Tentamenstof tentamenweek 1 Inl. Rechtswetenschappen & Arrest lezen
Inl. Rechtswetenschappen:
- Boek
o Hfst 1, 2, 3.1 t/m 3.5.3, 4.1 + 4.2, 5 (m.u.v. 5.3), 6.4 t/m 6.6, 7, 9 (m.u.v. 9.4),
8, 10 (m.u.v. 10.4), 11.
o Personen?
o begrippen
- extra literatuur:
o Soeteman 11.7, 11.8
o Hallebeek en De Jong 2019
o Geeraets 9.4.2.2,
- Lectures 1 t/m 7 (voor ondersteuning/extra uitleg)
- Opdrachten doorlezen
- Studievragen bekijken (korte samenvatting)
Arrest lezen:
- Arresten
o Termen uitwerken
o Hoe antwoord je?
,H1 CONTEXTUALISME EN RECHTSBEGRIP
- Wat is recht?
o Positieve recht = recht dat in een land op een bepaald moment geldt
o Casus = concreet juridisch probleem
o Juridische dogmatiek = recht als systeem van regels
o Contextualisme = aandacht besteden aan de omstandigheden waarin het
recht functioneert
Recht in concreto > actuele zaken
Kijken naar de omstandigheden in welke het recht tot stand is
gekomen
Wet omvat niet alle mogelijke denkbare situaties
o Rechtswetenschap onderscheid:
Rechtsdogmatiek =
1. Studie van het geldend recht
2. Casuïstiek = geheel juridische casus
3. Ordening recht door tekstanalytische methoden
Taal > medium rechtspraak = een in woorden uitgedrukt
oordeel over het recht
Benaderingen van het recht vanuit andere wetenschappen
Multidisciplinariteit = andere wetenschappen dienen als
hulpwetenschappen; de resultaten ervan worden in het recht
gebruikt.
Interdisciplinariteit = wetenschappelijke verbondenheid en
samenwerking van disciplines op het niveau van hun
grondslagen.
o Tussen de rechtswetenschap en andere wetenschap
zijn er fundamentele punten van overeenkomst
- Taal van het recht
o Recht is als het leren van een nieuwe gemeenschappelijke taal
Rechtstaal is anders van dagelijks taalgebruik
Doel van de taal van het recht met eigen logica en
begripsvorming is om antwoord te kunnen geven op
maatschappelijke problemen, het reguleren en beheersen van
maatschappelijke werkelijkheid.
o Strafrecht > ultimum remedium = uiterste middel om
eigenrichting tussen individuen in de samenleving te
voorkomen.
o Wel functioneel herstel, maar geen emotioneel herstel
Wanneer iets niet past binnen de rechtstaal dan hebben wij te
maken met iets wat niet gezegd kan worden en dus niet
juridisch relevant is.
In de taal zit het probleem: woorden zijn niet altijd duidelijk en
de context heeft invloed op de betekenis > discursieve
grootheid = altijd voorlopige resultaat van een proces van
meningsvorming en overtuiging.
- Betekenis en context
, o Rechtsvinding = de rechter heeft tot taak om de betekenis van het geldende
recht vast te stellen in het licht van het geval waarover hij moet oordelen.
Casuïstische rechtsvinding = Juridisch relevant begrip wordt volledig
bepaald door de omstandigheden van het geval
Legaliteitsbeginsel > in de specifieke context moet de betekenis met
voldoende helderheid en exactheid te bepalen zijn, zodat de burger
zijn gedrag daarop kan afstemmen.
- Casuïstische rechtsvinding
o Regelgeleide rechtsvinding = rechtsvinding aan de hand van scherpe,
vaststaande regels die minder gericht is op de context van het geval en meer
op de toepassing en ontwikkeling van algemene regels.
