Paragraaf 1
Biotische factoren: alle levende factoren die invloed hebben op organismen.
(zoals voedsel, vijanden, concurrentie)
Abiotische factoren: niet levenden factoren (zoals temperatuur, zonlicht,
water/regen)
Dit heeft invloed op hoe goed een organisme kan
overleven. Hoe goed een organisme kan overleven,
kun je in een tolerantiegrafiek zetten. De
milieufactor kan het weer, de temperatuur, etc. zijn.
De organismen van lijn B, kunnen bij veel
milieufactoren goed overleven, ze hebben een groot
tolerantiegebied. Maar organismen met
bijvoorbeeld lijn D, hebben maar een heel klein
tolerantiegebied, en kunnen met veel verschillende
milieufactoren dus niet overleven. Als ’n organisme
buiten z’n tolerantiegrens (buiten minimum en
maximum waarden) zit, sterft het.
Ordening en naamgeving
Soorten worden ingedeeld in bepaalde groepen, aan de hand van hun
kenmerken. Iedere soort (onderste) heeft een wetenschappelijke naam,
die bestaat uit twee namen, de eerste naam is de geslachtsnaam, en de
tweede naam is de soortaanduiding.