Toegepaste psychologie
Basiskennis
(Periode 1)
Quiz 1
Psychologische wetenschap:
The study through research, of mind, brain and behavior (onderzoek naar gedachten, het
brein en gedrag)
Welke fouten zijn mensen geneigd te maken in hun niet-kritische intuïtieve denken?
Bewijs negeren (conformation bias) niet alles geloven wat je denkt, verbanden/relaties zien
die niet bestaan: iets maken van niks, Het accepteren van after-the-fact explanations, taking
mental shortcuts: keeping it simple
Grote stromingen in de geschiedenis van de psychologie + psychologen:
Experimental psychology: Wilhelm Wundt
Structuralisme: Edward Titchener
Functionalisme: William James
Gestalt psychology: Max Wertheimer
Unconsious conflicts (onbewust): Sigmund Freud
Behaviorisme: John B. Watson
Cognitieve psychologie: George A. Miller
Gestalt movement: Max Wertheimer
Humanistic approach: Carl Rogers
Menselijk gedrag in niveaus:
Biologisch, individueel, sociaal, cultureel
Aantekeningen:
, Quiz 2
Waarom is persoonlijkheid niet simpelweg een lijst met karaktertrekken?
Allport (1961) geeft aan dat persoonlijkheid een dynamische organisatie van karaktertrekken
is ze vormen een samenhangend geheel en zijn bovendien afhankelijk van context en niet
op zichzelf staand.
Monozygotisch en dizygotisch:
Monozygotische tweelingen hebben meer overeenkomsten in persoonlijkheid dan
dizygotische tweelingen. Dit zou bepalen dat persoonlijkheid in ieder geval deels genetisch
bepaald is. Daarentegen worden monozygotische tweelingen vaker op dezelfde manier
benaderd, wat de sterkere correlatie van verklaren. Apart van elkaar opgegroeide
dizygotische tweelingen vertonen opvallend veel overeenkomsten
3 trekken van temperament:
Mate van activiteit, emotionaliteit, sociabiliteit.
Hoe hangen temperament en persoonlijkheid samen?
Temperament is al op jonge leeftijd te herkennen en een breder concept dan
persoonlijkheid. Het is een basale neiging om op bepaalde manieren te voelen of te
handelen. Door levenservaringen kunnen deze neigingen uitgroeien tot karaktertrekken.
Studies tonen samenhang aan tussen temperament en bepaalde karaktertrekken op latere
leeftijd. De samenhang heeft een voorspellende waarde.
Psychodynamische theorie van persoonlijkheid (Freud):
Onbewust: materiaal dat de geest niet gemakkelijk kan bereiken. Verborgen herinneringen,
wensen, behoeften en motieven.
Voorbewust: informatie die niet op het moment in het bewustzijn is, maar daar wel naartoe
gebracht kan worden.
Bewust: dat waar men bewust van is (bewuste gedachten).
Persoonlijkheid bestaande uit 3 verschillende interactieve structuren. (Welke? Ontstaan?
Welke principes?)
ID: streeft naar directe vervulling van verlangens (eros: liefde/plezier, thanos: haat/agressie)
SUPEREGO: aangeleerde normen en waarden vanuit opvoeding/maatschappij
EGO: bemiddelaar tussen ID en SUPEREGO die probeert verlangens te vervullen rekening
houdend met de realiteit.
The Big Five:
Extraversie, neuroticisme, emotionele stabiliteit, aangenaamheid, consciëntieusheid,
openheid voor ervaringen.
Extraversie: Een energieke benadering tot de sociale en fysieke wereld. Vaak positieve
emoties en zijn het vaak eens met stellingen als: “ik zie mezelf als iemand die graag uitgaat
en sociaal is”.
Neuroticisme: Neigen naar negatieve emoties.
Emotionele stabiliteit: “Ik zie mezelf als iemand die gedeprimeerd en somber is”.
Aangenaamheid: Gemakkelijk en prettig in de omgang met andere mensen. “Ik zie mezelf als
iemand die over het algemeen vertrouwen heeft en behulpzaam is”.
Consciëntieusheid: Een georganiseerd, efficient en gedisciplineerde wijze van leven. “Ik zie
mezelf als iemand die dingen efficient aanpakt”.
OCEAN
Theorie van Eysenck: (RAS systeem) Arousal
Introvert hebben in rust de hoogste alertheid. Extraverte mensen in een drukkere ruimte.
