Fase Inhoudelijke kant Omgevingsaspect, ik Positieve
van de fase, 2 ontwikkeling uitkomst van de
componenten crisis
Oraal Fundamenteel 1. Geborgenheid - Hoop
sensorisch vertrouwen VS 2. Warme relatie hebben voor
stadium fundamenteel met moeder de toekomst
- Baby 0-1 wantrouwen - Vertrouwen
jaar hebben in
het leven
Anaal Autonomie VS Rechtvaardige en - Zelfcontrole
musculair schaamte en twijfel oordeelkundige ouders - Wilskracht
stadium: - Omgaan met
- Peutertijd regels en
- 1.5 - jaar grenzen
Locomotorisch Initiatief en fantasie Gezonde gezinssituatie Doelgerichtheid
genitale VS tegenover
stadium schuldgevoel
- Kleutertijd
- 4-6 jaar
Latentiefase Overdreven ijver VS Belangstellende Leerbare
- Schoolleefti minderwaardigheids volwassenen houding
jd gevoelens Trouw en
- 6-11 jaar leergierigheid
Puberteit en Identiteit VS Bevestiging Bewuste keuzes
adolescentie identiteitsverwarring Conformatie van kunnen maken
- 11-22 jaar te snel vastleggen volwassenen
van identiteit = Affirmatie
foreclosure
Jongvolwasse Sociaal emotioneel Levenspartner en Liefde en
nheid isolement VS intieme contacten gehectheid
intimiteit en
afhankelijkheid
Ontwikkelingsfasen van Erikson
, Cognitieve ontwikkelingsstadia volgens Piaget
Fase Ontwikkelingsstadia Handelingen
Sensomotorisch 1. Modificatie van 1. Variatie in
stadium reflex zuigintensiteit
- 0-1 jaar - 0-1 maand 2. Baby’s zuigen
2. Primaire circulaire reflexmatig op wat ze
reactie in hun mond krijgen en
- 1-4 maanden reiken naar wat ze in
3. Secundaire hun hand hebben
circulaire reactie 3. Bij herhaalde
- 4-8 maanden handelingen zijn extra
4. Tertiaire circulatie objecten betrokken
- 12-18 maanden 4. Handelingen treden
5. Representatiestart meer naar buiten
- 18-24 maanden 5. Handelend denken
Pre- operationeel 1. Pre conceptuele 1. Doen alsof spel, een
stadium periode zelf ontvangen straf
- 1-6/7 jaar - 2-4 jaar 2. Artificialisme, oorzaak-
2. Intuïtieve periode gevolg denken
- 4-6 jaar
Concreet Gehele periode Operationeel denken
operationeel stadium - Informatie heeft
- 6-11 jaar betrekking op realistische
concreet voorstelbare
situaties
- Kind kan mentaal
operaties uitvoeren als
gedachtehandeling
- Klasse inductie
- Seriatie = kind kan op
basis van kenmerken
ordeningen aanbrengen
- Transiviteit = twee relaties
tot een logische conclusie
brengen
Formeel-operationeel Gehele periode Hypothetisch deductief
stadium vermogen,
- Vanaf 12 jaar abstractievermogen
van de fase, 2 ontwikkeling uitkomst van de
componenten crisis
Oraal Fundamenteel 1. Geborgenheid - Hoop
sensorisch vertrouwen VS 2. Warme relatie hebben voor
stadium fundamenteel met moeder de toekomst
- Baby 0-1 wantrouwen - Vertrouwen
jaar hebben in
het leven
Anaal Autonomie VS Rechtvaardige en - Zelfcontrole
musculair schaamte en twijfel oordeelkundige ouders - Wilskracht
stadium: - Omgaan met
- Peutertijd regels en
- 1.5 - jaar grenzen
Locomotorisch Initiatief en fantasie Gezonde gezinssituatie Doelgerichtheid
genitale VS tegenover
stadium schuldgevoel
- Kleutertijd
- 4-6 jaar
Latentiefase Overdreven ijver VS Belangstellende Leerbare
- Schoolleefti minderwaardigheids volwassenen houding
jd gevoelens Trouw en
- 6-11 jaar leergierigheid
Puberteit en Identiteit VS Bevestiging Bewuste keuzes
adolescentie identiteitsverwarring Conformatie van kunnen maken
- 11-22 jaar te snel vastleggen volwassenen
van identiteit = Affirmatie
foreclosure
Jongvolwasse Sociaal emotioneel Levenspartner en Liefde en
nheid isolement VS intieme contacten gehectheid
intimiteit en
afhankelijkheid
Ontwikkelingsfasen van Erikson
, Cognitieve ontwikkelingsstadia volgens Piaget
Fase Ontwikkelingsstadia Handelingen
Sensomotorisch 1. Modificatie van 1. Variatie in
stadium reflex zuigintensiteit
- 0-1 jaar - 0-1 maand 2. Baby’s zuigen
2. Primaire circulaire reflexmatig op wat ze
reactie in hun mond krijgen en
- 1-4 maanden reiken naar wat ze in
3. Secundaire hun hand hebben
circulaire reactie 3. Bij herhaalde
- 4-8 maanden handelingen zijn extra
4. Tertiaire circulatie objecten betrokken
- 12-18 maanden 4. Handelingen treden
5. Representatiestart meer naar buiten
- 18-24 maanden 5. Handelend denken
Pre- operationeel 1. Pre conceptuele 1. Doen alsof spel, een
stadium periode zelf ontvangen straf
- 1-6/7 jaar - 2-4 jaar 2. Artificialisme, oorzaak-
2. Intuïtieve periode gevolg denken
- 4-6 jaar
Concreet Gehele periode Operationeel denken
operationeel stadium - Informatie heeft
- 6-11 jaar betrekking op realistische
concreet voorstelbare
situaties
- Kind kan mentaal
operaties uitvoeren als
gedachtehandeling
- Klasse inductie
- Seriatie = kind kan op
basis van kenmerken
ordeningen aanbrengen
- Transiviteit = twee relaties
tot een logische conclusie
brengen
Formeel-operationeel Gehele periode Hypothetisch deductief
stadium vermogen,
- Vanaf 12 jaar abstractievermogen