Maatschappijleer hoofdstuk 3
Parlementaire democratie
3.1 Wat is democratie?
Een staat is soeverein als die op een bepaald, duidelijk begrensd gebied het hoogste gezag
uitoefent en het geweldsmonopolie heeft.
Politiek -> Het maken van keuzes waaraan allen in een staat zijn gebonden. De politiek maakt
overheidsbeleid en voert dit uit om maatschappelijke problemen op te lossen.
Het nemen van politieke besluiten laat meteen een dilemma van de politiek zien tussen een snel,
daadkrachtig en efficiënt bestuur of voor een maximale participatie van burgers in de politiek.
Directe democratie Indirecte democratie
Burgers stemmen voor wetten Burgers kiezen
en besluiten volksvertegenwoordigers
(Tweede Kamer)
Volksvertegenwoordigers
stemmen vervolgens op de
wetten en besluiten
Bij een representatieve democratie kiest het volk de
volksvertegenwoordigers die met een zekere regelmaat
bij verkiezingen aan de bevolking verantwoording
moeten afleggen.
Voordelen hiervan zijn:
● Er hoeft niet door de hele bevolking over elk onderwerp gestemd te worden.
● Verschillende instituties controleren elkaar (trias politica).
Parlementair stelsel Presidentieel stelsel
Gekozen parlement is hoogste Volk kiest parlement én
orgaan. president.
Uitvoerende macht wordt President heeft veel politieke
gekozen door parlement en macht.
moet verantwoording afleggen
, moet verantwoording afleggen
aan parlement.
Staatshoofd is meestal niet President is hoofd van de
gekozen en heeft beperkte regering en kan ministers
macht. benoemen en ontslaan.
Om macht te beperken heeft de
president meestal niet het
ontbindingsrecht (recht om het
parlement te ontbinden).
In de grondwet zijn vastgelegd:
● De taken en bevoegdheden van de drie machten.
● Politieke grondrechten.
● Regels voor politieke besluitvorming.
● Media zijn vrij en de overheid moet ervoor zorgen dat ze over de juiste informatie beschikt.
Een autoritair regime is een staatsvorm waarbij de
drie machten niet gescheiden zijn, maar in handen van
een kleine groep mensen zijn.
In een dictatuur is indoctrinatie: de bevolking krijgt de partij-ideologie met de paplepel ingegoten.
Er zijn drie vormen van dictatuur:
● Ideologische dictatuur -> gericht op ideologisch gedachtegoed (Noord-Korea).
● Religieuze dictatuur -> wetgeving wordt door religie ingegeven (Iran).
● Militaire dictatuur -> macht ligt duidelijk bij het leger (Myanmar).
Dictatuur Democratie
Een machtenscheiding Er is individuele vrijheid.
ontbreekt.
Er is geen onafhankelijke Er gelden politieke
rechtspraak (burgers worden grondrechten.
niet beschermd tegen de
overheid).
Grondrechten worden niet Politie en leger hebben
gerespecteerd. beperkte bevoegdheden.
Oppositiepartijen zijn (vaak) De rechtspraak is onafhankelijk.
verboden.
Parlementaire democratie
3.1 Wat is democratie?
Een staat is soeverein als die op een bepaald, duidelijk begrensd gebied het hoogste gezag
uitoefent en het geweldsmonopolie heeft.
Politiek -> Het maken van keuzes waaraan allen in een staat zijn gebonden. De politiek maakt
overheidsbeleid en voert dit uit om maatschappelijke problemen op te lossen.
Het nemen van politieke besluiten laat meteen een dilemma van de politiek zien tussen een snel,
daadkrachtig en efficiënt bestuur of voor een maximale participatie van burgers in de politiek.
Directe democratie Indirecte democratie
Burgers stemmen voor wetten Burgers kiezen
en besluiten volksvertegenwoordigers
(Tweede Kamer)
Volksvertegenwoordigers
stemmen vervolgens op de
wetten en besluiten
Bij een representatieve democratie kiest het volk de
volksvertegenwoordigers die met een zekere regelmaat
bij verkiezingen aan de bevolking verantwoording
moeten afleggen.
Voordelen hiervan zijn:
● Er hoeft niet door de hele bevolking over elk onderwerp gestemd te worden.
● Verschillende instituties controleren elkaar (trias politica).
Parlementair stelsel Presidentieel stelsel
Gekozen parlement is hoogste Volk kiest parlement én
orgaan. president.
Uitvoerende macht wordt President heeft veel politieke
gekozen door parlement en macht.
moet verantwoording afleggen
, moet verantwoording afleggen
aan parlement.
Staatshoofd is meestal niet President is hoofd van de
gekozen en heeft beperkte regering en kan ministers
macht. benoemen en ontslaan.
Om macht te beperken heeft de
president meestal niet het
ontbindingsrecht (recht om het
parlement te ontbinden).
In de grondwet zijn vastgelegd:
● De taken en bevoegdheden van de drie machten.
● Politieke grondrechten.
● Regels voor politieke besluitvorming.
● Media zijn vrij en de overheid moet ervoor zorgen dat ze over de juiste informatie beschikt.
Een autoritair regime is een staatsvorm waarbij de
drie machten niet gescheiden zijn, maar in handen van
een kleine groep mensen zijn.
In een dictatuur is indoctrinatie: de bevolking krijgt de partij-ideologie met de paplepel ingegoten.
Er zijn drie vormen van dictatuur:
● Ideologische dictatuur -> gericht op ideologisch gedachtegoed (Noord-Korea).
● Religieuze dictatuur -> wetgeving wordt door religie ingegeven (Iran).
● Militaire dictatuur -> macht ligt duidelijk bij het leger (Myanmar).
Dictatuur Democratie
Een machtenscheiding Er is individuele vrijheid.
ontbreekt.
Er is geen onafhankelijke Er gelden politieke
rechtspraak (burgers worden grondrechten.
niet beschermd tegen de
overheid).
Grondrechten worden niet Politie en leger hebben
gerespecteerd. beperkte bevoegdheden.
Oppositiepartijen zijn (vaak) De rechtspraak is onafhankelijk.
verboden.