Rechtseenheid = uniforme uitkomsten voor dezelfde gevallen
uitspraak moet in de toekomst voor gelijke gevallen ook van
toepassing kunnen zijn
Rechtsgelijkheid = gelijke gevallen moeten op gelijke wijze worden
behandeld (iedereen is in de wet gelijk > geen ongelijke behandeling)
Rechtszekerheid = men moet kunnen vertrouwen op de regelgeving
vooraf en de normering achteraf om hun gedrag daarop af te stellen
De letter van de wet is soms onduidelijk
Welke regel moet worden toegepast?
o Casuïstische rechtsvinding > billijkheid in concreto
Streven naar rechtvaardigheid
Wat is een rechtvaardige oplossing?
o Rechterlijk oordeel dient generaliseerbaar te zijn > er moeten regels aan
ontleent kunnen worden die ook in volgende gevallen voor toepassing in
aanmerking komen
- Stelling van het contextualisme
o Centrale stelling = Rechtsoordeel is altijd afhankelijk van de omstandigheden
van het geval
Een evenwicht in rechtsverscheidenheid en rechtseenheid, billijkheid
in concreto en rechtsgelijkheid, intuïtie en methode.
Toepassing bepaalde rechtsvinding afhankelijk van de context
> rechtsregel nodig of wenselijk?
Context speelt bij rechtsvinding altijd een rol op de
achtergrond > weelke omstandigheden worden wel/niet
meegenomen?
Er zullen altijd uitzonderingen op de regel zijn > gevallen
waarbij de rechtsregel aan de kant geschoven wordt.
o Open texture = de consequentie van zowel eigenschappen van de taal als van
eigenschappen van de wereld waarin wij leven.
De wet omvat niet alle denkbare omstandigheden
Rechterlijk oordeel altijd contextueel bepaald
Context binden aan algemene begrippen om het recht te begrijpen
Ervaringsgegevens:
Juristen kunnen van mening verschillen over het toepasselijk
recht en zijn interpretatie, maar het eens zijn over het
rechtsoordeel.
, Met de beschikbaarheid van meer kennis over de feitelijke
omstandigheden dringt het rechtsoordeel zich als vanzelf op.
o Maatschappelijke context > verbreding van het recht op tot wat er feitelijk
gebeurt in en om het recht.
o Kritische context > reflectie op de aan het recht ten grondslag liggende
waarden
H2 RECHTSBEGRIP EN INDELING JURIDISCH LANDSCHAP
- Rechtsbegrip
o Driehoekmodel > 3 elementen van het recht
Normatieve (juridische) moment = geheel van regels, beslissingen en
beginselen (positief recht) die op dat moment in een bepaald land
geldt. Positief recht verschaft normen voor menselijk gedrag.
Wat we niet mogen (verboden), moeten (geboden) en mogen
(bevoegdheden).
Naleving rechtsnormen = rechtmatige situatie
Overtreding rechtsnormen = onrechtmatige
situatie/wederrechtelijk gedrag
Ideële (filosofische) moment = geheel van ideeën, waarden en
opvattingen dat als leidraad en toetssteen fungeert voor het positief
recht.
Goed en kwaad/Onrechtvaardig en rechtvaardig
Spanning tussen geldende recht (recht zoals het nu is) en
wenselijk recht (recht zoals het moet zijn)
Actuele (sociologische) moment = geheel van maatschappelijke
gebruiken en praktijken dat tot het positieve recht heeft geleid OF de
maatschappelijke gebruiken en praktijken die uit het recht
voortvloeien.
hoe het menselijk gedrag er daadwerkelijk aan toe gaat in de
praktijk
o Juridisch probleem > problemen waar rechtsregels voor zijn.
Hoort dit probleem wel door het recht opgelost te worden?
Wrongful birth > rechters beperken zich niet tot argumenten
die zij uitdrukkelijk aan rechtsbronnen ontlenen, maar zij doen
soms ook een beroep op waarden en mogelijke beleidsdoelen.
o Grenzen recht vallen niet precies samen met wat uit de
klassieke rechtsbronnen kan worden afgeleid, maar
strekken zich uit over het domein van moraal en
politiek.
