Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

geen tijd om een samenvatting te maken?

Beoordeling
-
Verkocht
3
Pagina's
43
Geüpload op
22-01-2021
Geschreven in
2019/2020

Deze uitgebreide samenvatting omvat hoofdstukken van de toets van 'psychologie een inleiding' van de opleiding Social Work leerjaar 1. Ook aantekening van hoorcolleges staan erbij, dit is dan aangevuld met leerstof uit het boek.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Psychologie hoorcollege 1

Wat is psychologie?

• De wetenschap van het gedrag en de psychische processen, die uit vele, dikwijls
tegenstrijdige tradities is ontstaan.
• Studie van alle gedrag van een individu, ook afwijkend gedrag
• Studie van een individu binnen een groep

Verschil psycholoog en psychiater: Psychiater heeft medicijnen gestudeerd en houdt zich bezig met
psychische stoornissen. Psychologen houden zich bezig met aspecten van gedrag en geestelijke
processen.

3 brede gebieden in de psychologie:

1. Experimenteel psychologen: doen voornamelijk onderzoek en geven vaak ook onderwijs, ze
zijn verbonden aan universiteiten
2. Docent psychologie: werken in verschillende omgevingen, waaronder hbo-opleiding
psychologie
3. Toegepast psychologen: beoefenen veel specialismen, zoals onderwijs, klinische psychologie
en counseling

Wat op psychologie lijkt in de media is pseudo (schijn) psychologie. Om dit verschil te kennen met je
kritische denkvaardigheden ontwikkelen, hiervoor zijn 6 vragen die je moet stellen als je met nieuwe
beweringen wordt geconfronteerd:

1. Wat is de bron?
2. Is de bewering redelijk of extreem?
3. Wat is het bewijsmateriaal?
4. Kan de conclusie door bias zijn beïnvloed? (Wetenschappelijke bias wil zeggen dat de
interpretatie van studieresultaten verstoord kan worden)
5. Worden veelvoorkomende denkfouten vermeden?
6. Zijn voor het oplossen van het probleem verschillende invalshoeken nodig?

Ontstaan psychologie:

• Komt voort uit filosofie
• Structuralisme: sensaties, beelden en gevoelens proberen te ontrafelen
• Functionalisme:

,6 invalshoeken:

1. Biologische perspectief: → neurowetenschap & evolutionaire (structuralisme &
functionalisme)
• Oorzaken van je gedrag te vinden in je genen, zenuwstelsel en hormoonstelsel
2. Whole-person: → psychoanalytische benadering & humanistische psychologie &
psychodynamische psychologie & psychologie van karaktertrekken en temperament
• Globale kijk op het individu
3. Behavioristische perspectief:
• Nadruk op objectieve methoden, inzichten in de aard van het leren een effectieve technieken
voor de behandeling van onwenselijk gedrag
4. Cognitieve perspectief:
• Aandacht voor leren, geheugen, sensatie, perceptie (waarneming), taal en denken en nadruk
op informatieverwerking
5. Ontwikkelingsperspectief
• Richt de aandacht op geestelijke en gedragsmatige veranderingen die voorspelbaar
gedurende het gehele leven plaatsvinden. Die veranderingen zijn het gevolg van de interactie
van erfelijkheid en omgeving, nature (genetica van de persoon) versus nurture (omgeving)
6. Socioculturele perspectief:
• Sociale interactie, richt de aandacht op het feit dat elk individu wordt beïnvloed door andere
mensen en door de cultuur waarvan iedereen deel uitmaakt



Soorten psychologisch onderzoek:

1. Experimenten: Onderzoeksmethode waarmee een betrouwbare oorzaak-en-gevolgrelatie
kan worden vastgesteld. Definitie: type onderzoek waarbij de onderzoeker gebruikmaakt van
vergelijkbare groepen en alle omstandigheden controleert en rechtstreeks manipuleert,
inclusief de onafhankelijke variabele.
2. Correlatieonderzoek: Op zoek naar een experiment dat al toevallig, onopzettelijk heeft
plaatsgevonden buiten het laboratorium. Bijv. de effecten van giftige soort verf, op zoek naar
een groep kinderen die al aan de verf is blootgesteld en dan vergelijken aan een groep die
nog niet aan de verf is blootgesteld. Definitie: vorm van onderzoek waarbij de relatie tussen
variabelen wordt bestudeerd zonder een onafhankelijke variabele in een experiment te
manipuleren. Uit correlatieonderzoek kan geen oorzaak-gevolgrelatie worden afgeleid.
- Geen correlatie: variabelen hebben geen relatie met elkaar, coëfficiënt 0
- Positieve correlatie: variabelen variëren tegelijkertijd in de zelfde richting → een groter
of kleiner, andere verandert in dezelfde richting, coëfficiënt (bijv.) +0,4
- Negatief correlatie: als de ene variabele afneemt, neemt de andere toe, coëfficiënt (bijv.)
-0,7
3. Surveys: voor standpunten, voorkeuren of meningen van een groep mensen. Mensen
worden gevraagd een reactie te geven op een van tevoren vastgestelde lijst met vragen.
4. Natuurlijke observatie: hierbij word gedrag van mensen of dieren in hun eigen omgeving
geobserveerd. Voordeel is dat je de gedraging en ziet zoals ze zich op natuurlijke wijze
voordoen, het is soms ook goedkoper en de inzichten worden opgeleverd die je niet altijd in
een laboratorium krijgt. Nadeel is dat je geen controle hebt over de omgeving.
5. Gevalstudie: richt zich op enkele of 1 persoon en wordt gebruikt voor diepgaand onderzoek
naar individuen met zeldzame stoornissen of ongewone talenten. Voordeel: levert soms

