Deeltentamen B privaatrecht 28 maart 2018
Casus 1
Tycho wil graag een nieuw huis in Amerikaanse stijl, geheel van hout. Hij schakelt hiervoor aannemer
Blokhuis in. De aanneemsom bedraagt €250.000. In de tussen partijen gesloten
(aanneem)overeenkomst staat het volgende beding:
“De opdrachtgever is verplicht de aanneemsom in het geheel vooraf te voldoen. Opdrachtgever
verbeurt een boete van €500 per dag dat hij in verzuim blijft met de betaling van de aanneemsom”.
A.Is Tycho gebonden aan dit beding?
Antwoord:
In beginsel is Tycho gebonden aan het beding en er is sprake van contractsvrijheid. Er is sprake van
aanbod en aanvaarding op grond van art.6:217 BW. Volgens art. 6:248 lid 2 BW is het naar maatstaf
van redelijk en billijkheid onaanvaardbaar. Dit beding is gelet op de hoogte van de aanneemsom, het
boetebeding en het feit dat er sprake is van een professionele aannemer ten opzichte van een
particulier naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Stel ongeacht uw antwoord op de vraag a, dat Tycho de aanneemsom in termijnen dient te betalen.
Hij betaald de eerste termijn (€20.000) contant aan een van de werknemers blokhuis.
b. Is deze betaling bevrijdend?
Er is sprake van art. 6:32 BW. De betaling is bevrijdend als de betaling bekrachtigd of gebaat is.
(Je moet hier niet van uitgaan dat de werknemer het geld geeft aan de werknemer, dus je moet dus
de omstandigheden wanneer er sprake is van een bekrachtiging en er sprake is van gebaat in het
antwoord zien.)
Stel dat Tycho het huis niet op zijn eigen grond, maar op de grond van zijn partner Eli laat bouwen. Eli
en Tycho zijn niet in gemeenschap van goederen gehuwd. Eli is geen partij bij het aanneemcontract
tussen Tycho en Blokhuis. Tycho blijkt insolvent en is niet in staat Blokhuis de laatste vijf, opeisbare
termijnen van de aanneemsom te betalen (in totaal €100.000)
c. Op welke grond kan Eli worden aangesproken tot betaling door Blokhuis?
Het gaat hier om een ongerechtvaardigde verrijking. Art. 6:212 BW.
Vereisten:
1) de verrijking van de een
2) De verarming van de ander
3) verrijking is ten koste van de ander
4) Verrijking is ongerechtvaardigd
Je moet hier voor jezelf daarna een afweging maken waarom er een ongerechtvaardigde verrijking is.
Stel anders dan hiervoor, dat Tycho wel kan betalen en ook daadwerkelijk betaald. Eli en Tycho
spreken het volgende af: de grond blijft van Eli, maar de gebouwde woning moet van Tycho worden.
d. Hoe kunnen zij deze afspraak goederenrechtelijk vormgeven en wat moeten zij doen om dit uit te
voeren?
, Het gaat hier om een opstalrecht art. 5:101 BW.
Stap 1) Art. 3:98 BW schakelbepaling.
Stap 2) Art. 3:83 BW: het eigendomsrecht op dat grond is overdraagbaar (Dus niet beperkte recht is
overdraagbaar)
stap 3) art. 3:84 BW overdracht:
Geldige titel: overeenkomst tot het vestigen van recht van opstal
BB: Eli is eigenaar dus beschikkingsbevoegd
Vestiging: art. 3:89 BW inschrijving openbare register + akte
Casus 2
AluPro NL maakt gangsways. Dat zijn verplaatsbare loopplanken, die een schip vanaf de waterkant
toegankelijk maken. AluPro maakt in opdracht van Berenboot een op maat gemaakte gangway van
aluminiumstaven die in eigendom aan Sassa Steel toebehoren. AluPro smelt de staven om en giet het
aluminium vervolgens in de vorm van een gangway.
a. Wie wordt eigenaar van de door AluPro gemaakte gangways? Geef daarbij twee zelfverzonnen
aanvullingen op de casus die van belang zijn voor de beantwoording van de eigendomsvraag.