Basiskennis
(Periode 1)
Quiz 1
Psychologische wetenschap:
The study through research, of mind, brain and behavior (onderzoek naar gedachten, het
brein en gedrag)
Welke fouten zijn mensen geneigd te maken in hun niet-kritische intuïtieve denken?
Bewijs negeren (conformation bias) niet alles geloven wat je denkt, verbanden/relaties zien
die niet bestaan: iets maken van niks, Het accepteren van after-the-fact explanations, taking
mental shortcuts: keeping it simple
Grote stromingen in de geschiedenis van de psychologie + psychologen:
Experimental psychology: Wilhelm Wundt
Structuralisme: Edward Titchener
Functionalisme: William James
Gestalt psychology: Max Wertheimer
Unconsious conflicts (onbewust): Sigmund Freud
Behaviorisme: John B. Watson
Cognitieve psychologie: George A. Miller
Gestalt movement: Max Wertheimer
Humanistic approach: Carl Rogers
Menselijk gedrag in niveaus:
Biologisch, individueel, sociaal, cultureel
Aantekeningen:
, Quiz 2
Waarom is persoonlijkheid niet simpelweg een lijst met karaktertrekken?
Allport (1961) geeft aan dat persoonlijkheid een dynamische organisatie van karaktertrekken
is ze vormen een samenhangend geheel en zijn bovendien afhankelijk van context en niet
op zichzelf staand.
Monozygotisch en dizygotisch:
Monozygotische tweelingen hebben meer overeenkomsten in persoonlijkheid dan
dizygotische tweelingen. Dit zou bepalen dat persoonlijkheid in ieder geval deels genetisch
bepaald is. Daarentegen worden monozygotische tweelingen vaker op dezelfde manier
benaderd, wat de sterkere correlatie van verklaren. Apart van elkaar opgegroeide
dizygotische tweelingen vertonen opvallend veel overeenkomsten
3 trekken van temperament:
Mate van activiteit, emotionaliteit, sociabiliteit.
Hoe hangen temperament en persoonlijkheid samen?
Temperament is al op jonge leeftijd te herkennen en een breder concept dan
persoonlijkheid. Het is een basale neiging om op bepaalde manieren te voelen of te
handelen. Door levenservaringen kunnen deze neigingen uitgroeien tot karaktertrekken.
Studies tonen samenhang aan tussen temperament en bepaalde karaktertrekken op latere
leeftijd. De samenhang heeft een voorspellende waarde.
Psychodynamische theorie van persoonlijkheid (Freud):
Onbewust: materiaal dat de geest niet gemakkelijk kan bereiken. Verborgen herinneringen,
wensen, behoeften en motieven.
Voorbewust: informatie die niet op het moment in het bewustzijn is, maar daar wel naartoe
gebracht kan worden.
Bewust: dat waar men bewust van is (bewuste gedachten).
Persoonlijkheid bestaande uit 3 verschillende interactieve structuren. (Welke? Ontstaan?
Welke principes?)
ID: streeft naar directe vervulling van verlangens (eros: liefde/plezier, thanos: haat/agressie)
SUPEREGO: aangeleerde normen en waarden vanuit opvoeding/maatschappij
EGO: bemiddelaar tussen ID en SUPEREGO die probeert verlangens te vervullen rekening
houdend met de realiteit.
The Big Five:
Extraversie, neuroticisme, emotionele stabiliteit, aangenaamheid, consciëntieusheid,
openheid voor ervaringen.
Extraversie: Een energieke benadering tot de sociale en fysieke wereld. Vaak positieve
emoties en zijn het vaak eens met stellingen als: “ik zie mezelf als iemand die graag uitgaat
en sociaal is”.
Neuroticisme: Neigen naar negatieve emoties.
Emotionele stabiliteit: “Ik zie mezelf als iemand die gedeprimeerd en somber is”.
Aangenaamheid: Gemakkelijk en prettig in de omgang met andere mensen. “Ik zie mezelf als
iemand die over het algemeen vertrouwen heeft en behulpzaam is”.
Consciëntieusheid: Een georganiseerd, efficient en gedisciplineerde wijze van leven. “Ik zie
mezelf als iemand die dingen efficient aanpakt”.
OCEAN
Theorie van Eysenck: (RAS systeem) Arousal
Introvert hebben in rust de hoogste alertheid. Extraverte mensen in een drukkere ruimte.