Klinische Psychologie
Week 1
Hc 1
Pinel ⇒ simpel classificatie systeem, humane behandeling
Rush ⇒ morele behandeling, liet men alledaagse dingen doen, opzoek naar oorzaak
Kraeplin ⇒ 1e morele classificatie, focus op biologische oorzaken
Freud ⇒ psycho analyse, van bio oorzaak → psychologische oorzaak
Boulder model
Focust op training van psychologen
‘scientist -practioner benadering’ → wetenschapper + werken in de praktijk
Shakow rapport
‘Heilige 3 eenheid’ voor het zijn van een goede psycholoog:
● Diagnostiek
● Therapie
● Onderzoek
Definities voor abnormaal
Abnormaal = afwijkend vd sociale norm
Abnormaal = afwijkend vd statische norm
Abornaal = disfunctioneren
Abnormaal = distressing (psychotisch lijden)
Abnormaal = diseased
Biologisch reductionisme = alles biologisch verklaren
Hc 2
3 primaire angststoornissen: fight, flight, freeze
Specifieke fobie: extreme angst voor voorwerp, ding of situ
- Doen er alles aan om te vermijden
- Angst is buiten proportie t.o.v gevraar
- Langer dan 6 mnd (persistent) & belemmert dagelijks leven
★ Mowrers 2 factoren model:
Fobieën bestaan door 2 leerprocessen:
1) Klassieke conditionering (S-R model)
2) Operante conditionering
Klassieke conditionering
Stel je wordt gebeten door een hond
,US = hondenbeet
UR = angst
Daarna je hoort een hond blaffen
CS = geluid of zicht van hond
CR = angst
⇒ Angst is nu geconditioneerd
Operante conditionering
Vermijden zorgt voor opluchting (beloning)
Daardoor leer je vermijden = goed ⇒ angst blijft bestaan
Vicarious learning = leren door observatie (angst kan zich ontw zonder zelf een nega ervaring
te hebben)
Mowrers model voldoet niet
- Ziet brein als black box (negeert wat er in hoofd gebeurt
- Niet ied met fobie heeft aversie ervaring (gebeten door hond)
- Niet ied die is gebeten door een hond heeft een fobie
- Ucs inflatie: pas een stoornis ontwikkelen nadat je leert dat de beet dodelijk had kunnen
zijn
Omdat model niet voldoet → S-S model
⇒ Richt zich op cognitieve verwachtingen in plaats van puur gedrag
De CS (bijv. een hond) herinnert je aan of voorspelt de US (bijv. een
beet).
⇒ Daardoor voel je angst (de CR).
Dus de CS (hond) activeert het idee of de verwachting van de UCS (de
beet), en dat veroorzaakt de angst.
Oude S-R model: CS ⇒ CR
S-S model: CS ⇒ verwachting US ⇒ CR
Model van Davey bouwt voort op S-S model
“Alleen de verwachting van wat er gaat gebeuren (de US) is niet genoeg —
het gaat er ook om hoe je die verwachte gebeurtenis beoordeelt.”
CS ⇒ Outcome expecatancy ⇒ cognitieve representatie US ⇒ evaluatie US ⇒ CR
Je ziet hond ⇒ Hij gaat me bijten ⇒ Je ziet in je hoofd de beet ⇒ Dit is eng ⇒ je voelt angst
, Outcome expectancy:
- Modeling / observatie → heb je anderen bang zien reageren?
- Eerdere ervaring → ben je zelf gebeten?
- Latente inhibitie → was je vroeger juist gewend aan honden (dan is de kans kleiner dat
je bang wordt). Def: moeilijker conditioneren” door eerdere, veilige ervaring met een
stimulus.
Evaluatie US
- Hoe erg de US was (hoe pijnlijk of bedreigend).
Hoe kwetsbaar je denkt te zijn (“ik kan dat niet aan”).
