, 1. Welke van de onderstaande antwoorden behoord niet tot 1 van de 4 rechtsbronnen?
A. De jurisprudentie
B. De gewoonte
C. Normen
2. Wat is de hoogste wetgever in Nederland?
A. De Staten-Generaal en de regering
B. De rechters
C. De regering
3. Hoe wordt een regeling van de professionele staten of gemeente genoemd?
A. Verordening
B. Wet
C. Regeling van professionele staten of gemeente
4. Wat houdt het in als een verdrag tussen verschillende staten door de staten geratificeerd
is?
A. Dan is dit verdrag afgewezen door een van de staten.
B. Dan hebben de staten zich ermee akkoord verklaard
C. Dan is dit verdrag gewijzigd
5. Wat houdt aanvullend recht in?
A. Regels die alleen gelden als specifieke afspraken ontbreken
B. Regels die je zelf mag kiezen
C. Regels die altijd extra aanvulling geven
6. Wat bevat het publiekrecht?
A. Betrekkingen op de rechtsverhouding tussen (rechts)personen
B. Bevat regels voor het uitoefenen van gezag door de overheid in haar relatie met de
burger en tussen overheidsorganen onderling
C. Bevat alleen regels over sociale zekerheid
7. Wat houdt het zorgvuldigheidsbeginsel in?
A. Dwingt het bestuursorgaan om gelijke gevallen gelijk te behandelen
B. Bestuursorgaan moet zijn besluit goed motiveren
C. Verlangt van het bestuursorgaan dat het een besluit zorgvuldig voorbereid en de
belangen zorgvuldig afweegt
8. Wat voor regels komen er in de functionele rechtsgebieden voor?
A. Privaatrechtelijke regels
B. Publiekrechtelijke regels
C. Zowel privaat- als publiekrechtelijke regels