Samenvatting
jong & oud
hoofdstuk 1
Tara en Sofie doen allebei de dominante strategie,
ongeacht wat de ander doet. Omdat dat voor hen het
minste tijd kost.
De kamer wordt niet opgeruimd want Tara en Sofie zijn dan allebei sneller ( ze
hopen dat de ander opruimt, en gedragen zich als meelifter), maar omdat ze allebei
niet opruimen duurt dan 60 minuten. Als ze allebei wel op gingen ruimen duurde
dat 30 minuten, er is sprake van een gevangenendillema.
(Bij sprake van een gevangendillema, schrijf je dat zo in je antwoord: Je legt de
dominante strategie bij beide personen uit en waarom dat dat de dominante strategie is,
dan zeg je waar je op uit komt. En dan zet je erin wat beter had geweest en waarom!)
Als ze wel hadden overlegd, hadden ze waarschijnlijk gekozen voor opruimen, ze
hadden dan een bindende afspraak gemaakt. (zelfbinding)
Hoofdstuk 2
Consumeren: het geld uitgeven aan iets wat je graag wilt.
Je kunt sparen, sparen is een vorm van ruilen over de tijd.
Voorraad- en stroomgrotheden:
- Voorraadgrootheden:
hiervan wordt de waarde op een bepaald moment vastgesteld. (een foto,
een momentopname)
1. Spaargeld
2. Grondstoffen
3. Bedrijfsauto
- Stroomgrootheden:
hiervan wordt de waarde over een langere tijd berekend. (een filmpje, het
bouwt zich over ene periode op)
1. Rente over spaargeld
2. Bedrijfswinsten
Hoofdstuk 3
, Inkomstenbelasting, het is verdeeld over 3 boxen:
- Box 1: inkomen uit werk en woning.
je betaalt belasting over de winst uit ondernemingen, loon, uitkeringen,
pensioen en je woning.
- Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang.
- Box 3: inkomen uit sparen en beleggen.
stappenplan box 1:
Bruto inkomen – aftrekposten = belastbaar inkomen.
Belastbaar inkomen schijven heffingsbedrag.
Heffingsbedrag – heffingskortingen
= inkomensheffing!
heffingskortingen
Door de heffingskorting betaal je dus minder belasting. Je hebt algemene- en
inkomensafhankelijke heffingskorting.
inkomensheffing
Gemiddelde heffingstarief = x 100% =…
brutoloon/brutojaarinkomen
(Bijv. 31,8%, dan betaal je over iedere euro 31,8 cent belasting)
Marginaal heffingstarief = hoeveel procent belasting je betaalt over de
volgende verdiende euro. Je pakt het heffingstarief van de laatste schijf waar je binnen
valt, bijv. schijf twee van 49,5%. Dan betaal je over iedere extra verdiende euro dus 49,5
cent belasting.
Belastingstelsels:
- Degressief belastingstelsel:
Procentueel ga je steeds minder belasting betalen als je inkomen
stijgt.
- Proportioneel belastingstelsel: (vlaktaks)
Procentueel betaalt iedereen evenveel belasting over het inkomen.
- Progressief belastingstelsel:
Procentueel ga je steeds meer belasting betalen als je inkomen
stijgt.
Nivellering: de inkomensverschillen worden verkleind.
Denivellering: de inkomensverschillen worden vergroot.
hoe groter de inkomensverschillen, hoe schever de inkomsensverdeling