Samenvatting
Crisis
Hoofdstuk 1
Economische crisis:
Meer vraag dan aanbod
Consumentenvertrouwen daalt
Vrees voor een recessie (productievolume krimpt)
Bij een economische crisis dalen de bestedingen (totale vraag naar goederen en
diensten door mensen). De overheid gaat om de economie te stimuleren de
overheidsbestedingen verhogen en de belastingen verlagen. Hierbij kan
staatsschuld en hogere rente% ontstaan.
Inflatie: algemene prijsstijging. (Hoeveel procent een gemiddeld gezin meer moet uitgeven
om hetzelfde te kunnen kopen als een jaar geleden )
Deflatie: algemene prijsdaling.
Koopkracht: hoeveel je kunt kopen met je loon.
Koopkrachtstijging: hoeveel je meer kunt kopen met je loon ten opzichte van
het jaar ervoor.
Koopkrachtdaling: loon stijgt minder dan de prijzen, waardoor je minder kunt
kopen.
Soorten goederen
- Schaarse goederen: Het kost tijd/geld/grondstoffen om het te kunnen
gebruiken.
(een product wat je voor meerdere dingen kunt gebruiken is alternatief
aanwendbaar)
- Vrije goederen: Je kunt het altijd, zonder ook maar een beetje moeite
gebruiken.
Producten:
- Goederen
- Diensten
Consumeren: het kopen van producten door mensen, omdat ze het willen/nodig
hebben.
Investeren: het kopen van producten door een bedrijf om er iets mee te kunnen
produceren.
Opofferingskosten: kosten die je opoffert omdat je de andere keuze gaat doen.