Juridisch kader voor alternatieve scenario’s (2010):
In een andere zaak creëerde de Hoge Raad een kader voor hoe rechters
alternatieve scenario’s moeten beoordelen. Het stelde drie categorieën:
1. Uitsluiting met bewijsmiddelen: wanneer bewijsmiddelen de alternatieve lezing
uitsluiten.
2. Je moet motiveren waarom een lezing ongeloofwaardig of niet aannemelijk is als de
alternatieve lezing niet voldoende plausibel is.
3. Er is geen weerlegging nodig wanneer een alternatieve lezing zeer onwaarschijnlijk
is.
De Hoge Raad benadrukte dat hoe plausibeler een alternatieve lezing
is, hoe strenger de eisen aan de rechter om deze afdoende te
weerleggen. Toch hoeft niet elk alternatief scenario volledig te worden
afgedekt met bewijsmiddelen; sommige kunnen via argumentatie
worden verworpen.
LEERDOELEN
1. Hoe zou je de rol van de zittingsrechter ten opzichte van de
waarheidsvinding typeren (lijdelijk/passief)? Brengt de
modernisering van het Wetboek van Strafvordering hier
verandering in? Zo, ja: hoe? Zo, waarom niet?
De strafrechter is de spil in het onderzoek ter terechtzitting. Hij heeft de
leiding in het onderzoek naar het door het OM tenlastegelegde strafbaar feit.
De rechter is niet lijdelijk, maar zelfstandig verantwoordelijk voor de
volledigheid en deugdelijkheid van het onderzoek dat onder zijn leiding plaats
heeft . Deze actieve rol zal moeten waarborgen dat de strafrechter ten
aanzien van het bewijs van de tenlastelegging de materiële waarheid zo dicht
mogelijk kan benaderen. De strafrechter wordt dan ook vaak aangeduid als de
actieve rechter. Grondslagleer: Hij dient het onderzoek en de daarop volgende
beraadslaging krachtens de artikelen 348 en 350 Wetboek van Strafvordering
(Sv) te verrichten op grondslag van de door de OvJ geformuleerde
tenlastelegging.
MAAR grondalgleerwel is de rechter gebonden aan het dossier dat leidend
is en aan de tll als het OM de mat waarheid niet tll legt dan kan de rechter
daar ook niet naar op zoek gaan (vervolgingsmonopolie – trias politica) mat
waarheidsvinding is dus beperkt door leidend dossier. Grondslagleer: de
rechter mag niet buiten de tll treden (art. 348 + 350 Sv) het OM stelt ook
het procesdossier op. MAAR Tll kan wel op zitting aangepast en hersteld
worden aanpassing door het OM mogen tegenwoordig, maar geen heel
ander feit, zoals van moord naar diefstal want dan heb je ook niet de tijd
gehad als verdediging om je daarover in te leze . (vooral kennelijke fouten
zoals schrijffouten of dergelijke dus niet meer tirannie van de tll zoals vroeger)
De rechter mag wel meer van de tll afwijken d.m.v. scenariodenken (in de
vorm van motivering) het initiatief ligt wel bij degene die het UOS indient
, (verdediging of OM) de rechter mag o.b.v. het UOS alt scenario’s bedenken.
(als de rechter dit niet doet dan kan er in HB worden gegaan) Er is geen ander
artikel die gaat over het zelfstandig scenario denken Ook al komt er geen
scenario naar voren gebracht door verdediging/OM dan mag de rechter
volgens sommige auteurs zelf scenario’s bedenken zolang ze het baseren op
het dossier zo komt de mat waarheid sneller aan het licht.
Modernisering: Tekst van Dave van Toor modernisering is onder andere
nodig om de doorlooptijden te verkorten. Deze verkorting moet worden
bereikt door meer nadruk te leggen op de rechterlijke voorbereiding zodat de
gehele procedure efficiënter wordt. De plannen maken duidelijk dat er meer
nadruk komt te liggen op de rechterlijke voorbereiding, zodat het onderzoek
ter terechtzitting, het schrijven van het vonnis en daardoor de procedure in
zijn geheel efficiënter wordt. Van Toor stelt de vraag of de wijzigingen van
modernisering ertoe leiden dat de zittingsrechter tijdens het onderzoek ter
terechtzitting lijdelijker wordt doordat hij voorafgaand meer betrokken is bij
het onderzoek.
Gevaar van vooronderzoek/lijdelijke rechter
Rechters met dossierkennis: veroordeelden in 100% van de gevallen, ongeacht of zij actief of
lijdelijk waren.
Lijdelijke rechter gaat sneller over tot veroordeling
Rechters zonder dossierkennis: hier maakte de houding wel een groot verschil:
- Lijdelijke rechters zonder dossierkennis: 71% veroordeelde de verdachte die komen dus
sneller tot een schuldigverklaring
- Actieve rechters zonder dossierkennis: slechts 27% veroordeelde de verdachte.
Gevaar bij modernisering is dan dus dat indien er meer lijdelijke rechters
komen ter terechtzitting dit sneller tot veroordelingen zal leiden. Van Toor stelt
dat met dossierkennis het risico op confirmation bias bestaat ze krijgen
een gevoel bij een dossier en vellen eigk al een oordeel tijdens de
terechtzitting ga je je eerder gevelde oordeel niet meer bijstellen en zoek je
naar bevestiging van een reeds gevormde mening. Ook bestaat er belief
perseverance: vasthouden aan eerder overtuigingen ondanks tegenstrijdig
bewijs.
2. Hoe toetsen strafrechters de kwaliteit van een bewijsmiddel?
Hoe wordt bepaald wat een bewijsmiddel bewijst?
Een belangrijk element van de kwaliteit van een bewijs middel betreft de
betrouwbaarheid daarvan. In de praktijk is het zo dat rechters die de betrouw
baarheid van een bewijsmiddel onderzoeken uiteindelijk op zoek zijn naar het
waarheidsgehalte van de inhoud van dat bewijsmiddel.
Maatstaven die de rechters gebruiken:
- Consistentie tussen de verschillende verklaringen die worden afgelegd
- Onderzoeken in hoeverre er op objectieve gronden geloof kan worden
gehecht aan een bewijsmiddel is daartoe een werkwijze.
- De gedetailleerdheid van een verklaring