, waardevolle inzichten op die je niet op een andere manier kan verkrijgen. Nadelen: het is
subjectief en door geringe omvang van de onderzochte groep zijn de conclusies niet
automatisch van toepassing op andere individuen.



Expectancy bias: (verwachtingsbias) als de waarnemer verwacht dat bepaalde gebeurtenissen zullen
leiden tot bepaalde resultaten. Hij staat toe dat zijn of haar verwachtingen de resultaten van een
onderzoek beïnvloeden.



Placebo: substantie die op een medicijn lijkt maar het niet is. Placebo’s worden ook wel suikerpillen
genoemd omdat ze in plaats van een echt geneesmiddel alleen suiker bevatten.

Dubbelblindonderzoek: experimentele procedure waarbij zowel de proefpersoon als de
onderzoekers niet weten wie welke behandeling krijgt.



Psychodynamica:

- Nadruk op het begrijpen van mentale stoornissen in termen van onbewuste

Bewust en onbewust, ijsberg theorie, ego (bewustzijn), superego (geweten) en id (onbewuste
drijfveren)

Bio psychologie:

• Onderzoek naar erfelijkheid, onderzoek naar relatie tussen hersenen en geest, onderzoekt
hoe biologische processen het gedrag beïnvloeden. Interactie tussen biologie, gedrag en de
omgeving.
• Genotype, fenotype, mutaties
- Gedragsgenetica:
- Onderzoek naar genetische basis van gedrag, eigenschappen en stoornissen
- Directe verbanden tussen gedrag en genetica: moeilijk aantoonbaar, complex gedrag
samenspel tussen vele genen en interactie met omgeving
- Voorbeeld: crimineel gedrag, complex en cultuurgebonden
- Successen: vaststellen van bepaalde stoornissen zoals syndroom van Down

, Hoorcollege 2
Kernvraag 2.1

Genen en gedrag:

• Onderdelen gedrag zijn onmiskenbaar aangeboren
- Aanwezig bij geboorte en deel van biologische erfenis
- Gedeeld met soortgenoten, bijv. aanleg om op twee voeten te lopen en praten
• Het is geen toeval dat we specifieke kenmerken hebben
• Evolutie: het geleidelijke proces van biologische verandering van een soort doordat die zich
succesvol aanpast aan zijn omgeving

Evolutieleer:

• Charles Darwin (1809-1882) beschreef evolutietheorie over ontwikkeling van leven en
mechanisme erachter → natuurlijke selectie (de organismen die het best zijn aangepast in hu
omgeving, overleven)
• Natuurlijk selectie:
1. Omgeving legt druk op soort
2. Er ontstaat concurrentie om schaarse bronnen
3. Organismen die het meest geschikt blijven, overleven (zowel binnen als buiten soorten)
4. Succesvolle organismen geven hun genen door
5. In de volgende generatie is er dus meer dragers van het succesvolle genotype

Adaptief kenmerk: kenmerk van een soort dat is ontstaan gebaseerd op aanpassing aan een
specifieke omgeving
Genoom: omvat 1 complete set van chromosomen
Chromosoom: spiraalvormige draad waarlangs de genen zijn gerangschikt, bestaan voornamelijk uit
DNA (desoxyribonucleïnezuur) ,23 paren, mannen X-Y, vrouwen X-X
Genen: stukjes van een chromosoom waarin de codes voor erfelijke lichamelijke en psychische
eigenschappen zijn opgeslagen, bevatten de bouwinstructie van een organisme
Autosoom: alle chromosomen die geen geslachtchromosomen zijn, dus de andere 22 paar

Histoon: een specifiek eiwit waar het DNA zijn spiralen omheen wikkelt
Epigenoom: een reeks chemische codes die aanvullende ervaringen op het DNA vormen, het is
flexibel en past zich aan de omgeving aan door genen aan het uit te zetten in reactie op ervaringen
van het organisme

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
1,2,4,5,6,9 en 11
Geüpload op
22 januari 2021
Aantal pagina's
43
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$4.79
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
annascheer02

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
annascheer02 Saxion Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
9
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
9
Documenten
4
Laatst verkocht
2 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen