Medische Kennis toets 1
Toets inhoud:
• H1; Menselijk lichaam
• H2; Cellen en weefsel
• H3; De huid
• H8; Hormoonstelsel
• H9; Het bloed
• H10; Hart- en vaatstelsel
• H11; Lymfestelsel en de afweer
• H12; Ademhalingsstelsel
• Farmacologie
• Begrippenlijsten achter elk hoofdstuk → Nederlands - Latijn
H1 Het menselijk lichaam – 2 vr = 5%
1.2 opbouw van het menselijk lichaam
Een orgaan is een structuur die uit twee of meer weefseltypes bestaat en die een
specifieke functie binnen het lichaam vervult.
1.2.2 Overzicht orgaanstelsels
Beenderstelsel
Het beenderstelsel bestaat uit:
• Botten
• Kraakbeen
• Gewrichten
Functies beenderstelsel:
• Ondersteunt lichaam
• Bewegen
• Beschermen
• Aanmaak bloedcellen in mergholtes
• Opslagplaats
Spierstelsel
Het spierstelsel bestaat uit:
• Skeletspieren → zorgen ervoor dat we kunnen bewegen
• Gladde spieren → verplaatsen stoffen als bloed, urine en voedsel
• Hartspieren → verplaatsen stoffen als bloed, urine en voedsel
Zenuwstelsel
Het zenuwstelsel bestaat uit:
• Hersenen
• Ruggenmerg
• Zenuwen
• Zintuigelijke receptoren → vangen veranderingen op in temperatuur, druk of licht
en sturen berichten door naar het centrale zenuwstelsel.
,Hormoonstelsel
Hormoonklieren produceren hormonen en geven deze af aan het bloed. Het hormoon
gaat dan naar organen, waar ze hun functie kunnen uitoefenen.
De hormoonklieren bestaan uit:
• Hypofyse
• Schildklier
• Bijschildklieren
• Bijnieren
• Zwezerik
• Alvleesklier
• Pijnappelklier
• Eierstokken/ testikels
Circulatiestelsel
De primaire organen van het circulatiestelsel zijn:
• Hart
• Bloedvaten
Lymfestelsel
Het lymfestelsel bestaat uit:
• Lymfevaten
• Lymfeklieren → zuiveren bloed
• Lymfoïde organen, zoals de milt en amandelen → zuiveren bloed
Wanneer er vloeistof in het weefsel lekt, brengen lymfevaten het weer terug naar de
bloedbaan, zodat er continu voldoende bloed is.
Ademhalingsstelsel
Het ademhalingsstelsel bestaat uit:
• Neusholtes
• Mondholte
• Keelholte
• Strottenhoofd
• Luchtpijn
• Luchtpijpvertakkingen
• Longblaasjes
Het ademhalingsstelsel zorgt ervoor om het lichaam van zuurstof te voorzien en om
koolstofdioxide af te voeren. Via de wanden van de longblaasjes wordt O2 met Co2
uitgewisseld met het bloed.
Spijsverteringsstelsel
Het spijsverteringsstelsel bestaat op volgorde uit:
1. Mondholtes
2. Slokdarm
3. Maag
, 4. Dunne darm
5. Dikke darm
6. Rectum
Urinewegstelsel
Het urinewegstelsel bestaat uit:
• Nieren
• Urineleiders
• Blaas
• Urinebuis
Functies:
• Het urinewegstelsel verwijdert afvalstoffen uit het bloed en spoelt ze met de
urine uit het lichaam.
• In stand houden van de water- en zoutbalans
• Reguleren van het zuur-base-evenwicht van het bloed
• Helpen reguleren van bloeddruk
Voortplantingsstelsel
Mannelijke voortplantingsstelsel bestaat uit:
• Zaadballen → produceren zaadcellen
• Bijballen
• Zaadleiders
• Zaadblaasjes
• Prostaat
Vrouwelijke voortplantingsstelsel bestaat uit:
• Eierstokken → produceren eicellen
• Eileiders → hier bevindt de bevruchting plaats
• Baarmoeder → hier nestelt de bevruchte eicel zich in
• Vagina
1.3 Homeostase
Homeostase is het vermogen van het lichaam om het inwendig evenwicht te bewaren
ondanks veranderingen in de omgeving. Vrijwel elk orgaanstelsel speelt een rol bij het
handhaven van de homeostase.
