Opvoedingsondersteuning
Leerjaar 2
Hoorcollege 1
Reflectief luisteren: de hulpverlener toont empathie wanneer de ouder
iets verteld, bevestigt het gevoel van ouders geeft overzicht aan
ouders en laat hun inzien waarom zij hun doel niet behalen.
De hulpverlener stuurt dat proces door uitspraken die gericht zijn op
verandering te benadrukken.
Herinterpretatie
De hulpverlener plaatst de uitspraken van ouders en kinderen in een
ander licht zodat ze verandering meer ondersteunen.
De hulpverlener erkent de uitspraken, maar geeft er een nieuwe
betekenis aan.
Ouders klagen bijv. dat ze al zo vaak geprobeerd hebben te veranderen,
zonder succes. De hulpverlener kan hun doorzettingsvermogen prijzen.
Uitlokken van ‘verandertaal’
Daarbij stelt de hulpverlener vragen die de nadelen van niet en voordelen
van wel veranderen benadrukken.
‘Het feit dat je hier bent, laat zien dat op zijn minst een deel van jou het
tijd vindt om iets te gaan doen. Wat zijn voor jou de belangrijkste
redenen om te veranderen?’
Opvoedondersteuner: nieuwsgierig zijn, investeren in contact,
aandachtig en aanwezig zijn, een voorbeeldfunctie vervullen en dichtbij
jezelf blijven. Een expert in opvoeden kan goed luisteren en sluit met
kleine beetjes extra kennis aan op wat de ouder al doet, kan en wil.
, Cirkel van O&O
- Kindgericht: ontwikkeling
stimuleren
- Opvoedergericht: opvoeding
ondersteunen
- Omgevingsgericht:
omgevingsfactoren
beïnvloeden
Beschermende factoren:
o Doorlezen maar komt niet in de toets.
o Zijn basisvaardigheden en kennis voor een pedagoog.
- Focus van verminderen risicofactoren op aandacht voor
beschermende factoren:
1. Warme, ondersteunende relaties die een kind heeft met het gezin,
zijn vriendengroep, school en de wijk.
2. Kansen krijgen om een concrete, betekenisvolle en gewaardeerde
bijdrage te leveren aan familie, school en relaties.
3. Opgroeien in een omgeving waarin duidelijke normen en waarden
voor positief gedrag uitgedragen en nageleefd worden.
4. Erkenning en waardering voor positief gedrag zodat ze dit gedrag in
de toekomst zullen herhalen.
5. Steun van belangrijke volwassenen in de omgeving.
6. Constructieve tijdsbesteding. Het gaat vooral om activiteiten die
jongeren in contact brengen met volwassenen die hen
aanmoedigen en ondersteunen bij het ontwikkelen van hun
talenten en vaardigheden.
2
Leerjaar 2
Hoorcollege 1
Reflectief luisteren: de hulpverlener toont empathie wanneer de ouder
iets verteld, bevestigt het gevoel van ouders geeft overzicht aan
ouders en laat hun inzien waarom zij hun doel niet behalen.
De hulpverlener stuurt dat proces door uitspraken die gericht zijn op
verandering te benadrukken.
Herinterpretatie
De hulpverlener plaatst de uitspraken van ouders en kinderen in een
ander licht zodat ze verandering meer ondersteunen.
De hulpverlener erkent de uitspraken, maar geeft er een nieuwe
betekenis aan.
Ouders klagen bijv. dat ze al zo vaak geprobeerd hebben te veranderen,
zonder succes. De hulpverlener kan hun doorzettingsvermogen prijzen.
Uitlokken van ‘verandertaal’
Daarbij stelt de hulpverlener vragen die de nadelen van niet en voordelen
van wel veranderen benadrukken.
‘Het feit dat je hier bent, laat zien dat op zijn minst een deel van jou het
tijd vindt om iets te gaan doen. Wat zijn voor jou de belangrijkste
redenen om te veranderen?’
Opvoedondersteuner: nieuwsgierig zijn, investeren in contact,
aandachtig en aanwezig zijn, een voorbeeldfunctie vervullen en dichtbij
jezelf blijven. Een expert in opvoeden kan goed luisteren en sluit met
kleine beetjes extra kennis aan op wat de ouder al doet, kan en wil.
, Cirkel van O&O
- Kindgericht: ontwikkeling
stimuleren
- Opvoedergericht: opvoeding
ondersteunen
- Omgevingsgericht:
omgevingsfactoren
beïnvloeden
Beschermende factoren:
o Doorlezen maar komt niet in de toets.
o Zijn basisvaardigheden en kennis voor een pedagoog.
- Focus van verminderen risicofactoren op aandacht voor
beschermende factoren:
1. Warme, ondersteunende relaties die een kind heeft met het gezin,
zijn vriendengroep, school en de wijk.
2. Kansen krijgen om een concrete, betekenisvolle en gewaardeerde
bijdrage te leveren aan familie, school en relaties.
3. Opgroeien in een omgeving waarin duidelijke normen en waarden
voor positief gedrag uitgedragen en nageleefd worden.
4. Erkenning en waardering voor positief gedrag zodat ze dit gedrag in
de toekomst zullen herhalen.
5. Steun van belangrijke volwassenen in de omgeving.
6. Constructieve tijdsbesteding. Het gaat vooral om activiteiten die
jongeren in contact brengen met volwassenen die hen
aanmoedigen en ondersteunen bij het ontwikkelen van hun
talenten en vaardigheden.
2