Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Historische ontwikkeling van het publiekrecht hoorcollege

Rating
-
Sold
-
Pages
54
Uploaded on
20-01-2021
Written in
2018/2019

Hoorcollege is compleet en met handige tips bij HC 12!

Institution
Course

Content preview

Historische ontwikkeling van het publiekrecht HC 1

Bepaalde tentamenvragen zullen altijd in de Tentamen instaan:
-Of een bepaalde wetgeving een codificatie is?
-Is ons eigen Burgerlijke wetboek van 1858 een codificatie?
-De Kreten van Gratia ius is dat een codificatie?
-Welke motieven zitten achter een codificatie?
-Trias Politica vraag: is het verlenen van toestemming voor het huwelijk van Willem Aleander
en Maxima overeenkomstig de eisen van Trias Politica?
- Vraag over Helden
-Vraag 5 altijd over Papinianius (jongere wet gaat voor oudere wet)
-Ongeveer 10 vragen gaat over het hoorcolleges
-Ongeveer 10 vragen gaat over het boek
-Geen vragen over jaartallen, behalve jaartal Franse Revolutie (1789)  In beginsel niet naar
Namen behalve de 10 helden en de makers en opstellers van de Codificatie.

Verschil continent en Verenigd Koninkrijk
Op het continent vormen codificaties de belangrijkste rechtsbron. En het verenigd Koninkrijk
is dat de rechtspraak. Het gaat om de codificatie van het Burgerlijke recht in verschillende
Europese landen, omdat de Burgerlijke wetboeken veel langere geschiedenis hebben als
strafrecht of iets anders.

Publiekrecht
Welke rechtsgebieden horen tot het Publiekrecht?
Wat onder Publiekrecht valt verschilt per land/tijdvak.
Rechtsgebieden:
1. Staatsrecht – Heeft 2 functies: Instrumentele functie en waarborg functie. Instrumenteel:
Het staatsrecht regelt de bevoegdheden die betrekking hebben op de inrichting van de
staatsbestel en het functioneren hiervan. De bevoegdheid die centraal staat is de
bevoegdheid tot wetgeving. De belangrijkste wet waarin deze bevoegdheid wordt gegeven is
de Grondwet art. 81 jo 89 GW. Codificatie synoniem = Wetboeken = wet.
Waarborgfunctie = bescherming van de burger tegen de staat. De Grondwet bevat een
aantal bepalingen die aan de burger een staatsvrije sfeer toekennen. Vb. De vrijheid van
Godsdienst, de vrijheid van meningsuiting etc.
2. Strafrecht – Heeft 2 functies: instrumentele functie en waarborgfunctie. Instrumenteel:
De staat heeft bevoegdheden om feiten/ het gedrag die wij in het kader van het algemeen
belang onwenselijk te vinden op te sporen, te vervolgen en te berechten. Daartoe kent het
Strafrecht zogeheten absolute verboden. Je mag iets niet en er is geen uitzondering
mogelijk. Voorbeeld je mag niet iemand doden, je mag niet dronken in de auto rijden, je mag
niet stelen etc. Daarnaast kent het Strafrecht een waarborgfunctie. In het wetboek van
Strafrecht en het wetboek van Strafvordering staan waarborgen voor de burger tegen het
overheidsoptreden. Ook art. 16 GW bevat waarborgen tegen het overheidsoptreden.
Het is niet altijd duidelijk wat wij vanuit algemeen belang strafwaardig gedrag vinden. Dat
verschilt heel veel per land per tijd en per cultuur. Voorbeeld: Het Romeinse recht vond
diefstal, zaak beschadiging, roof van vrouwen, belediging volkomen privaatrechtelijk. Als je
een zaak bij iemand stal, dan was er geen strafrechter in beschikking maar alleen een
privaatrechter beschikbaar om schade te vergoeden, maar geen reden voor strafrechtelijke

,vervolging. Romeinen losten het dus privaatrechtelijk op. Het terrein van het strafrecht was
hier veel kleiner dan wij ons nu.
3. Bestuursrecht – 2 functies: Instrumentele functie en waarborgfunctie. Instrumenteel: Het
bestuursrecht regelt de bevoegdheden die betrekking hebben op de ingrijpen van de
overheid in het maatschappelijke leven. (Gezondheidszorg, belasting, leefmilieu, fiscale regel
en wetgeving etc.) Dit wordt ook relatieve geboden genoemd, dus je mag iets niet.
Voorbeeld: je mag geen terras hebben of je mag niet parkeren tenzij je een vergunning hebt.
Dus relatieve geboden ipv. absolute geboden omdat je iets niet mag TENZIJ.
Waarborgfunctie: de belangrijkste waarborgen die je als burger hebt tegen
overheidsoptreden staan in de Algemene wet Bestuursrecht. Hier is er onduidelijkheid wat
er onder bestuursrecht valt zoals: post, energie, treinvervoer, want 50 jaar geleden was de
staat verantwoordelijk voor dit soort dingen, maar tegenwoordig is post geprivatiseerd en
energie en treinvervoer ook. Dit is geen onderwerp meer van algemeen belang maar private
belangen. Dus bestuursrecht is een terrein waarvan de inhoud per land en tijdvak verschilt.
Conclusie: Publiekrecht lijkt een optelsom te zijn van Staatsrecht, Strafrecht en
bestuursrecht. Dat soms onderwerpen van Strafrechten tot het bestuursrecht wordt
gerekend dat maakt niet uit voor de omvang en inhoud van het bestuursrecht. Het grootste
probleem zit in wat niet duidelijk is wat tot het Strafrecht behoort en wat vooral niet
duidelijk is wat in het bestuursrecht hoort. Dat verschilt per land, per cultuur en per tijd. Wat
je wel ziet is dat het Publiekrecht, met name bestuursrecht steeds meer doordringt in het
Privaatrecht. (Vergunningen en boetes etc. Wat je ziet in het privaatrecht). En dat het
publiekrecht steeds grotere invloed wordt binnen Europa.

