Tree of life 2020 Anatomie
Cytologie
2.2 Celstructuur
- Bouwsteen is cel
- Lagere organismen bestaan uit 1 cel
- Hogere organismen bestaan uit miljarden cellen
Taakverdeling tussen cellen: behouden hun fundamentele structuur, maar
veranderingen treden op om functies uit te voeren
- Cel weefsel orgaan organisme
- Prokaryote cellen
Zeer klein
In Protoplasma: cytoplasma met ribosomen en onduidelijk begrensd kernzone
Kernmembraan ontbreekt
- Eukaryote cellen
Groter dan prokaryoten
Kern die gescheiden wordt van cytoplasma door kernmembraan
Aantal organellen aanwezig omgeven door membraan
Typische plantencel
- Protoplast
Kern
o Kernmembraan
o Kernvocht
o Nucleolus
o Chromatine
Plasmalemma
Cytoplasma
o Ribosomen
o Endomembraan-systeem
ER
Golgi-apparaat
Vesiculi
o Organellen begrensd door 1 membraan
Vacuole
Oleosomen
Lysosomen
o Organellen begrensd door 2 (of meer) membranen
Plastiden
Leucoplasten
Chloroplasten
Chromoplasten
Mitochondriën
o Cytoskelet
Microtubili
Actine-filamenten
Celwand
o Middenlamel
o Primaire celwand
, o Secundaire celwand
o Plasmodesmata
o Stippels
2.11 Celwand
- Uitrekbaar omhulsel dat doorlaatbaar is voor de meeste moleculen behalve voor hele
grote
Functie van de celwand
- Wateropname door osmose beperken door druk
Turgordruk ontstaat
- Skelet dat de plant rechthoudt
- Transport, absorptie en secretie van stoffen Via de aanwezigheid van enzymen
- Beletten het binnendringen van pathogene bacteriën en virussen
Ontstaan van de primaire celwand door celdeling
- In celplaat ontstaat middenlamel
Houdt de naburige cellen samen
Bevat protopectines, hemicellulose en proteïnen
- Na aanleg van middenlamel door naburige cellen nieuwe celwandlagen afgezet
- Zolang de cellen groeien blijven ze omgeven door primaire celwand
- In Plasmodesmata: buisje van ER desmotubulus
- Plasmodesmata gevormd tijdens celdeling
Strengen van ER raken gevangen in celplaat
- Primaire stippelvelden
Plaatsen waar de primaire celwand minder dik is
- Polysachariden: cellulose, callose, chitine, hemicellulosen, pectines, slijm
- Proteïnen: enzymen, glycoproteïnen
- Fenolen: lignine, looistoffen
- Vetachtige stoffen: cutine, suberine, was
- Overige stoffen: sporopollenine
- Mineralen: calcium, silicium
Chemische samenstelling
Algemeen
- Cellulose:
Belangrijkste component celwand
Opgebouwd uit B-D-glucose
Bestaat uit lange onvertakte ketens verenigd in microfibrillen
- Microfibrillen
Bestaat uit honderdtal celluloseketens die parallel naast elkaar liggen
Vormen kristallijne gebieden door H-bruggen
Tientallen microfibrillen worden macrofibrillen
- Pectinestoffen
Polysachariden opgebouwd uit a-galacturonzuur, andere suikers of
uronzuren
- Protopectine
Wateroplosbaar door stevige Ca- en Mg-bruggen tussen carboxylgroepen
- Hemicelulosen
Heteropolymeren
, Na hydrolyse bestaan ze uit: hexosen, pentosen, uronzuur
- Glycoproteïnes en enzymen komen ook voor in celwand
Oriëntatie van cellulosefibrillen in de celwand
- Pectines, hemicellulosen en proteïnen worden vanuit golgi-blaasjes door exocytose in
de
- Cellulosemicrofibrillen worden ter plaatse gesynthetiseerd door enzymcomplexen
- Zes cellulosesynthese enzymen zijn gegroepeerd in een ring (rozet) met in de centrale
holte globulaire unit nieuwe microfibril bevestigd
- Binnenzijde (cytoplasmazijde) worden bouwstenen van microfibrillen aangevoerd
- Microfibrillen groeien aan buitenzijde