- Copingvaardigheden (“ik weet hoe ik moet reageren”) > werkt averechts: ‘denk niet aan
roze olifant’
Behandeling specifieke fobieen
Exposure in vivo (blootstelling in het echt)
⇒ Doel: De vermeden situaties of prikkels weer opzoeken, zodat je leert dat ze niet (meer)
gevaarlijk zijn (door niet meer te vermijden)
Vroeger:
> Graduele exposure (stapsgewijs) en hierarchischb
Nu:
> Gedragsexperimenten = cognitieve gedrags therapie
● Externe context ⇒ oefenen in echte relevante situaties (niet alleen in therapie ruimte)
● Interne context ⇒ lichamelijke & emotionele context tijdens exposure → leren dat
spanning en hartkloppingen geen teken van gevaar zijn
Veiligheidsgedrag: bij niet vermijden van een situatie dan wel veilig stellen
Week 1
Hc 1
Pinel ⇒ simpel classificatie systeem, humane behandeling
Rush ⇒ morele behandeling, liet men alledaagse dingen doen, opzoek naar oorzaak
Kraeplin ⇒ 1e morele classificatie, focus op biologische oorzaken
Freud ⇒ psycho analyse, van bio oorzaak → psychologische oorzaak
Boulder model
Focust op training van psychologen
‘scientist -practioner benadering’ → wetenschapper + werken in de praktijk
Shakow rapport
‘Heilige 3 eenheid’ voor het zijn van een goede psycholoog:
● Diagnostiek
● Therapie
● Onderzoek
Definities voor abnormaal
Abnormaal = afwijkend vd sociale norm
Abnormaal = afwijkend vd statische norm
Abornaal = disfunctioneren
Abnormaal = distressing (psychotisch lijden)
Abnormaal = diseased
Biologisch reductionisme = alles biologisch verklaren
Hc 2
3 primaire angststoornissen: fight, flight, freeze
Specifieke fobie: extreme angst voor voorwerp, ding of situ
- Doen er alles aan om te vermijden
- Angst is buiten proportie t.o.v gevraar
- Langer dan 6 mnd (persistent) & belemmert dagelijks leven
★ Mowrers 2 factoren model:
Fobieën bestaan door 2 leerprocessen:
1) Klassieke conditionering (S-R model)
2) Operante conditionering
Klassieke conditionering
Stel je wordt gebeten door een hond
,US = hondenbeet
UR = angst
Daarna je hoort een hond blaffen
CS = geluid of zicht van hond
CR = angst
⇒ Angst is nu geconditioneerd
Operante conditionering
Vermijden zorgt voor opluchting (beloning)
Daardoor leer je vermijden = goed ⇒ angst blijft bestaan
Vicarious learning = leren door observatie (angst kan zich ontw zonder zelf een nega ervaring
te hebben)
Mowrers model voldoet niet
- Ziet brein als black box (negeert wat er in hoofd gebeurt
- Niet ied met fobie heeft aversie ervaring (gebeten door hond)
- Niet ied die is gebeten door een hond heeft een fobie
- Ucs inflatie: pas een stoornis ontwikkelen nadat je leert dat de beet dodelijk had kunnen
zijn
Omdat model niet voldoet → S-S model
⇒ Richt zich op cognitieve verwachtingen in plaats van puur gedrag
De CS (bijv. een hond) herinnert je aan of voorspelt de US (bijv. een
beet).
⇒ Daardoor voel je angst (de CR).
Dus de CS (hond) activeert het idee of de verwachting van de UCS (de
beet), en dat veroorzaakt de angst.
Oude S-R model: CS ⇒ CR
S-S model: CS ⇒ verwachting US ⇒ CR
Model van Davey bouwt voort op S-S model
“Alleen de verwachting van wat er gaat gebeuren (de US) is niet genoeg —
het gaat er ook om hoe je die verwachte gebeurtenis beoordeelt.”
CS ⇒ Outcome expecatancy ⇒ cognitieve representatie US ⇒ evaluatie US ⇒ CR
Je ziet hond ⇒ Hij gaat me bijten ⇒ Je ziet in je hoofd de beet ⇒ Dit is eng ⇒ je voelt angst
, Outcome expectancy:
- Modeling / observatie → heb je anderen bang zien reageren?
- Eerdere ervaring → ben je zelf gebeten?
- Latente inhibitie → was je vroeger juist gewend aan honden (dan is de kans kleiner dat
je bang wordt). Def: moeilijker conditioneren” door eerdere, veilige ervaring met een
stimulus.
Evaluatie US
- Hoe erg de US was (hoe pijnlijk of bedreigend).
Hoe kwetsbaar je denkt te zijn (“ik kan dat niet aan”).
- Copingvaardigheden (“ik weet hoe ik moet reageren”) > werkt averechts: ‘denk niet aan
roze olifant’
Behandeling specifieke fobieen
Exposure in vivo (blootstelling in het echt)
⇒ Doel: De vermeden situaties of prikkels weer opzoeken, zodat je leert dat ze niet (meer)
gevaarlijk zijn (door niet meer te vermijden)
Vroeger:
> Graduele exposure (stapsgewijs) en hierarchischb
Nu:
> Gedragsexperimenten = cognitieve gedrags therapie
● Externe context ⇒ oefenen in echte relevante situaties (niet alleen in therapie ruimte)
● Interne context ⇒ lichamelijke & emotionele context tijdens exposure → leren dat
spanning en hartkloppingen geen teken van gevaar zijn
Veiligheidsgedrag: bij niet vermijden van een situatie dan wel veilig stellen