Historische ontwikkeling Publiekrecht
a) Romeinse tijd  16e eeuw – De Romeinen hebben zowel het begrip publiekrecht als het
privaatrecht in het leven geroepen. En de omschrijving is nog actueel. Het publiekrecht is het
recht dat betrekking heeft op het algemeen belang volgens de Romeinen en het privaatrecht
heeft betrekking op de belangen van de individuen. De Romeinen onderscheiden onder het
Publiekrecht de staatsrecht en het strafrecht. De romeinen geloofden in een beperkt
staatsrecht en een beperkt strafrecht. De romeinen vonden het privaatrecht veel
belangrijker dan het publiekrecht. Zij geloofden in een kleine staat en dus beperkt – staats
en strafrecht. Dit betekent dat zij de neiging hebben om publiekrechtelijke verschijnselen,
privaatrechtelijk te verklaren. Waarop is bijv. De bevoegdheid van de Keizer gebaseerd? Zij
zeiden op het privaatrechtelijke contract van de lastgeving. Het Romeinse volk is de
lastgeven en de keizer in de lasthebber. Het keizerrijk werd gezien als een onderdeel van het
vermogen van de keizer. Dat betekende dat als de keizer doodging en hij had 3 zonen, dan
werd het rijk gesplitst in drieën conform de regels van het erfrecht. Als de keizer een dochter
had en de dichter ging trouwen dan kreeg zij een deel van het rijk mee als bruidsschat. Dus
publiekrechtelijke verschijnselen werd niet geacht een zelfstandige verklaring te krijgen.
Deze verschijnselen werden verklaard vanuit het privaatrecht. Dit betekent ook dat er niet
zoiets in als de Trias politica. Dus geen machtenscheiding en machtenspreiding, dus geen
Trias. De keizer zag zich vooral als de rechter. Het voorbeeld van de Keizer was koning
Salomo. Verhaal van koning Salomo is een voorbeeld geweest voor alle keizers. De keizer
was dus rechters voor concrete geschillen en er waren uitzondering, zoals: Karel de Grote
die zich als rechter zag maar OOK als wetgever.
b) 17e eeuw – Men noemt dit periode als de emancipatie van het Publiekrecht uit het
privaatrecht, oftewel als de verzelfstandiging van het publiekrecht naast het privaatrecht.

,Dat heeft alles te maken met staatsvorming in 2 grote gebieden die Europe beheersen: 1.
Rooms Duitse Keizerrijk (wordt gezien als de opvolger van de Romeinse Keizerrijk) 2.
Frankrijk. Dit betekende dat publiekrechtelijke verschijnselen ook publiekrechte verklaring,
het staatsrecht werd een zelfstandig, waarin eigen beginselen een rol speelde. Het
staatsrecht krijg eigen beginselen. Een van de bekendste: legaliteitsbeginsel.
Publiekrechtelijke verschijnselen worden niet meer privaatrechtelijk maar publiekrechtelijk
zoals: Waar haalt de keizer zijn bevoegdheden verklaart? Dit is de eeuw waar staatsrecht
zich los maakt van het privaatrecht. En staatsvorming langzamer zeker een publiekrechtelijke
grond krijgt en publiekrecht wordt verklaard.
c) 18e eeuw – staat bekend als begin van de rechtsstaat. Van bijzondere betekenis is hier de
Franse Revolutie (1789). Eerste plaats zie je dat het legaliteitsbeginsel het centrale beginsel
wordt. Waar draait het legaliteitsbeginsel om? Kernvraag van het legaliteitsbeginsel: Staat
de vorst/keizer boven de wet? Of is de keizer/vorst onderworpen aan de wet? Er zijn twee
antwoorden gegeven: 1) Tot in de 17e eeuw was het antwoord: Princeps legibus solutus,
oftewel vorst is niet gebonden aan wet wet (dit is de oude leer). Na de 18 e eeuw is de
vorst/keizer gebonden aan de wet. Dat betekent dat staatsorganen/overheidsorganen niet
meer naar willekeur bevoegdheden in het leven kunnen roepen of belastingen in het leven
kunnen inroepen. Na de 18e eeuw moet de bevoegdheid van de vorst/keizer staan in de wet.
Dus het legaliteitsbeginsel zorgt voor dat einde. Dus de 18e eeuw is het begin van de
rechtsstaat. Verder kwam in het beginsel van de machtenscheiding, de Trias Politica. Trias
politica en rechtsstaat worden gelinkt. Zijn er staten geweest vanaf de 18 e eeuw die niet een
Trias Politica kenden? Ja, nationaalsocialist Duitsland kende geen Trias Politica. Hitler was
hoogste wetgever, rechter en bestuurder. In de Sovjet- Unie bestond ook geen trias politica.
Communistische partij was hoogste wetgever, rechter en bestuurder. De enige staten zonder
trias politica waren dictaturen. Vaticaanstad ket geen Trias Politica. De paus is hier de
hoofste wetgever, rechter en bestuurder.
18 eeuw belangrijkste beginselen:
1. Legaliteitsbeginsel
2. Invoering in bijna alle Europese staten van het beginsel van trias politica (trias politica)
-Ontstaan van vrijheidsrechten ingevoerd en opgenomen in de Grondwet (vrijheid van
spreken, denken en beloven). Het zijn overheidsvrije rechten
- begin van rechtsbescherming - de gedachte dat de burger bescherming heeft tegen de
staat of de overheid.

