Week 2:
Verschillende doelen van het recht:
- Rust en rechtvaardigheid, bescherming van zwakken, conflictbeheersing,
zelfontplooiing en evenwicht tussen de belangen als individu en die van de
maatschappij.
- Het ordenen van de samenleving en het geven van regels om conflicten op te
lossen zodat de orde kan terugkeren.
- Het recht is het geheel van overheidsregels dat de samenleving ordent.
Verschillende indelingen van het recht:
Publiek, Privaat, rechtsgebieden, materieel en formeel recht.
Staatsrecht
Rechtsgebieden Bestuursrecht
Strafrecht
Burgerlijk recht
Publiek recht staatsrecht
bestuursrecht
strafrecht
Privaatrecht burgerlijk recht
Materieel recht rechten en plichten
Formeel recht handhaving van het materieel recht
Het materieel recht, of het nu gaat om strafrecht, burgerlijk recht of om
bestuursrecht, de inhoud van het recht beschrijft, rechten en plichten, en dat het
formeel recht vooral procesrecht bevat.
Verschillende bronnen van recht:
Wet (wet in formele zin, wet in materiele zin)
jurisprudentie (verzameling van rechtelijke uitspraken)
Verdrag (internationale verdragen, samenwerking
EU)
Rechtsbronnen gewoonte (iets wat ingeburgerd is en door veel
mensen als recht word ervaren)
Wet in formele zin en wet in materiele zin uitleggen:
Wet in formele zin = een besluit afkomstig van regering en
volksvertegenwoordiging samen, dat volgens een vaste procedure tot stand is
gekomen. De aandacht is gericht op de procedure en op de maker van de wet.
Alleen wetten afkomstig van de ‘hoogste’ wetgever, namelijk regering en
volksvertegenwoordigers samen, en tot stand gekomen volgens een in de
Grondwet vastgestelde procedure zijn wetten in formele zin (zie art. 81 e.v.
Grondwet).
, Wet in materiële zin = een verzamelnaam voor alle algemeen verbindende
overheidsvoorschriften, ongeacht welk wetgevend overheidsorgaan het
voorschrift heeft gemaakt. Als de overheidsregel algemene werking heeft, of voor
een bepaalde groep mensen geldt, is het wet in materiële zin. Wetten in
materiële zin worden onder andere gemaakt door: de regering en de
volksvertegenwoordiging samen (wet), door de regering, door de minister, door
provinciale staten, door de gemeenteraad en door het bestuur van wetenschap.
Zoekmethode wettenbundels:
Lekenmethode:
Algemene inhoudsopgave (beide bundels)
Alfabetische inhoudsopgave (beide bundels)
Trefwoorden register (alleen per bundel)
Systematische methode:
Kijken welk onderwerp bij welke bundel hoort, bijv. arbeidsrecht hoort bij
privaatrecht in deel B bij het trefwoordenregister kijken.
Structuur van wetten en regelingen benomen:
Opschrift: officiële naam van een wet.
Aanhef: eerste regel van de wet. Stuk tekst wat vooraf gaat aan de tekst/ uitleg.
Considerans: waarom de wet tot stand is gekomen.
Corpus: alle artikelen over het onderwerp (inhoud).
Week 3
Bronnen van het strafrecht benoemen:
Wetboek van Strafrecht en Wetboek van Strafvoordering. Wetend welke wetten
je kan toepassen in een casus uit een van deze boeken.
Legaliteitsbeginsel uitleggen:
Art. 16 van de Grondwet en artikel 1 Sr formuleren het legaliteitsbeginsel in het
strafrecht als volgt: ‘Geen feit is strafbaar dan uit de kracht van een daaraan
voorafgegane wettelijke strafbepaling’. Dit legaliteitsbeginsel bevat drie
elementen:
1. Voorafgaand
Een verdachte kan alleen worden gestraft voor gedrag dat al strafbaar was
op het moment van de daad. Strafbaarstelling achteraf is niet toegestaan.
2. Geen gewoonte of analogie
Een strafbepaling moet vastgesteld zijn in een wet. Voor strafbaarstelling
op grond van gewoonte of op grond van aanvulling door analogie is geen
ruimte. Analogie wil zeggen dat de rechter een wettelijke regeling optrekt
zodat ook niet wettelijke geregeld gedrag eronder valt als twee
gedragingen sterk op elkaar lijken (voorbeeld in boek blz. 137).
3. Wet in materiële zin.
Onderscheid tussen misdrijven en overtredingen:
Een anders woord voor misdrijven is rechtsdelicten, omdat met deze verboden
gedragingen de rechtsorde word geschonden. Zo zijn moord, verkrachting,
vernieling en diefstal voorbeelden van misdrijven.