Wetenschappelijke pedagogiek helpt om beter te begrijpen hoe opvoeding werkt
doordat er onderzoek wordt gedaan leren we wat goed werkt bij het opvoeden van
kinderen. Zo kunnen er duidelijke ideeën gemaakt worden en handige manieren
bedacht om kinderen te begeleiden en te ondersteunen.
Bij de pedagogiek komen nog veel andere hulpwetenschappen kijken zoals;
Psychologie, sociologie, filosofie en meer.
Hulpwetenschappen: Psychologische, sociologische, filosofische, theologische
(levensbeschouwing) en andragogische (onderwijs en begeleiding voor
volwassenen) wetenschappen
Opvoedingswetenschap: Ontwikkelen van theorieën over en methoden met
betrekking tot opvoeden.
Paidagoogia: Griekse woord voor pedagogiek. (Kinder-leiding)
Opvoedingsleer: Het verzamelen van kennis over opvoeden
Opvoedkunde: Richt zich op de vaardigheden van de opvoeder
2: Historische ontwikkeling van de pedagogiek vanaf de 17 e eeuw:
- Begin 17e eeuw: Start van verwetenschappelijking van de pedagogiek.
Opvoeding en scholing was gericht op kinderen van rijken en Adel.
Empirisme: een filosofische stroming waarin kennis voorkomt uit ervaring en
veelvuldige waarneming (inductie) essentieel is.
Rationalisme: Richt zich op de theoretische kennis en de rede (denken)
- 18e eeuw – Verlichting (ontstaan uit de filosofie), men kan de waarheid alleen
bewijzen met behulp van theorie en verstand. Geloof in opvoedbaarheid van
het individu en van nature gelijkheid, maakbaarheid van de samenleving en er
kwam een methode voor volksonderwijs.
Maakbaarheid: mensen of de overheid probeert de samenleving te verbeteren
en vorm te geven.
Opvoedbaarheid: de mate waarin iemand openstaat voor een goede
opvoeding
- Vanaf 1800 – Romantiek:
Jean Jacques Rousseau zijn visie: ging in tegen kerkelijke en wereldlijke
machthebbers (cultuurkritiek). Hij geloofde in goede in ieder mens, daarbij
biedt de mogelijkheid tot zuiverheid en oprechtheid, volgens de normen en
eigen geweten. Een opvoeder moet een kind niks verbieden kind leert zelf het
meest door fouten te maken. Mede door Rousseau leidde dat in de eind jaren
60 tot een anti-autoritaire opvoedbeweging.
Friedrich Frobel: (kleuterpedagoog) Thuis moet de opvoeding hervormd
worden en kleuters/kinderen leren door spel.
Uniciteit: uniekheid
Gevoelsleven: geheel van emoties, stemmingen en gevoelens.