Bewijslasten Stage
Naam student:
Studentnummer:
Klas: IVG-24-OVK-442
Stage: HBO-Verpleegkunde, leerjaar 4, stage 4.2
Cursuscode: OVK4AASS01
Regiedocent:
Instellingsdocent:
Datum: 13-5-2025
Stage-instelling: Franciscus Vlietland, te Schiedam
Stage-afdeling:
Werkbegeleiders:
Praktijkopleider:
Bewijslast: Patiëntveiligheid waarborgen bij
cyanose
Bewijslast beslaat competentie: 6 & 10
, Bijlage:
Situatie
Tijdens een dagdienst op 14 mei werkte ik samen met oncologieverpleegkundige S. en een andere
leerling. Hierbij richt ik mij vooral op mw. C. (78 jaar) die is opgenomen wegens een ruimte uitsluitend
proces in haar long. Hierbij heeft mw. C. een longmaligniteit in haar rechterbovenkwab, pijn in haar rug
en bekken waarvan verdacht wordt dat dit door metastasen komt en nierinsufficiëntie waarvan
verdacht wordt dat mw. C. dit al langere tijd heeft. Verder heeft mw. C. een voorgeschiedenis van
vulvacarcinoom en maagcarcinoom waarvoor ze beiden is geopereerd en met diabetes type 2. Mw. C.
heeft hierbij freestyle libre en spuit al jaren haar insuline zelf.
Taak
Mijn taak voor deze dienst was om de gezondheid van mw. C. te bevorderen door middel van het
inzetten van preventieve maatregelen (C10), hier heb ik dan ook vooral bij stil gestaan. Ik heb zorg
geïndiceerd, methodisch gewerkt en heb bijpassende interventies uitgevoerd.
Oncologieverpleegkundige S. heeft mij in deze casus ondersteuning geboden en heb ik uiteindelijk
andere beroepsbeoefenaren betrokken om uiteindelijk de gezondheid van mw. C. te bevorderen (C6,
C10). Ik heb gehandeld binnen mijn bevoegd- en bekwaamheid en reflecteerde continu op mijn
handelen
Actie
Ik ben mijn dagdienst begonnen met het inlezen van de patiënten waarvoor ik vandaag zorg. Hierbij
noteer ik belangrijke details zoals dat mw. C. behandelcode 1 heeft, haar glucose gemeten moet
worden om 12u wegens de diabetes en er waarschijnlijk een biopt, bronchoscopie of een ebus
ingepland gaat worden om zo te kunnen onderzoeken of mw. C. longkanker heeft. Zo heeft mw. C. hier
gister een familiegesprek over gehad en gaat zij verder onderzocht worden aan de hand van één van de
eerder genoemde onderzoeken. Mw. C. spoot gister insuline bij, hierbij zag mijn collega dat mw. C. dit
niet correct deed waarop mw. antwoorde dat ze dit al jaren doet. Zo las ik in de rapportages dat mw.
suiker inneemt bij een hypoglycemie in plaats van de aanbevolen combinatie van snelle en langzame
suikers zoals limonade en een beschuitje met jam. Doordat ik weet dat mw. C. drie keer per dag 14
eenheden kortwerkende insuline en in de avond nog een keer 74 eenheden langwerkende insuline
spuit bestond het gevaar dat er niet genoeg insuline bijgespoten zou worden. Hierbij bestaat het risico
op hyperglycemie. Bij een hyperglycemie is er sprake van te veel suiker (glucose) in het bloed (Mayo
Clinic, 2023). De symptomen die hier bij komen kijken zijn veel plassen, veel drinken,
vermoeidheid/slaperigheid en het verlies van eetlust (UZ Leuven, 2024). Op lange termijn kan er sprake
zijn van hart- en vaatziekten, retinopathie, nefropathie en neuropathie (Taylor, Yazdi, & Beitelshees,
2021). Na overleg met mw. C. heb ik de diabetesverpleegkundige ingeschakeld om haar hier verder in
te begeleiden. De diabetesverpleegkundige is bevoegd en bekwaam om mw. C. aan te leren hoe zij
insuline correct moet spuiten en moet handelen bij lage of hoge glucosewaarden. De
diabetesverpleegkundige heeft specifieke deskundigheid op het gebied van diabetes en kan mw. C. hier
verder in begeleiden, ook na haar ontslag in het ziekenhuis. Mijn rol als verpleegkundige is signalerend
en coördinerend geweest, ik heb het probleem gesignaleerd en besproken met mw. C. Op basis van
mijn bevindingen en rapportages van collega’s betrek ik de juiste discipline op passende zorg voor mw.
C. te leveren (C6).
Door de dag heen observeerde ik mw. C. haar glucose waarden en vergeleek ik deze met gister, deze
waren gister 4.5 mmol en vandaag 3.5 mmol nuchter. In de middag waren deze 5.1 mmol en 6.4 mmol.