Er is hier sprake van zaakvorming art. 5:16 lid 2 BW
Doen-vormen Berenboot
vormen voor zichzelf AluPro
Berenboot had beslissende invloed op het uiteindelijk definitieve vorm van de Gangsway, dan heeft
Berenboot doen-vormen voor zichzelf.
Conclusie: Berenboot is eigenaar van de Gangsway.
Stel, ongeacht het voorgaande, dat Berenboot de gangway in gebruik heeft gekregen en hiervan
eigenaar is. Berenboot verhuurt zijn schip met gangway aan Ceevaart. In de huurovereenkomst is
uitdrukkelijk bepaald dat Ceevaart het gehuurde schip ‘niet aan derden mag en kan overdragen’. In
strijd met dit beding verkoopt en levert Ceevaart het gehuurde schip aan Deep Sea BV.
b. Staat het gemaakte beding aan overdracht van het schip van Deep Sea BV in de weg?
Schip is een eigendom op grond van art. 3:83 lid 1 BW, dus het is geen vorderingsrecht.
Overdraagbaarheid van zaken is niet uitgesloten, anders dan bij vorderingsrechten volgens art. 3:83
lid 2 BW
Conclusie: het beding staat niet in de weg aan overdracht van het schip.
Stel, anders dan hiervoor, dat Berenboot niets aan Ceevaart verhuurt, maar dat Ceevaart
geïnteresseerd is in het kopen van het schip van Berenboot. De mast van het schip zit echter los en
om dit te kunne repareren, is het schip naar reparatiebedrijf EcoRepair gebracht. Op dat moment
verkoopt Berenboot het schip aan Ceevaart.
c. Hoe kan berenboot het schip aan Ceevaart leveren?
Berenboot is middelijke bezitter en EcoRepair is onmiddelijke houder. In dit geval kan de levering
zowel c.p. (3:115 lid 1 sub a BW) als longa manu zijn. Levering geschiedt altijd door levering Longa
Manu art. 3:90 BW jo 3:115 lid 1 sub c BW. Hiervoor is vereist:
-de tweezijdige verklaring tussen Berenboot en Ceevaart.
-Mededeling aan EcoRepair of erkenning door EcoRepair.
Casus 1
Tycho wil graag een nieuw huis in Amerikaanse stijl, geheel van hout. Hij schakelt hiervoor aannemer
Blokhuis in. De aanneemsom bedraagt €250.000. In de tussen partijen gesloten
(aanneem)overeenkomst staat het volgende beding:
“De opdrachtgever is verplicht de aanneemsom in het geheel vooraf te voldoen. Opdrachtgever
verbeurt een boete van €500 per dag dat hij in verzuim blijft met de betaling van de aanneemsom”.
A.Is Tycho gebonden aan dit beding?
Antwoord:
In beginsel is Tycho gebonden aan het beding en er is sprake van contractsvrijheid. Er is sprake van
aanbod en aanvaarding op grond van art.6:217 BW. Volgens art. 6:248 lid 2 BW is het naar maatstaf
van redelijk en billijkheid onaanvaardbaar. Dit beding is gelet op de hoogte van de aanneemsom, het
boetebeding en het feit dat er sprake is van een professionele aannemer ten opzichte van een
particulier naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Stel ongeacht uw antwoord op de vraag a, dat Tycho de aanneemsom in termijnen dient te betalen.
Hij betaald de eerste termijn (€20.000) contant aan een van de werknemers blokhuis.
b. Is deze betaling bevrijdend?
Er is sprake van art. 6:32 BW. De betaling is bevrijdend als de betaling bekrachtigd of gebaat is.
(Je moet hier niet van uitgaan dat de werknemer het geld geeft aan de werknemer, dus je moet dus
de omstandigheden wanneer er sprake is van een bekrachtiging en er sprake is van gebaat in het
antwoord zien.)
Stel dat Tycho het huis niet op zijn eigen grond, maar op de grond van zijn partner Eli laat bouwen. Eli
en Tycho zijn niet in gemeenschap van goederen gehuwd. Eli is geen partij bij het aanneemcontract
tussen Tycho en Blokhuis. Tycho blijkt insolvent en is niet in staat Blokhuis de laatste vijf, opeisbare
termijnen van de aanneemsom te betalen (in totaal €100.000)
c. Op welke grond kan Eli worden aangesproken tot betaling door Blokhuis?