- Microtubili aan buitenzijde bepalen de verplaatsingsrichting van enzymcomplexen
Waardoor cellulosefibrillen evenwijdig liggen met microtubili
- Oriëntatie van cellulosefibrillen bepaalt tevens de groeprichting van de cel
- Fibrillen kriskras door elkaar
Cel groeit regelmatig in alle richtingen (isodiametrisch of sferisch)
- Fibrillen evenwijdig aangelegd en loodrecht op de lengteas
Cel groeit in richting van de lengteas
- Later gevormde fibrillen zijn minder opgericht en meer transversaal georiënteerd
Multinetgroei
Primaire wand is polylamellaat
Celstrekking belangrijk
Secundaire celwand
- Beëindigen van celstrekking celwand neemt toe in dikte door afzetting secundaire
celwand
- Meer cellulose aanwezig
- Cellen met sterk ontwikkelde secundaire celwanden: protoplast sterft vaak af
Cellen krijgen verstevigings- of geleidingsfunctie
Drietal goed te onderscheiden:
1. Buitenste
2. Binnenste
3. Middelste
- Fibrillen in deze lagen in andere oriëntatie afgezet waardoor de wand stevig wordt
- Cystoliet: wanduitstulping met inbouw van calciumcarbonaat
- De cel die cystoliet omgeeft: lithocyst
Wijzigingen van de celwand
Lignificatie
- Tussen cellulosefibrillen vaak lignine of houtstof
3D netwerk van coniferylalcohol of verwante stoffen
- Cellulosefibrillen met lignine vormt een stevige structuur belet doorgang water en
opgeloste stoffen amper
- Lignine alleen aanwezig bij vaatplanten
- Stevigheid van celwanden die veel lignine bevatten
Laten toe te functioneren in het transportsysteem lang nadat de protoplast is
uitgestorven
Voordeel: dit transportweefsel niet jaarlijks herbouwd hoeft te worden
- Transport via houtvatholtes kan doorgaan dankzij stevige celwanden super-
apoplasmisch transport (super-apoplasma)
Cytologie
2.2 Celstructuur
- Bouwsteen is cel
- Lagere organismen bestaan uit 1 cel
- Hogere organismen bestaan uit miljarden cellen
Taakverdeling tussen cellen: behouden hun fundamentele structuur, maar
veranderingen treden op om functies uit te voeren
- Cel weefsel orgaan organisme
- Prokaryote cellen
Zeer klein
In Protoplasma: cytoplasma met ribosomen en onduidelijk begrensd kernzone
Kernmembraan ontbreekt
- Eukaryote cellen
Groter dan prokaryoten
Kern die gescheiden wordt van cytoplasma door kernmembraan
Aantal organellen aanwezig omgeven door membraan
Typische plantencel
- Protoplast
Kern
o Kernmembraan
o Kernvocht
o Nucleolus
o Chromatine
Plasmalemma
Cytoplasma
o Ribosomen
o Endomembraan-systeem
ER
Golgi-apparaat
Vesiculi
o Organellen begrensd door 1 membraan
Vacuole
Oleosomen
Lysosomen
o Organellen begrensd door 2 (of meer) membranen
Plastiden
Leucoplasten
Chloroplasten
Chromoplasten
Mitochondriën
o Cytoskelet
Microtubili
Actine-filamenten
Celwand
o Middenlamel
o Primaire celwand
, o Secundaire celwand
o Plasmodesmata
o Stippels
2.11 Celwand
- Uitrekbaar omhulsel dat doorlaatbaar is voor de meeste moleculen behalve voor hele
grote
Functie van de celwand
- Wateropname door osmose beperken door druk
Turgordruk ontstaat
- Skelet dat de plant rechthoudt
- Transport, absorptie en secretie van stoffen Via de aanwezigheid van enzymen
- Beletten het binnendringen van pathogene bacteriën en virussen
Ontstaan van de primaire celwand door celdeling
- In celplaat ontstaat middenlamel
Houdt de naburige cellen samen
Bevat protopectines, hemicellulose en proteïnen
- Na aanleg van middenlamel door naburige cellen nieuwe celwandlagen afgezet
