N ederlands periode 5
Modellen van het leesproces
Bottom-op-model:
- Lezen van letter naar woord(groep) naar betekenis
- Maar: vaak lees je toch ook op zinsniveau, op basis van leeservaring en context
Top-down-model:
- Tekst voorspellen op basis van verwachtingen en daarna controleren of dat er staat
Interactiemodel:
- Wisselwerking van bottom-up en top-down model
- Meest realistische weergave leesproces Foneem
knopen
Fonologisch coherentiemodel:
- Uitwisseling van informatie tussen: Semantische
o Kennis van spraakklanken (foneemknopen) kenmerkknopen
o Kennis van letters (letterknopen)
o Kennis van betekenis (semantische knopen)
Letter
Fasen van het lezen (Ehri & McCormick 1998) knopen
- Pre-alfabetische fase = voorschools en pseudolezen
- Partieel alfabetische fase = een of enkele letters
- Volledig alfabetische fase = alle letters
- Geconsolideerde alfabetische fase = vloeiend en vlot
- Geautomatiseerde alfabetische fase = flexibel toepassen leesstrategieën
Alfabetisch principe
Kinderen ontdekken dat woorden zijn opgebouwd uit klanken en dat letters met die klanken
corresponderen en leggen de foneem – grafeemkoppeling. Kinderen kunnen door de foneem –
grafeemkoppeling woorden die ze nog niet eerder hebben gezien, lezen en schrijven.
Elementaire leeshandeling
Stap 1: leesrichting van links naar rechts
Stap 2: visuele analyse in grafemen
Stap 3: foneem – grafeemkoppeling
Stap 4: fonemen en/of grafemen in juiste volgorde onthouden
Stap 5: auditieve synthese
Stap 6: betekenis geven
Fonemen: een woord kun je verdelen in afzonderlijke klanken. Die klanken noemen we in theorie
ook wel fonemen.
Functionele geletterdheid en functioneel analfabetisme:
De vaardigheid om zich in een geletterde samenleving te kunnen redden, noemen we ook wel
functionele geletterdheid.