Het gaat hier om een ongerechtvaardigde verrijking. Art. 6:212 BW.
Vereisten:
1) de verrijking van de een
2) De verarming van de ander
3) verrijking is ten koste van de ander
4) Verrijking is ongerechtvaardigd
Je moet hier voor jezelf daarna een afweging maken waarom er een ongerechtvaardigde verrijking is.
Stel anders dan hiervoor, dat Tycho wel kan betalen en ook daadwerkelijk betaald. Eli en Tycho
spreken het volgende af: de grond blijft van Eli, maar de gebouwde woning moet van Tycho worden.
d. Hoe kunnen zij deze afspraak goederenrechtelijk vormgeven en wat moeten zij doen om dit uit te
voeren?
, Het gaat hier om een opstalrecht art. 5:101 BW.
Stap 1) Art. 3:98 BW schakelbepaling.
Stap 2) Art. 3:83 BW: het eigendomsrecht op dat grond is overdraagbaar (Dus niet beperkte recht is
overdraagbaar)
stap 3) art. 3:84 BW overdracht:
Geldige titel: overeenkomst tot het vestigen van recht van opstal
BB: Eli is eigenaar dus beschikkingsbevoegd
Vestiging: art. 3:89 BW inschrijving openbare register + akte
Casus 2
AluPro NL maakt gangsways. Dat zijn verplaatsbare loopplanken, die een schip vanaf de waterkant
toegankelijk maken. AluPro maakt in opdracht van Berenboot een op maat gemaakte gangway van
aluminiumstaven die in eigendom aan Sassa Steel toebehoren. AluPro smelt de staven om en giet het
aluminium vervolgens in de vorm van een gangway.
a. Wie wordt eigenaar van de door AluPro gemaakte gangways? Geef daarbij twee zelfverzonnen
aanvullingen op de casus die van belang zijn voor de beantwoording van de eigendomsvraag.
Er is hier sprake van zaakvorming art. 5:16 lid 2 BW
Doen-vormen Berenboot
vormen voor zichzelf AluPro
Berenboot had beslissende invloed op het uiteindelijk definitieve vorm van de Gangsway, dan heeft
Berenboot doen-vormen voor zichzelf.
Conclusie: Berenboot is eigenaar van de Gangsway.
Stel, ongeacht het voorgaande, dat Berenboot de gangway in gebruik heeft gekregen en hiervan
eigenaar is. Berenboot verhuurt zijn schip met gangway aan Ceevaart. In de huurovereenkomst is
uitdrukkelijk bepaald dat Ceevaart het gehuurde schip ‘niet aan derden mag en kan overdragen’. In
strijd met dit beding verkoopt en levert Ceevaart het gehuurde schip aan Deep Sea BV.
b. Staat het gemaakte beding aan overdracht van het schip van Deep Sea BV in de weg?
Schip is een eigendom op grond van art. 3:83 lid 1 BW, dus het is geen vorderingsrecht.
Overdraagbaarheid van zaken is niet uitgesloten, anders dan bij vorderingsrechten volgens art. 3:83
lid 2 BW
Conclusie: het beding staat niet in de weg aan overdracht van het schip.
Stel, anders dan hiervoor, dat Berenboot niets aan Ceevaart verhuurt, maar dat Ceevaart
geïnteresseerd is in het kopen van het schip van Berenboot. De mast van het schip zit echter los en
om dit te kunne repareren, is het schip naar reparatiebedrijf EcoRepair gebracht. Op dat moment
verkoopt Berenboot het schip aan Ceevaart.
c. Hoe kan berenboot het schip aan Ceevaart leveren?
Berenboot is middelijke bezitter en EcoRepair is onmiddelijke houder. In dit geval kan de levering
zowel c.p. (3:115 lid 1 sub a BW) als longa manu zijn. Levering geschiedt altijd door levering Longa
Manu art. 3:90 BW jo 3:115 lid 1 sub c BW. Hiervoor is vereist:
-de tweezijdige verklaring tussen Berenboot en Ceevaart.
-Mededeling aan EcoRepair of erkenning door EcoRepair.