Samenvatting hoorcolleges
Inleiding Publiekrecht
Carmen Faber
BOEK 1 staatsrecht
Hoorcollege 1 – Week 1
Staatsrecht is recht dat ziet op:
- Inhoud en functioneren van de instellingen van de staat
- Bevoegdheden om regels vast te stellen en besluiten te nemen
- Regulering/beperking staatsmacht (grondrechten)
Kenmerken rechtsstaat:
- Legaliteitsbeginsel
o Overheid mag alleen ingrijpende maatregelen nemen als er een wettelijke
grondslag is.
- Scheiding van machten
o Voorkomen willekeur en machtsmisbruik
o Wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht
- Onafhankelijke rechtelijke macht
- Grondrechten
- Democratiebeginsel
Hoofdrolspelers staatsrecht:
- Regering = koning + ministers
- Koning
o Staatshoofd = de persoon die het hoogste gezag vertegenwoordigt of
belichaamt in een land.
Benoeming en ontslag ministers
o Lid van regering
Betrokken bij alle beslissingen
- Ministerraad
o Beraadslaging over en bevordering van algemeen regeringsbeleid
o Belangrijke kabinetsstandpunten bespreken
o Ontwerpen van de wet
o Goedkeuring verdragen
o Benoemingsvoorstellen
- Ministers/staatssecretarissen
o Eigen beleidsterrein (ministerie) met minister aan het hoofd
o Staatssecretarissen zijn ondergeschikt aan de ministers
Niet stemmen in ministerraad, mag wel invallen voor minister
- Parlement (of Staten-Generaal) Tweede Kamer + Eerste Kamer
o Verschillen kamers:
Hoeveel leden?
Wat voor soort leden?
, Op welke wijze verkozen?
Hoe vaak wordt er vergaderd?
- Kabinet minister-president + ministers
Kabinetsformatie:
- Informateurs kijken welke partijen mogelijk samen als kabinet zouden kunnen
regeren
- Verkenners bereiden het werk voor de informateur voor
- Formateur (minister-president) kijkt welke leden geschikt zijn om minister te
worden (of staatssecretarissen)
___________________________________________________________________________
Hoorcollege 1 – week 2
1e grondregel staatsorganisatie geen bevoegdheid zonder grondslag in wet of grondwet =
legaliteitsbeginsel
Voordelen goede wettelijke basis:
- Rechtszekerheid weten waar de burger aan toe is en gedrag daaropaan kunnen
passen
Wetten in formele zin gemaakt door regering + Staten-Generaal (art. 81 Grondwet)
- Staten-Generaal = 1e + 2e Kamer
- Nationaal wetgevingsniveau
Totstandkoming wetten in formele zin:
- Wat voor wet? Wie gaat er aan de slag?
o Ambtenaren/departementen Ambtelijke voorbereiding
- Overeenstemming inhoud wetsvoorstel door naar onderraad ministerraad
- Akkoord ministerraad advies Raad van State nader rapport naar Koning
- Koning aanbieding Tweede kamer schriftelijke behandeling: Verslag
- Verslag Tweede Kamer regering met Nota n.a.v. Verslag
- Mondelinge fase: plenaire behandeling Tweede Kamer
o Wijzingen: recht van amendement
- Akkoord wetsvoorstel Tweede Kamer Eerste Kamer verwerpt of neemt
wetsvoorstel aan
o Verkapt amendementsrecht = een tweede wetsvoorstel aanvragen die het
deel waar de eerste kamer mee oneens was in het eerste wetsvoorstel
aanpast vervolgens worden beide wetsvoorstellen goedgekeurd
- Eerste kamer keurt wetsvoorstel goed bekrachtiging regering
o Contraseign = handtekening minister van justitie en verantwoordelijke
minister naast de handtekening van de koning
o Bekendmaking en inwerkingtreding (art. 88 Grondwet)
Initiatiefwetsvoorstel = Tweede Kamer heeft recht van initiatief (zelf met een wetsvoorstel
komen)
, Wijziging Grondwet (Rigid Constitution):
- 1e lezing (zelfde als procedure gewoon wetsvoorstel)
o Eerst door tweede kamer heen door 1e kamer heen
(verwerpen/aannemen) bekrachtiging regering
- 2 lezing
e
o Na de ontbinding en verkiezingen van de Tweede Kamer moet het
wetsvoorstel tot wijziging opnieuw worden goedgekeurd
Twee-derde leden van tweede kamer en twee-derde van eerste kamer
moeten akkoord gaan
Nederland gedecentraliseerde eenheidsstaat
- Decentrale rechtsgemeenschappen met autonome bevoegdheden
- Onder toezicht van het rijk
Autonomie = gemeenten en provincies hebben eigen bevoegdheden tot regeling en bestuur
(op eigen initiatief)
Medebewind = medebewindsverordeningen komen tot stand ter uitvoering van hogere
wetgeving (niet op eigen initiatief, maar verplicht)
Gemeentelijke verordening (grond)wettelijke grondslag van de autonome bevoedgheid
tot regelgeving (art. 124 en 127 grondwet & art. 108 eerste lid, art. 147 eerste lid en art. 149
Gemeentewet.
