November 2024
Inhoudsopgave
Maandag 28 oktober .................................................................................................................................... 3
Fysiologie van de longen: Longmechanica, longziektes en diagnostische tools I & II ............................ 3
Patiëntcollege: luchtwegobstructie........................................................................................................... 8
Dinsdag 29 oktober ..................................................................................................................................... 9
Histologie: long; Ademhalingssysteem .................................................................................................... 9
Woensdag 30 oktober ................................................................................................................................ 13
Anatomie - KNO: Larynx en pharynx ................................................................................................... 13
Anatomie - Embryologie: thorax ........................................................................................................... 17
Vrijdag 1 november ................................................................................................................................... 19
Longfysiologie III ................................................................................................................................... 19
Maandag 4 november ................................................................................................................................ 24
Fysiologie - Spijsverteringskanaal: secretie en motiliteit ...................................................................... 24
Patiëntcollege: gastro-intestinale aandoening........................................................................................ 28
Dinsdag 5 november .................................................................................................................................. 29
Histologie: tractus digestivus ................................................................................................................. 29
Biochemie: DNA schade, radicalen en energiemetabolisme .................................................................. 34
Fysiologie – longen: gasuitwisseling en regulatie ademhaling ............................................................... 37
Woensdag 6 november ............................................................................................................................... 39
Biochemie: enzymen en regulatie........................................................................................................... 39
Anatomie- embryologie: tractus digestivus ........................................................................................... 42
Vrijdag 8 november ................................................................................................................................... 47
Fysiologie: secretie door de maag .......................................................................................................... 47
Maandag 11 november .............................................................................................................................. 50
Fysiologie van het spijsverteringskanaal II – digestie en absorptie....................................................... 50
Darmmicrobioom ................................................................................................................................... 55
Diarree.................................................................................................................................................... 56
Dinsdag 12 november ................................................................................................................................ 57
Biochemie: intermediair metabolisme ................................................................................................... 57
1
,Biochemie: glucose metabolisme en sport .............................................................................................. 62
Regulatie spijsvertering – metabolisme ................................................................................................. 65
Vrijdag 15 november ................................................................................................................................. 70
Regulatie van de motiliteit ..................................................................................................................... 70
Mentimeter ............................................................................................................................................. 72
Histologie en fysiologie van de lever ...................................................................................................... 73
Colleges week 4 ......................................................................................................................................... 76
De lever: klinische aspecten ................................................................................................................... 76
KR: hepatitis .......................................................................................................................................... 78
KR: buikklachten ................................................................................................................................... 80
Biochemie: enzymregulatie en alcohol ................................................................................................... 82
2
, Maandag 28 oktober
Fysiologie van de longen: Longmechanica, longziektes en diagnostische tools I & II
Het respiratoire systeem
Functies:
o Uitwisseling van gassen
o Creëren van geluid
o Reuk, smaak
o Afweer (immuniteit tegen ingeademde stoffen)
o Opwarming lucht
o Opvangen bloedstolsels
o Homeostatische regulatie van de pH (nieren)
Oxidatie
Het doel is het leveren van energie. Dit komt uit de oxidatie van glucose en vet.
Oxidatie van glucose → respiratoir quotiënt (RQ) want evenveel CO₂ gevormd als O₂ gebruikt.
Oxidatie van vet → een lager RQ omdat er meer in gaat dan dat er uit komt
RQ= [CO₂]/[O₂] = in kJ/mol O₂
Normaal is het RQ 0,8 wat betekend voornamelijk vet verbranden want O2 is 1.
Ideale gaswet
De druk (P) x het volume (V) = constante x aantal deeltjes (n) x temperatuur (T). Dit geeft de relatie
tussen deze variabelen in een gas. Dus constant bij een bepaalde temperatuur.
Zuurstofspanning
Zuurstof diffundeert van hoge naar lage druk. In de lucht is de zuurstofspanning van 160 mmHg en
een stikstofspanning van 593mmHg. In de longen is zuurstofspanning hoog (105 mmHg in alveoli) en
gaat naar het bloed waar het PO2 lager is (40 mmHg in longcapillairen). In het weefsel is
zuurstofspanning nog lager, zodat zuurstof van het bloed naar de cellen kan gaan. Binnen de
mitochondria kan het kleiner dan 5mmHg zijn. Zuurstofspanningsverschil in de longen is 60mmHg.
Koolstofdioxidespanning
CO₂ diffundeert ook van hoge naar lage spanning. In de longen is CO₂-spanning hoger dan in de lucht,
waardoor CO₂ het lichaam kan verlaten bij uitademen. In het arteriële bloed is de PCO2 40mmHg en
in het weefsel geven de cellen CO2 af aan het bloed en stijgt de PCO2 naar 46mmHg. In de longen is
uiteindelijk het drukverschil van 6mmHg genoeg om het CO2 van het bloed naar de alveoli te krijgen.
deze moet je weten!
Zuurstofstroom in het lichaam
3
, 1. O₂ opname in de longen
2. O₂ opname in het bloed
3. O₂ transport in het bloed (hart)
4. O₂ afgifte aan de weefsels
Bloedvaten en longblaasjes (alveoli)
Structuur: Pneumocyten type II (Type 2 alveolaire epitheliale cellen) produceren
surfactant (eiwitten + fosfolipiden) om de alveolaire oppervlaktespanning te verlagen.
Type I is heel dun en gelegen over het gehele alveoli.
Hoe worden longen gevuld met lucht?
Middenrif naar beneden → oppervlakte groter en vult zich → volume stijgt en druk daalt.
Uitademen tegenovergestelde.
Flowrate = F → P1(alv.) – P2(atm.) / R (weerstand). Bij een inademing is de flow negatief.
Vaak maar 1mmHg verschil wat al genoeg is voor drukverschil.
Luchtweg obstructie:
Taaislijmziekte (cystic fibrose) en Astma; vernauwing van de bronchiën of trachea omdat de
doorstroming veel minder wordt. Weerstand wordt dus hoger waardoor de flow minder wordt.
Factoren die de weerstand in een laminaire flow (=goede doorloping)
beïnvloeden:
- Wet van Poiseuille: R= * x viscositeit (dikte van het gene wat je inademt) x buislengte / Pi x (straal
van de buis) ^4. Dus als de straal twee keer zo klein wordt, wordt de weerstand 16 keer zo groot. Dit is
een favoriete vraag.
Diffusiewet van Fick
Alle factoren die invloed hebben op de diffusiecapaciteit.
Pleurale vloeistof / ruimte
De druk hierin is altijd lager dan de druk vergeleken in de thorax wand en de intrapulmonaire druk.
Als er van beide kanten hoge druk is gaat die pleurale ruimte aan elkaar plakken. Als er een gaatje is
zal de druk wegvallen en dan krijg je een klaplong.
Transpulmonaire druk = intrapulmonale (alveolaire) druk - intrapleurale druk. Druk kan nooit
negatief zijn dus hij maakt er drukverschil van. Grote druk bestekend dat de longen meer uitgerekt
zijn.
Intrapleuraledruk gaat eerst omlaag en daarna bij een uitademing omhoog omdat de pleuraleruimte
(tussen longen en de borstkast) bij een inademing groter wordt aangezien de borstholte wordt vergroot.
Bij een inademing wordt de pleraleruimte uitgetrokken en daar wordt ook de volume groter en druk
lager
Diafragma en pleurae
4