Communicatie is essentieel voor homeostase. Het zenuwstelsel en hormoonstelsel zijn
hiervoor verantwoordelijk.
Als bepaalde waardes te laag worden, zal het lichaam deze verhogen. Zodra de juiste
waarde is bereikt, zorgt het lichaam ervoor dat deze niet verder toeneemt.
Het verhogen en verlagen van waardes om in evenwicht te blijven heet negatieve
feedback.
, 1.4 De taal van de anatomie
1.4.1 Anatomische positie
We gaan er altijd vanuit dat het lichaam zich in een standaard positie
bevindt die de anatomische positie wordt genoemd. In deze positie
staat het lichaam rechtop, met de voeten parallel, de arme hangend
langs het lichaam en met de handpalmen naar voren gericht.
1.4.2 Richtingstermen
Richtingstermen beschrijven de ligging van lichaamsstructuren ten
opzichte van elkaar.
1.4.3 Lichaamsvlakken
Het lichaam kan je vanuit 3 lichaamsvlakken bekijken:
• Sagittale vlak
Verdeelt het lichaam in een linker- en rechterhelft.
• Frontale vlak
Verdeelt het lichaam in een voor- en achterkant. Het frontale
vlak wordt het coronale vlak genoemd
• Transversale vlak
Verdeelt het lichaam in een boven- en onderkant. Het vlak loopt
horizontaal. Het transversale vlak wordt ook wel een
dwarsdoorsnede genoemd.
Anatomische Definitie Afbeelding Voorbeeld
term
Superior Richting de bovenzijde
v/h lichaam ↑ De vena cava
superior is het
bovenste
gedeelte v/d holle
ader.
Inferior Richting de onderzijde
v/h ↓ De vena cava
inferior is het
onderste gedeelte
v/d holle ader.
Craniaal Richting de schedel
↑ Het voorhoofd ligt
craniaal t.o.v. de
schedel.
Caudaal Richting het staartbeen
↓ De
schouderbladen
liggen caudaal
t.o.v. de schedel.
Ventraal Richting de buikzijde → De slokdarm ligt
ventraal v/d
wervelkolom.
Dorsaal Richting de rugzijde De slokdarm ligt
dorsaal v/d
luchtpijp.
Toets inhoud:
• H1; Menselijk lichaam
• H2; Cellen en weefsel
• H3; De huid
• H8; Hormoonstelsel
• H9; Het bloed
• H10; Hart- en vaatstelsel
• H11; Lymfestelsel en de afweer
• H12; Ademhalingsstelsel
• Farmacologie
• Begrippenlijsten achter elk hoofdstuk → Nederlands - Latijn
H1 Het menselijk lichaam – 2 vr = 5%
1.2 opbouw van het menselijk lichaam
Een orgaan is een structuur die uit twee of meer weefseltypes bestaat en die een
specifieke functie binnen het lichaam vervult.
1.2.2 Overzicht orgaanstelsels
Beenderstelsel
Het beenderstelsel bestaat uit:
• Botten
• Kraakbeen
• Gewrichten
Functies beenderstelsel:
• Ondersteunt lichaam
• Bewegen
• Beschermen
• Aanmaak bloedcellen in mergholtes
• Opslagplaats
Spierstelsel
Het spierstelsel bestaat uit:
• Skeletspieren → zorgen ervoor dat we kunnen bewegen
• Gladde spieren → verplaatsen stoffen als bloed, urine en voedsel
• Hartspieren → verplaatsen stoffen als bloed, urine en voedsel
Zenuwstelsel
Het zenuwstelsel bestaat uit:
• Hersenen
• Ruggenmerg
• Zenuwen
• Zintuigelijke receptoren → vangen veranderingen op in temperatuur, druk of licht
en sturen berichten door naar het centrale zenuwstelsel.
,Hormoonstelsel
Hormoonklieren produceren hormonen en geven deze af aan het bloed. Het hormoon
gaat dan naar organen, waar ze hun functie kunnen uitoefenen.
De hormoonklieren bestaan uit:
• Hypofyse
• Schildklier
• Bijschildklieren
• Bijnieren
• Zwezerik
• Alvleesklier
• Pijnappelklier
• Eierstokken/ testikels
Circulatiestelsel
De primaire organen van het circulatiestelsel zijn:
• Hart
• Bloedvaten
Lymfestelsel
Het lymfestelsel bestaat uit:
• Lymfevaten
• Lymfeklieren → zuiveren bloed
• Lymfoïde organen, zoals de milt en amandelen → zuiveren bloed
Wanneer er vloeistof in het weefsel lekt, brengen lymfevaten het weer terug naar de
bloedbaan, zodat er continu voldoende bloed is.
