PA 1 Therapeutische verrichtingen:
Screenen en Diagnosticeren
1) 5 HYPOTHESES + ONDERZOEKSPLAN OPSTELLEN
De hypotheses stel je op aan de hand van het ICF-model.
(functie stoornis, activiteiten, participatie en de externe- en interne factoren.
Ik verwacht dit …, omdat …
Achter de “omdat” moet altijd een controleerbaar feit staan, bijvoorbeeld uit het passieve onderzoek
dat je afneemt bij de patiënt.
Onderzoeksplan (Methodisch fysiotherapeutisch handelen)
o Aanmelding
o Anamnese
o Onderzoek
– Observatie (totaal en lokaal)
– Palpatie
– ADL
– Actief onderzoek
– Passief onderzoek
– Weerstandstesten
o Analyse
o Behandelplan
o Behandeling
o Evaluatie
o Afsluiting
2) ANAMNESE AFNEMEN
Uitvragen:
1. Personalia patiënt
2. Hulpvraag
3. Gezondheidsproblemen en toetstand
4. Historie en beloop
5. Invloeden op het probleem
6. Relatie met vroegere en andere problemen
7. Medicijn gebruik
8. Participatie
9. Woonsituatie
10. Verwachtingen
Het ICF-model aanhouden!
, 3) OBSERVATIE
Begin bij het begin: hoe komt de patiënt naar je toegelopen. Wat is je idee over de ernst van de klacht,
symptomen, is er bereidheid tot bewegen?, ROM, spierkracht en kwaliteit.
Totale observatie
Algemeen kwalitatief
- Psychische typering: verkrampt, hoge tonus,
gespannen, ontspannen
- Lichamelijke typering
Endomorf/ picnisch
Mesomorf/ atletisch
Ectomor/ leptosoom
Totaal kwantitatief
Gewoontehouding
• Alignement: stand van de gewrichten t.o.v. elkaar
• Anterior, posterior en lateraal kijken
• Van beneden naar boven kijken
• Anterieur en posterieur:
- Gewichtsverdeling
- Rotatiestand van de benen
- Koplood/ Basislood
- Luchtfiguren
- Okselcontact
• Lateraal: Lijn van Matthias en lijn van Appleton
Gecorrigeerde houding
• Controle of de opvallende punten in de gewoontehouding veranderd zijn.
Koplood/basislood
Lijn met gewicht aflaten van occiput, moet in het midden van het steunvlak uitkomen.
b.v. koplood valt links van het basislood, omdat het gewicht op het linker been valt.
Afwijking: scoliose
Lijn van Matthias
Lijn neergelaten vanuit gehoorgang, door schouderkop, door heupkop, voor draaiingsas knie, voor
draaiingsas enkel.
Lijn van Appleton
Lijn vanaf het occiput raakt ideaal thoracaal kyfose, os sacrum en hiel.
hol = lordose, versterkt = hyperlordose
bol = kyfose, versterkt = hyperkyfose
Als na de totale observatie blijkt dat de patiënt een verkeerde houding heeft, probeer je samen de
“goede” houding aan te nemen. Als dit lukt weet je dus dat ze het zelf aangenomen hebben en dus niet
natuurlijk is, je kunt er dus doormiddel van oefeningen wat aan doen.
Lokale observatie
Op de plaats zelf en aanverwante biomechanische regio’s.
Observatiepunten:
- Zwelling
Screenen en Diagnosticeren
1) 5 HYPOTHESES + ONDERZOEKSPLAN OPSTELLEN
De hypotheses stel je op aan de hand van het ICF-model.
(functie stoornis, activiteiten, participatie en de externe- en interne factoren.
Ik verwacht dit …, omdat …
Achter de “omdat” moet altijd een controleerbaar feit staan, bijvoorbeeld uit het passieve onderzoek
dat je afneemt bij de patiënt.
Onderzoeksplan (Methodisch fysiotherapeutisch handelen)
o Aanmelding
o Anamnese
o Onderzoek
– Observatie (totaal en lokaal)
– Palpatie
– ADL
– Actief onderzoek
– Passief onderzoek
– Weerstandstesten
o Analyse
o Behandelplan
o Behandeling
o Evaluatie
o Afsluiting
2) ANAMNESE AFNEMEN
Uitvragen:
1. Personalia patiënt
2. Hulpvraag
3. Gezondheidsproblemen en toetstand
4. Historie en beloop
5. Invloeden op het probleem
6. Relatie met vroegere en andere problemen
7. Medicijn gebruik
8. Participatie
9. Woonsituatie
10. Verwachtingen
Het ICF-model aanhouden!
, 3) OBSERVATIE
Begin bij het begin: hoe komt de patiënt naar je toegelopen. Wat is je idee over de ernst van de klacht,
symptomen, is er bereidheid tot bewegen?, ROM, spierkracht en kwaliteit.
Totale observatie
Algemeen kwalitatief
- Psychische typering: verkrampt, hoge tonus,
gespannen, ontspannen
- Lichamelijke typering
Endomorf/ picnisch
Mesomorf/ atletisch
Ectomor/ leptosoom
Totaal kwantitatief
Gewoontehouding
• Alignement: stand van de gewrichten t.o.v. elkaar
• Anterior, posterior en lateraal kijken
• Van beneden naar boven kijken
• Anterieur en posterieur:
- Gewichtsverdeling
- Rotatiestand van de benen
- Koplood/ Basislood
- Luchtfiguren
- Okselcontact
• Lateraal: Lijn van Matthias en lijn van Appleton
Gecorrigeerde houding
• Controle of de opvallende punten in de gewoontehouding veranderd zijn.
Koplood/basislood
Lijn met gewicht aflaten van occiput, moet in het midden van het steunvlak uitkomen.
b.v. koplood valt links van het basislood, omdat het gewicht op het linker been valt.
Afwijking: scoliose
Lijn van Matthias
Lijn neergelaten vanuit gehoorgang, door schouderkop, door heupkop, voor draaiingsas knie, voor
draaiingsas enkel.
Lijn van Appleton
Lijn vanaf het occiput raakt ideaal thoracaal kyfose, os sacrum en hiel.
hol = lordose, versterkt = hyperlordose
bol = kyfose, versterkt = hyperkyfose
Als na de totale observatie blijkt dat de patiënt een verkeerde houding heeft, probeer je samen de
“goede” houding aan te nemen. Als dit lukt weet je dus dat ze het zelf aangenomen hebben en dus niet
natuurlijk is, je kunt er dus doormiddel van oefeningen wat aan doen.
Lokale observatie
Op de plaats zelf en aanverwante biomechanische regio’s.
Observatiepunten:
- Zwelling