- Achtergrond recht als systeem
o Het leren van de rechtstaal en -cultuur
Juridische begrippen problematisch:
Intensionele vaagheid = onduidelijkheid over wat de term
precies inhoudt
Extensionele vaagheid = onduidelijkheid over de gevallen waar
het begrip op slaat
Inl. Rechtswetenschappen:
- Boek
o Hfst 1, 2, 3.1 t/m 3.5.3, 4.1 + 4.2, 5 (m.u.v. 5.3), 6.4 t/m 6.6, 7, 9 (m.u.v. 9.4),
8, 10 (m.u.v. 10.4), 11.
o Personen?
o begrippen
- extra literatuur:
o Soeteman 11.7, 11.8
o Hallebeek en De Jong 2019
o Geeraets 9.4.2.2,
- Lectures 1 t/m 7 (voor ondersteuning/extra uitleg)
- Opdrachten doorlezen
- Studievragen bekijken (korte samenvatting)
Arrest lezen:
- Arresten
o Termen uitwerken
o Hoe antwoord je?
,H1 CONTEXTUALISME EN RECHTSBEGRIP
- Wat is recht?
o Positieve recht = recht dat in een land op een bepaald moment geldt
o Casus = concreet juridisch probleem
o Juridische dogmatiek = recht als systeem van regels
o Contextualisme = aandacht besteden aan de omstandigheden waarin het
recht functioneert
Recht in concreto > actuele zaken
Kijken naar de omstandigheden in welke het recht tot stand is
gekomen
Wet omvat niet alle mogelijke denkbare situaties
o Rechtswetenschap onderscheid:
Rechtsdogmatiek =
1. Studie van het geldend recht
2. Casuïstiek = geheel juridische casus
3. Ordening recht door tekstanalytische methoden
Taal > medium rechtspraak = een in woorden uitgedrukt
oordeel over het recht
Benaderingen van het recht vanuit andere wetenschappen
Multidisciplinariteit = andere wetenschappen dienen als
hulpwetenschappen; de resultaten ervan worden in het recht
gebruikt.
Interdisciplinariteit = wetenschappelijke verbondenheid en
samenwerking van disciplines op het niveau van hun
grondslagen.
o Tussen de rechtswetenschap en andere wetenschap
zijn er fundamentele punten van overeenkomst
- Taal van het recht
o Recht is als het leren van een nieuwe gemeenschappelijke taal
Rechtstaal is anders van dagelijks taalgebruik
Doel van de taal van het recht met eigen logica en
begripsvorming is om antwoord te kunnen geven op
maatschappelijke problemen, het reguleren en beheersen van
maatschappelijke werkelijkheid.
o Strafrecht > ultimum remedium = uiterste middel om
eigenrichting tussen individuen in de samenleving te
voorkomen.
o Wel functioneel herstel, maar geen emotioneel herstel
Wanneer iets niet past binnen de rechtstaal dan hebben wij te
maken met iets wat niet gezegd kan worden en dus niet
juridisch relevant is.
In de taal zit het probleem: woorden zijn niet altijd duidelijk en
de context heeft invloed op de betekenis > discursieve
grootheid = altijd voorlopige resultaat van een proces van
meningsvorming en overtuiging.
- Betekenis en context
, o Rechtsvinding = de rechter heeft tot taak om de betekenis van het geldende
recht vast te stellen in het licht van het geval waarover hij moet oordelen.
Casuïstische rechtsvinding = Juridisch relevant begrip wordt volledig
bepaald door de omstandigheden van het geval
Legaliteitsbeginsel > in de specifieke context moet de betekenis met
voldoende helderheid en exactheid te bepalen zijn, zodat de burger
zijn gedrag daarop kan afstemmen.
- Casuïstische rechtsvinding
o Regelgeleide rechtsvinding = rechtsvinding aan de hand van scherpe,
vaststaande regels die minder gericht is op de context van het geval en meer
op de toepassing en ontwikkeling van algemene regels.
