, Casus 1: Peuter Onno
CGO Casus 1: Peuter Onno.
Leerdoelen:
De student kan benoemen wat het verschil is tussen zorg aan volwassenen en aan kinderen.
- Bij zorg aan kinderen, wordt voornamelijk rekening gehouden met de ouders. De ouders
worden gerustgesteld etc.
- Zorgverlening aan kinderen ouders kijken altijd mee.
- Systemisch werken berust op het idee dat we allemaal deel uitmaken van groepen,
oftewel systemen, en dat binnen al die systemen (onbewuste) patronen en dynamieken
bepalen hoe individuen zich bewegen. Die systemen zijn er als vanzelf, het eerste
systeem al simpelweg doordat je geboren bent: je familie. Problemen nooit op
zichzelf zien, maar altijd in een context.
- Goede zorg voor kinderen:
Geduldig, meer uitleg geven, lief zijn, ontspannen sfeer creëren, vertrouwde
omgeving (samen met ouders optrekken).
- Wanneer zijn kind en ouders tevreden? Ouders zijn tevreden als zij hun kind herkennen
in hun oude doen en laten (zonder ziek zijn).
- Bij kinderen zijn zowel anatomisch als cognitief bepaalde onderdelen of aspecten van het
lichaam en gedrag minder ontwikkeld dan bij volwassenen.
De student weet wat de principes zijn van gezinsgerichte zorg (family centered care).
Rooming in = ouder(s) verblijven bij een opgenomen kind op de afdeling in het
ziekenhuis.
- Family Centered Care erkent de kracht en expertise van het gezin. Bij Family Centered
Care heeft het gezin zelf de regie en verantwoordelijkheid over hun leven en gezondheid,
binnen de mogelijkheden en omstandigheden van het gezin. De verpleegkundige neemt
de rol van coach op zich. Het is dus erg belangrijk dat de verpleegkundige het handelen
overlaat aan het gezin en hen ondersteund.
- Vier uitgangspunten:
Waardigheid en respect;
Participatie;
Het delen van informatie;
Samenwerking.
De student kan ethische dilemma’s wat betreft goede zorg voor kind en ouders in het
ziekenhuis benoemen.
- Een ouder verwacht dat je direct reageert op een bel, maar jij als verpleegkundige bent
op dat moment bezig met een ander kind. Voor wie lever je dan goede zorg?
- Ouders zijn weinig aanwezig bij het kind en het kind raakt onthecht.
De student kan benoemen wat aspecten zijn uit de beroepscode die van belang zijn in de
verpleegkundige zorg aan kinderen.
- Allemaal?
De student kan de verschillende ontwikkelingsfasen benoemen van de peuter.
Peuterperiode = 1 tot 4 jaar.
- Lichamelijke groei en ontwikkeling:
Het kind groeit erg snel, de organen worden groter en ontwikkelen zich verder,
de lengte (30cm groter) en het gewicht (8 kg zwaarder) veranderd etc.
Het is belangrijk om de lengte en het gewicht regelmatig te controleren op
het consultatiebureau handig om lengte en gewicht van ouders in
achterhoofd te houden bij het trekken van een conclusie
, - Motorische ontwikkeling:
Spierkracht opbouwen (om te kunnen kruipen of op te trekken), invloed op de
cognitieve ontwikkeling.
Motorische ontwikkeling wordt bepaald door de neurologische rijping:
o Binnen buiten (centraal/perifeer) = eerste schouderbewegingen en
dan polsbewegingen;
o Boven beneden (craniaal/caudaal) = eerst armen beheersen en dan
voeten;
o Grof fijn = eerst de grove motoriek (eerst groot papier nodig om te
kunnen verven en tekenen) en dan de fijne motoriek (later kleiner,
vanwege beter gebruik handen).
- Taal- en spraakontwikkeling:
Fonologie de ontwikkeling van klanken;
Syntaxis de zinsopbouw;
Semantiek de betekenis van de woorden kunnen begrijpen;
Pragmatiek taal in een sociale context.
12-18 maanden eerste woord.
Vanaf ongeveer 3 jaar is een kind voor een buitenstaander volledig te
verstaan en begrijpen.
- Cognitieve ontwikkeling:
Cognitieve ontwikkeling hangt samen met de motorische ontwikkeling en de
taalontwikkeling.
Ook door het opdoen van ervaringen ontwikkelt een kind zich op cognitief
gebied.
Ook door de werkelijkheid en zijn eigen denken op elkaar af te stemmen leert
een peuter (ziet nog geen oorzaak-gevolg).
- Emotionele ontwikkeling:
Bij normale hechting zijn de ouders voor het kind een veilige haven, de peuter
wil steeds meer ontdekken en laat zijn ouders soms eventjes alleen om op
ontdekking te gaan belangrijk dat de peuter zich bewust is dat de ouders ook
weer terugkomen.
Herkent zichzelf in de spiegel, driftbuien, emoties beginnen zich te ontwikkelen,
loopt tegen eigen grenzen aan etc.
- Slaapgedrag:
Peuters slapen gemiddeld 12 uur per nacht, kinderen van 1-2 jaar doen vaak ’s
middags een dutje avondritme kan bijdragen aan doorslapen.
- Seksuele ontwikkeling:
Kinderen tussen de 2-5 jaar ontdekken hun eigen lichaam, later het lichaam van
vertrouwde personen en het verschil tussen jongens en meisjes.
Ook zindelijkheidstraining.
- Sociale ontwikkeling:
Gefocust op vertrouwde omgeving, graag spelen met andere kinderen, vaak
conflict voorafgaand aan contact maken met ander kind, ‘alles is van mij’ fase
etc.
De student kan potentiële verpleegproblemen ten gevolge van RS-virus en bijpassende
interventies benoemen.
- Verpleegproblemen eventuele besmetting van mensen in omgeving die kwetsbaar
zijn, roken in omgeving van kind, verspreiding binnen het ziekenhuis tijdens eventuele
opname, uitdroging of verstikking.
- Interventies kind verplegen in isolatie, voldoende vocht toedienen, ouder voorlichting
en advies geven over het RS-virus.
, Tijdens de Les (bijeenkomst 3):
Vitale functies
beoordelen bij
kinderen van 0-
3 jaar door
middel van de
PEWS-score:
VTV Casus 1: Peuter Onno.