid 1 Awb).
o Bezwaar en beroep staan slechts open tegen besluiten
- Beslissing = wilsverklaring met definitief karakter
- Schriftelijk = weergave door middel van schrifttekens
- Bestuursorgaan = organen van de Staat, de provincies, de gemeenten, de
waterschappen, etc.
- Rechtshandeling = handeling die is gericht op enig rechtsgevolg
o Geeft/ontneemt een recht of bevoegdheid of legt een plicht op/maakt een
plicht ongedaan.
- Publiekrechtelijk = de besluiten en handelingen tot het nemen/verrichten van een
exclusief aan een bestuursorgaan verleende bevoegdheid (bij of krachtens een wet in
formele zin).
Subsidies, zelfstandige schadebesluiten en terugvorderingen geen besluiten, maar de
bestuursrechter acht zichzelf de bevoegde rechter.
Overheidshandelingen
Feitelijke handelingen rechtshandelingen
Zonder rechtsgevolg met rechtsgevolg publiekrechtelijk privaatrechtelijk
Van bestuursorganen (Awb) andere instanties
Mondeling schriftelijk
Concreet geval van algemene strekking
= beschikking
Openbaarheid van:
- Verdragen, wettelijke regelingen en beleidsregels geldend recht moet bekend zijn
- Vergaderingen reglementen van orde v.d. Eerste en Tweede Kamer