§1 Aangeboren hartafwijking
Als foetus krijg je zuurstof en voedingsstoffen binnen via de placenta en de navelstreng. Bij
de geboorte verandert de bloedsomloop, doordat je je longen moet gaan gebruiken. Het
ovale venster groeit dicht en de ductus arteriosis verschrompelt en verdwijnt.
Bij eencellige organismen en dieren die uit enkele cellagen zijn opgebouwd vindt transport
plaats doormiddel van diffusie (kleine afstanden). Bij grotere organismen is een speciaal
circulatiesysteem nodig, zoals een bloedsomloop. Het hart pompt het bloed dan door de
bloedvaten. Dit gaat sneller dan diffusie.
In een gesloten bloedsomloop is het bloed in bloedvaten
gescheiden van de lichaamsvloeistof. Het transport is hierbij
effectiever dan bij een open bloedsomloop.
In een enkelvoudige bloedsomloop stroomt het bloed per
omloop één keer door het hart.
De rechterhelft van het hart van een mens pompt bloed naar de
longen. Vanuit de longen stroomt het bloed naar de
linkerharthelft. Dit noemen we de kleine bloedsomloop. Het
bloed neemt hierbij zuurstof op en geeft koolstofdioxide af.
De linkerhelft van het hart pompt het bloed het hele lichaam door.
Het stroomt door alle organen en vanuit daar stroomt het weer
terug naar de rechterharthelft. Dit heet de grote bloedsomloop.
Hierbij worden zuurstof en voedingsstoffen afgegeven aan de
cellen en koolstofdioxide en andere afvalstoffen opgenomen in
het bloed.
De bloedsomloop bij de mens noemen we een dubbele
bloedomloop, omdat het bloed twee keer door het hart stroomt.
Hiermee kan een hogere druk worden bereikt dan bij een
enkelvoudige bloedsomloop.
, De meest voorkomende aangeboren hartafwijking is ventrikelseptumdefect (VDS) waarbij
een opening bestaat tussen de beide hartkamers.
§2 Het hart
De kransslagaders voorzien het hartspierweefsel van zuurstof en voedingstoffen. De
kransaders monden rechtstreeks uit in de rechterboezem. Het bloed van het lichaam komt
het hart binnen via de onderste en bovenste holle ader, die uitmonden in de
rechterboezem. Vanuit hier stroomt het bloed naar de rechterkamer en deze pompt het
bloed in de longslagader die zich vertakt naar beide longen. Het bloed uit de longen stroomt
via de longslagaders terug naar het hart en komt terecht in de linkerboezem, en daarna
naar de linkerkamer. De linkerkamer pompt het bloed in de aorta en vanuit daar stroomt het
door naar de organen.
De boezem en kamers zijn gescheiden door hartkleppen en aan het begin van de
longslagader en aorta bevinden zich halvemaanvormige kleppen. Het hart is ook omgeven
door een hartzakje, waartussen zich een laagje vloeistof bevindt.