- Grenzen beneden-, boven- en zijgrens
o Benedengrens = de raad mag uitsluitend verordeningen maken die een
gemeentelijk en openbaar belang dienen.
Geen particuliere belangen van ingezetenen treffen
o Bovengrens = lagere wetgeving mag niet in strijd zijn met hogere wetgeving
- Grenzen overschrijden onverbindend verklaren door de rechter
Hoorcollege 1 - week 3
Art. 42 lid 2 Grondwet koning is onschendbaar en de ministers zijn verantwoordelijk.
Vroeger:
- Koning nam alle besluiten persoonlijk
o Ministers voerden koninklijke besluiten uit
o Ministers waren alleen verantwoordelijk naar de koning
o Controle parlement praktisch nihil
Ontwikkeling parlementair stelsel invoering strafrechtelijke verantwoordelijkheid
ministers (art. 355 – 356 WvSr)
- Contraseign = verplichte medeondertekening door ministers van alle besluiten van de
koning.
Inleiding Publiekrecht
Carmen Faber
BOEK 1 staatsrecht
Hoorcollege 1 – Week 1
Staatsrecht is recht dat ziet op:
- Inhoud en functioneren van de instellingen van de staat
- Bevoegdheden om regels vast te stellen en besluiten te nemen
- Regulering/beperking staatsmacht (grondrechten)
Kenmerken rechtsstaat:
- Legaliteitsbeginsel
o Overheid mag alleen ingrijpende maatregelen nemen als er een wettelijke
grondslag is.
- Scheiding van machten
o Voorkomen willekeur en machtsmisbruik
o Wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht
- Onafhankelijke rechtelijke macht
- Grondrechten
- Democratiebeginsel
Hoofdrolspelers staatsrecht:
- Regering = koning + ministers
- Koning
o Staatshoofd = de persoon die het hoogste gezag vertegenwoordigt of
belichaamt in een land.
Benoeming en ontslag ministers
o Lid van regering
Betrokken bij alle beslissingen
- Ministerraad
o Beraadslaging over en bevordering van algemeen regeringsbeleid
o Belangrijke kabinetsstandpunten bespreken
o Ontwerpen van de wet
o Goedkeuring verdragen
o Benoemingsvoorstellen
- Ministers/staatssecretarissen
o Eigen beleidsterrein (ministerie) met minister aan het hoofd
o Staatssecretarissen zijn ondergeschikt aan de ministers
Niet stemmen in ministerraad, mag wel invallen voor minister
- Parlement (of Staten-Generaal) Tweede Kamer + Eerste Kamer
o Verschillen kamers:
Hoeveel leden?
Wat voor soort leden?
, Op welke wijze verkozen?
Hoe vaak wordt er vergaderd?