Rechtseenheid = uniforme uitkomsten voor dezelfde gevallen
uitspraak moet in de toekomst voor gelijke gevallen ook van
toepassing kunnen zijn
Rechtsgelijkheid = gelijke gevallen moeten op gelijke wijze worden
behandeld (iedereen is in de wet gelijk > geen ongelijke behandeling)
Rechtszekerheid = men moet kunnen vertrouwen op de regelgeving
vooraf en de normering achteraf om hun gedrag daarop af te stellen
De letter van de wet is soms onduidelijk
Welke regel moet worden toegepast?
o Casuïstische rechtsvinding > billijkheid in concreto
Streven naar rechtvaardigheid
Wat is een rechtvaardige oplossing?
o Rechterlijk oordeel dient generaliseerbaar te zijn > er moeten regels aan
ontleent kunnen worden die ook in volgende gevallen voor toepassing in
aanmerking komen
- Stelling van het contextualisme
o Centrale stelling = Rechtsoordeel is altijd afhankelijk van de omstandigheden
van het geval
Een evenwicht in rechtsverscheidenheid en rechtseenheid, billijkheid
in concreto en rechtsgelijkheid, intuïtie en methode.
Toepassing bepaalde rechtsvinding afhankelijk van de context
> rechtsregel nodig of wenselijk?
Context speelt bij rechtsvinding altijd een rol op de
achtergrond > weelke omstandigheden worden wel/niet
meegenomen?
Er zullen altijd uitzonderingen op de regel zijn > gevallen
waarbij de rechtsregel aan de kant geschoven wordt.
o Open texture = de consequentie van zowel eigenschappen van de taal als van
eigenschappen van de wereld waarin wij leven.
De wet omvat niet alle denkbare omstandigheden
Rechterlijk oordeel altijd contextueel bepaald
Context binden aan algemene begrippen om het recht te begrijpen
Ervaringsgegevens:
Juristen kunnen van mening verschillen over het toepasselijk
recht en zijn interpretatie, maar het eens zijn over het
rechtsoordeel.
, Met de beschikbaarheid van meer kennis over de feitelijke
omstandigheden dringt het rechtsoordeel zich als vanzelf op.
o Maatschappelijke context > verbreding van het recht op tot wat er feitelijk
gebeurt in en om het recht.
o Kritische context > reflectie op de aan het recht ten grondslag liggende
waarden
H2 RECHTSBEGRIP EN INDELING JURIDISCH LANDSCHAP
- Rechtsbegrip
o Driehoekmodel > 3 elementen van het recht
Normatieve (juridische) moment = geheel van regels, beslissingen en
beginselen (positief recht) die op dat moment in een bepaald land
geldt. Positief recht verschaft normen voor menselijk gedrag.
Wat we niet mogen (verboden), moeten (geboden) en mogen
(bevoegdheden).
Naleving rechtsnormen = rechtmatige situatie
Overtreding rechtsnormen = onrechtmatige
situatie/wederrechtelijk gedrag
Ideële (filosofische) moment = geheel van ideeën, waarden en
opvattingen dat als leidraad en toetssteen fungeert voor het positief
recht.
Goed en kwaad/Onrechtvaardig en rechtvaardig
Spanning tussen geldende recht (recht zoals het nu is) en
wenselijk recht (recht zoals het moet zijn)
Actuele (sociologische) moment = geheel van maatschappelijke
gebruiken en praktijken dat tot het positieve recht heeft geleid OF de
maatschappelijke gebruiken en praktijken die uit het recht
voortvloeien.
hoe het menselijk gedrag er daadwerkelijk aan toe gaat in de
praktijk
o Juridisch probleem > problemen waar rechtsregels voor zijn.
Hoort dit probleem wel door het recht opgelost te worden?
Wrongful birth > rechters beperken zich niet tot argumenten
die zij uitdrukkelijk aan rechtsbronnen ontlenen, maar zij doen
soms ook een beroep op waarden en mogelijke beleidsdoelen.
o Grenzen recht vallen niet precies samen met wat uit de
klassieke rechtsbronnen kan worden afgeleid, maar
strekken zich uit over het domein van moraal en
politiek.
- Achtergrond recht als systeem
o Het leren van de rechtstaal en -cultuur
Juridische begrippen problematisch:
Intensionele vaagheid = onduidelijkheid over wat de term
precies inhoudt
Extensionele vaagheid = onduidelijkheid over de gevallen waar
het begrip op slaat