Doordat mw. C. vandaag ook een hypoglycemie had en de rest van haar bloedglucosewaarden erg laag
waren vroeg ik mij af of het wel nodig was om drie keer per dag 14 EH bij te spuiten. Doordat een
Naam student:
Studentnummer:
Klas: IVG-24-OVK-442
Stage: HBO-Verpleegkunde, leerjaar 4, stage 4.2
Cursuscode: OVK4AASS01
Regiedocent:
Instellingsdocent:
Datum: 13-5-2025
Stage-instelling: Franciscus Vlietland, te Schiedam
Stage-afdeling:
Werkbegeleiders:
Praktijkopleider:
Bewijslast: Patiëntveiligheid waarborgen bij
cyanose
Bewijslast beslaat competentie: 6 & 10
, Bijlage:
Situatie
Tijdens een dagdienst op 14 mei werkte ik samen met oncologieverpleegkundige S. en een andere
leerling. Hierbij richt ik mij vooral op mw. C. (78 jaar) die is opgenomen wegens een ruimte uitsluitend
proces in haar long. Hierbij heeft mw. C. een longmaligniteit in haar rechterbovenkwab, pijn in haar rug
en bekken waarvan verdacht wordt dat dit door metastasen komt en nierinsufficiëntie waarvan
verdacht wordt dat mw. C. dit al langere tijd heeft. Verder heeft mw. C. een voorgeschiedenis van
vulvacarcinoom en maagcarcinoom waarvoor ze beiden is geopereerd en met diabetes type 2. Mw. C.
heeft hierbij freestyle libre en spuit al jaren haar insuline zelf.
Taak
Mijn taak voor deze dienst was om de gezondheid van mw. C. te bevorderen door middel van het
inzetten van preventieve maatregelen (C10), hier heb ik dan ook vooral bij stil gestaan. Ik heb zorg
geïndiceerd, methodisch gewerkt en heb bijpassende interventies uitgevoerd.
Oncologieverpleegkundige S. heeft mij in deze casus ondersteuning geboden en heb ik uiteindelijk
andere beroepsbeoefenaren betrokken om uiteindelijk de gezondheid van mw. C. te bevorderen (C6,
C10). Ik heb gehandeld binnen mijn bevoegd- en bekwaamheid en reflecteerde continu op mijn
handelen
Actie
Ik ben mijn dagdienst begonnen met het inlezen van de patiënten waarvoor ik vandaag zorg. Hierbij
noteer ik belangrijke details zoals dat mw. C. behandelcode 1 heeft, haar glucose gemeten moet
worden om 12u wegens de diabetes en er waarschijnlijk een biopt, bronchoscopie of een ebus
ingepland gaat worden om zo te kunnen onderzoeken of mw. C. longkanker heeft. Zo heeft mw. C. hier
gister een familiegesprek over gehad en gaat zij verder onderzocht worden aan de hand van één van de
eerder genoemde onderzoeken. Mw. C. spoot gister insuline bij, hierbij zag mijn collega dat mw. C. dit
niet correct deed waarop mw. antwoorde dat ze dit al jaren doet. Zo las ik in de rapportages dat mw.
suiker inneemt bij een hypoglycemie in plaats van de aanbevolen combinatie van snelle en langzame
suikers zoals limonade en een beschuitje met jam. Doordat ik weet dat mw. C. drie keer per dag 14
eenheden kortwerkende insuline en in de avond nog een keer 74 eenheden langwerkende insuline
spuit bestond het gevaar dat er niet genoeg insuline bijgespoten zou worden. Hierbij bestaat het risico
op hyperglycemie. Bij een hyperglycemie is er sprake van te veel suiker (glucose) in het bloed (Mayo
Clinic, 2023). De symptomen die hier bij komen kijken zijn veel plassen, veel drinken,
vermoeidheid/slaperigheid en het verlies van eetlust (UZ Leuven, 2024). Op lange termijn kan er sprake
zijn van hart- en vaatziekten, retinopathie, nefropathie en neuropathie (Taylor, Yazdi, & Beitelshees,
2021). Na overleg met mw. C. heb ik de diabetesverpleegkundige ingeschakeld om haar hier verder in
te begeleiden. De diabetesverpleegkundige is bevoegd en bekwaam om mw. C. aan te leren hoe zij
insuline correct moet spuiten en moet handelen bij lage of hoge glucosewaarden. De
diabetesverpleegkundige heeft specifieke deskundigheid op het gebied van diabetes en kan mw. C. hier
verder in begeleiden, ook na haar ontslag in het ziekenhuis. Mijn rol als verpleegkundige is signalerend
en coördinerend geweest, ik heb het probleem gesignaleerd en besproken met mw. C. Op basis van
mijn bevindingen en rapportages van collega’s betrek ik de juiste discipline op passende zorg voor mw.
C. te leveren (C6).
Door de dag heen observeerde ik mw. C. haar glucose waarden en vergeleek ik deze met gister, deze
waren gister 4.5 mmol en vandaag 3.5 mmol nuchter. In de middag waren deze 5.1 mmol en 6.4 mmol.
Doordat mw. C. vandaag ook een hypoglycemie had en de rest van haar bloedglucosewaarden erg laag
waren vroeg ik mij af of het wel nodig was om drie keer per dag 14 EH bij te spuiten. Doordat een