- Zolang de cellen groeien blijven ze omgeven door primaire celwand
- In Plasmodesmata: buisje van ER desmotubulus
- Plasmodesmata gevormd tijdens celdeling
Strengen van ER raken gevangen in celplaat
- Primaire stippelvelden
Plaatsen waar de primaire celwand minder dik is
- Polysachariden: cellulose, callose, chitine, hemicellulosen, pectines, slijm
- Proteïnen: enzymen, glycoproteïnen
- Fenolen: lignine, looistoffen
- Vetachtige stoffen: cutine, suberine, was
- Overige stoffen: sporopollenine
- Mineralen: calcium, silicium
Chemische samenstelling
Algemeen
- Cellulose:
Belangrijkste component celwand
Opgebouwd uit B-D-glucose
Bestaat uit lange onvertakte ketens verenigd in microfibrillen
- Microfibrillen
Bestaat uit honderdtal celluloseketens die parallel naast elkaar liggen
Vormen kristallijne gebieden door H-bruggen
Tientallen microfibrillen worden macrofibrillen
- Pectinestoffen
Polysachariden opgebouwd uit a-galacturonzuur, andere suikers of
uronzuren
- Protopectine
Wateroplosbaar door stevige Ca- en Mg-bruggen tussen carboxylgroepen
- Hemicelulosen
Heteropolymeren
, Na hydrolyse bestaan ze uit: hexosen, pentosen, uronzuur
- Glycoproteïnes en enzymen komen ook voor in celwand
Oriëntatie van cellulosefibrillen in de celwand
- Pectines, hemicellulosen en proteïnen worden vanuit golgi-blaasjes door exocytose in
de
- Cellulosemicrofibrillen worden ter plaatse gesynthetiseerd door enzymcomplexen
- Zes cellulosesynthese enzymen zijn gegroepeerd in een ring (rozet) met in de centrale
holte globulaire unit nieuwe microfibril bevestigd
- Binnenzijde (cytoplasmazijde) worden bouwstenen van microfibrillen aangevoerd
- Microfibrillen groeien aan buitenzijde
- Microtubili aan buitenzijde bepalen de verplaatsingsrichting van enzymcomplexen
Waardoor cellulosefibrillen evenwijdig liggen met microtubili
- Oriëntatie van cellulosefibrillen bepaalt tevens de groeprichting van de cel
- Fibrillen kriskras door elkaar
Cel groeit regelmatig in alle richtingen (isodiametrisch of sferisch)
- Fibrillen evenwijdig aangelegd en loodrecht op de lengteas
Cel groeit in richting van de lengteas
- Later gevormde fibrillen zijn minder opgericht en meer transversaal georiënteerd
Multinetgroei
Primaire wand is polylamellaat
Celstrekking belangrijk
Secundaire celwand
- Beëindigen van celstrekking celwand neemt toe in dikte door afzetting secundaire
celwand
- Meer cellulose aanwezig
- Cellen met sterk ontwikkelde secundaire celwanden: protoplast sterft vaak af
Cellen krijgen verstevigings- of geleidingsfunctie
Drietal goed te onderscheiden:
1. Buitenste
2. Binnenste
3. Middelste
- Fibrillen in deze lagen in andere oriëntatie afgezet waardoor de wand stevig wordt
- Cystoliet: wanduitstulping met inbouw van calciumcarbonaat
- De cel die cystoliet omgeeft: lithocyst
Wijzigingen van de celwand
Lignificatie
- Tussen cellulosefibrillen vaak lignine of houtstof
3D netwerk van coniferylalcohol of verwante stoffen
- Cellulosefibrillen met lignine vormt een stevige structuur belet doorgang water en
opgeloste stoffen amper
- Lignine alleen aanwezig bij vaatplanten
- Stevigheid van celwanden die veel lignine bevatten
Laten toe te functioneren in het transportsysteem lang nadat de protoplast is
uitgestorven
Voordeel: dit transportweefsel niet jaarlijks herbouwd hoeft te worden
- Transport via houtvatholtes kan doorgaan dankzij stevige celwanden super-
apoplasmisch transport (super-apoplasma)