Ademhalingsstelsel
Het ademhalingsstelsel bestaat uit:
• Neusholtes
• Mondholte
• Keelholte
• Strottenhoofd
• Luchtpijn
• Luchtpijpvertakkingen
• Longblaasjes
Het ademhalingsstelsel zorgt ervoor om het lichaam van zuurstof te voorzien en om
koolstofdioxide af te voeren. Via de wanden van de longblaasjes wordt O2 met Co2
uitgewisseld met het bloed.
Spijsverteringsstelsel
Het spijsverteringsstelsel bestaat op volgorde uit:
1. Mondholtes
2. Slokdarm
3. Maag
, 4. Dunne darm
5. Dikke darm
6. Rectum
Urinewegstelsel
Het urinewegstelsel bestaat uit:
• Nieren
• Urineleiders
• Blaas
• Urinebuis
Functies:
• Het urinewegstelsel verwijdert afvalstoffen uit het bloed en spoelt ze met de
urine uit het lichaam.
• In stand houden van de water- en zoutbalans
• Reguleren van het zuur-base-evenwicht van het bloed
• Helpen reguleren van bloeddruk
Voortplantingsstelsel
Mannelijke voortplantingsstelsel bestaat uit:
• Zaadballen → produceren zaadcellen
• Bijballen
• Zaadleiders
• Zaadblaasjes
• Prostaat
Vrouwelijke voortplantingsstelsel bestaat uit:
• Eierstokken → produceren eicellen
• Eileiders → hier bevindt de bevruchting plaats
• Baarmoeder → hier nestelt de bevruchte eicel zich in
• Vagina
1.3 Homeostase
Homeostase is het vermogen van het lichaam om het inwendig evenwicht te bewaren
ondanks veranderingen in de omgeving. Vrijwel elk orgaanstelsel speelt een rol bij het
handhaven van de homeostase.
Communicatie is essentieel voor homeostase. Het zenuwstelsel en hormoonstelsel zijn
hiervoor verantwoordelijk.
Als bepaalde waardes te laag worden, zal het lichaam deze verhogen. Zodra de juiste
waarde is bereikt, zorgt het lichaam ervoor dat deze niet verder toeneemt.
Het verhogen en verlagen van waardes om in evenwicht te blijven heet negatieve
feedback.
, 1.4 De taal van de anatomie
1.4.1 Anatomische positie
We gaan er altijd vanuit dat het lichaam zich in een standaard positie
bevindt die de anatomische positie wordt genoemd. In deze positie
staat het lichaam rechtop, met de voeten parallel, de arme hangend
langs het lichaam en met de handpalmen naar voren gericht.
1.4.2 Richtingstermen
Richtingstermen beschrijven de ligging van lichaamsstructuren ten
opzichte van elkaar.
1.4.3 Lichaamsvlakken
Het lichaam kan je vanuit 3 lichaamsvlakken bekijken:
• Sagittale vlak
Verdeelt het lichaam in een linker- en rechterhelft.
• Frontale vlak
Verdeelt het lichaam in een voor- en achterkant. Het frontale
vlak wordt het coronale vlak genoemd
• Transversale vlak
Verdeelt het lichaam in een boven- en onderkant. Het vlak loopt
horizontaal. Het transversale vlak wordt ook wel een
dwarsdoorsnede genoemd.
Anatomische Definitie Afbeelding Voorbeeld
term
Superior Richting de bovenzijde
v/h lichaam ↑ De vena cava
superior is het
bovenste
gedeelte v/d holle
ader.
Inferior Richting de onderzijde
v/h ↓ De vena cava
inferior is het
onderste gedeelte
v/d holle ader.
Craniaal Richting de schedel
↑ Het voorhoofd ligt
craniaal t.o.v. de
schedel.
Caudaal Richting het staartbeen
↓ De
schouderbladen
liggen caudaal
t.o.v. de schedel.
Ventraal Richting de buikzijde → De slokdarm ligt
ventraal v/d
wervelkolom.
Dorsaal Richting de rugzijde De slokdarm ligt
dorsaal v/d
luchtpijp.