- Kabinet minister-president + ministers
Kabinetsformatie:
- Informateurs kijken welke partijen mogelijk samen als kabinet zouden kunnen
regeren
- Verkenners bereiden het werk voor de informateur voor
- Formateur (minister-president) kijkt welke leden geschikt zijn om minister te
worden (of staatssecretarissen)
___________________________________________________________________________
Hoorcollege 1 – week 2
1e grondregel staatsorganisatie geen bevoegdheid zonder grondslag in wet of grondwet =
legaliteitsbeginsel
Voordelen goede wettelijke basis:
- Rechtszekerheid weten waar de burger aan toe is en gedrag daaropaan kunnen
passen
Wetten in formele zin gemaakt door regering + Staten-Generaal (art. 81 Grondwet)
- Staten-Generaal = 1e + 2e Kamer
- Nationaal wetgevingsniveau
Totstandkoming wetten in formele zin:
- Wat voor wet? Wie gaat er aan de slag?
o Ambtenaren/departementen Ambtelijke voorbereiding
- Overeenstemming inhoud wetsvoorstel door naar onderraad ministerraad
- Akkoord ministerraad advies Raad van State nader rapport naar Koning
- Koning aanbieding Tweede kamer schriftelijke behandeling: Verslag
- Verslag Tweede Kamer regering met Nota n.a.v. Verslag
- Mondelinge fase: plenaire behandeling Tweede Kamer
o Wijzingen: recht van amendement
- Akkoord wetsvoorstel Tweede Kamer Eerste Kamer verwerpt of neemt
wetsvoorstel aan
o Verkapt amendementsrecht = een tweede wetsvoorstel aanvragen die het
deel waar de eerste kamer mee oneens was in het eerste wetsvoorstel
aanpast vervolgens worden beide wetsvoorstellen goedgekeurd
- Eerste kamer keurt wetsvoorstel goed bekrachtiging regering
o Contraseign = handtekening minister van justitie en verantwoordelijke
minister naast de handtekening van de koning
o Bekendmaking en inwerkingtreding (art. 88 Grondwet)
Initiatiefwetsvoorstel = Tweede Kamer heeft recht van initiatief (zelf met een wetsvoorstel
komen)
, Wijziging Grondwet (Rigid Constitution):
- 1e lezing (zelfde als procedure gewoon wetsvoorstel)
o Eerst door tweede kamer heen door 1e kamer heen
(verwerpen/aannemen) bekrachtiging regering
- 2 lezing
e
o Na de ontbinding en verkiezingen van de Tweede Kamer moet het
wetsvoorstel tot wijziging opnieuw worden goedgekeurd
Twee-derde leden van tweede kamer en twee-derde van eerste kamer
moeten akkoord gaan
Nederland gedecentraliseerde eenheidsstaat
- Decentrale rechtsgemeenschappen met autonome bevoegdheden
- Onder toezicht van het rijk
Autonomie = gemeenten en provincies hebben eigen bevoegdheden tot regeling en bestuur
(op eigen initiatief)
Medebewind = medebewindsverordeningen komen tot stand ter uitvoering van hogere
wetgeving (niet op eigen initiatief, maar verplicht)
Gemeentelijke verordening (grond)wettelijke grondslag van de autonome bevoedgheid
tot regelgeving (art. 124 en 127 grondwet & art. 108 eerste lid, art. 147 eerste lid en art. 149
Gemeentewet.
- Grenzen beneden-, boven- en zijgrens
o Benedengrens = de raad mag uitsluitend verordeningen maken die een
gemeentelijk en openbaar belang dienen.
Geen particuliere belangen van ingezetenen treffen
o Bovengrens = lagere wetgeving mag niet in strijd zijn met hogere wetgeving
- Grenzen overschrijden onverbindend verklaren door de rechter
Hoorcollege 1 - week 3
Art. 42 lid 2 Grondwet koning is onschendbaar en de ministers zijn verantwoordelijk.
Vroeger:
- Koning nam alle besluiten persoonlijk
o Ministers voerden koninklijke besluiten uit
o Ministers waren alleen verantwoordelijk naar de koning
o Controle parlement praktisch nihil
Ontwikkeling parlementair stelsel invoering strafrechtelijke verantwoordelijkheid
ministers (art. 355 – 356 WvSr)
- Contraseign = verplichte medeondertekening door ministers van alle besluiten van de
koning.