Zo zie je dat de 18e eeuw van groot belang is van de ontwikkeling van staatsrecht in
Europa. Dit heeft alles te maken met de Franse revolutie en Napoleon. Napoleon is degene
geweest die idealen van de Franse Revolutie heeft gesteld
Conclusie: het gevolg van de punten hierboven (ontwikkeling van de 18 e eeuw) is dat er
strikte scheiding kwam van het publiekrecht en privaatrecht. Het publiekrecht werd een
eigen rechtsorde met eigen rechtsbeginselen en eigen rechters. Naast het privaatrecht. Dit
had ook grote gevolgen voor de burgers. Belastingheffing mocht niet meer in private handen
bevinden. Ook rechtspraak mocht zich niet in private handen bevinden.
d) 19e eeuw – Wordt ook wel de eeuw van de democratie genoemd. Hierdoor krijg je de
democratische rechtsstaat als je 18e eeuw en 19e eeuw gecombineerd.
1. Het ontstaan van parlementaire stelsels (Dus stelsel van volksvertegenwoordiging, dit
wordt gekoppeld aan ministeriële verantwoordelijkheid). Voorbeeld: In Nederland heeft het

, lang geduurd voordat vrouwen kiesrecht kregen. Het heeft ook lang geduurd voordat rijkdom
geen rol speelde.
2. Het ontstaan van politieke rechten. Zoals de vrijheid van vereniging en vergadering. En
daaraan gekoppeld dus het actief en passief kiesrecht.
3. De scheiding van politiek en bestuur. Het bestuursrecht begint langzaam aan zijn
ontwikkeling aan de Europese samenleving. Dit betekent dat de overheid steeds meer taken
van algemene belang naar zich toe trekt en de burger krijgt een zekere bescherming
daartoe.
e) eind 19e eeuw/ begin 20eeeuw – We noemen dit het ontstaan van de sociale rechtsstaat
(of: verzorgingsstaat) kenmerkt zich op eerste instantie op beginselen van behoorlijke
bestuur en beginselen van behoorlijk wetgeving. Dus de overheid wordt niet alleen
gebonden aan de wet maar ook aan beginselen en mensenrechten. Het ontstaan van sociale
rechten zoals, het recht op onderwijs, het recht op huisvesting, het recht op bijstand. En de
opmars van het bestuursrecht.
f) In welke fase zitten we nu? – Nederland is lid geworden van de Europese Unie. En je ziet
dat langzamer en zeker het publiekrecht en privaatrecht door elkaar heen lopen en dat het
publiekrecht het zuivere privaatrecht terugdringt. (contractsvrijheid, vrijheid van
onderneming etc.) Dit zie je op allerlei rechtsgebieden, maar vooral in het financiële recht.
Waar de Romeinen het Privaatrecht voortrekken, gebruiken wij nu vaak Publiekrecht als
uitgangspunt. Bij de uitleg van begrippen als redelijkheid en billijkheid of verkeersopvatting,
je moet rekening houden met publiekrechtelijke beginsel. Dat betekend dat het strikte
onderscheid tussen publiekrecht en privaatrecht aan het verwateren is.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 20, 2021
Number of pages
54
Written in
2018/2019
Type
Class notes
Professor(s)
Prof. mr. c.j.h. jansen
Contains
All classes

Subjects

$8.39
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
hgizem38

Get to know the seller

Seller avatar
hgizem38 Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
7
Member since
7 year
Number of followers
6
Documents
4
Last sold
2 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions