Pedagogiek blok 4
Hoorcollege 1, inleiding en geschiedenis van het maatschappelijk
opvoeden
Opvoedondersteuning= ondersteuning aan ouders, gericht op het herkennen
en verhelpen van problemen bij het kind en/of in het opvoedsysteem (interactie
met het kind).
Maatschappelijk opvoeden, de PCS. (2025)
PCS (pedagogische Civil Society): verwijst naar vrijwillige verenigingen van
organisaties en burgers buiten formele instanties, de overheid en bedrijfsleven.
Het gaat over laagdrempelige ondersteuning dus geen mensen die zijn opgeleid
om te ondersteunen. . Dus burgers die hulp bieden bij de opvoeding van ouders.
- Individualisme: minder maatschappelijk opvoeden via traditionele
steunstructuren en netwerken. Door individualisme zijn mensen meer op
zichzelf gevallen. (Ontzuiling, grotere klassen, minder tijd voor kinderen,
etc.) ze hebben het gevoel dat ze niet kunnen leunen op de PCS.
- Maar niet minder behoefte aan informele opvoedsteun! Officiële instanties
zijn niet altijd een juiste vervanging voor het eigen netwerk.
- Nieuw jeugd-en gezinsbeleid: versterken van de rol van mede-opvoeders
en benadrukken van de collectieve verantwoordelijkheid.
- Sterke PCS: positieve invloed op het opvoedklimaat.
We moeten werken naar het idee dat ieder gezin steun heeft en PCS heeft.
Ondersteuning van mede-opvoeders:
,Nabije opvoeders: het dichtste om je heen, opvoeder, partner, vrienden
Informele medeopvoeders op afstand: bijvoorbeeld buren, collega’s, mensen
die je kent maar iets minder goed.
Nabije formele opvoeders: vrijwilligers en begeleiders van vrijetijdsbesteding,
sportcoach, etc. geen professional die je vertelt wat je moet doen op een bepaald
moment.
Formele medeopvoeders op afstand: basiszorg. (valt niet onder PCS)
Belang van mede-opvoeders: direct en indirect
Indirect: mate waarin ouders zich ondersteund voelen, opa en oma passen op
kind. Ouders zijn uitgeruste en zo heeft dit invloed op het kind
Direct: medeopvoeders en welbevinden in de ontwikkeling van het kind
Manieren waarop ouders gesteund kunnen worden door PCS, Mede-
opvoeder, zoals familie, buren, leerkrachten, etc.:
- Emotionele steun:
- Instrumentele steun: praktische handvatten zoals oppassen
- Informationele steun: bieden van informatie.
- Normatieve steun: gaat over dat ouders samen met andere kunnen
bepalen wat voor hun belangrijke normen en waarden zijn en hoe ze daar
mee om gaan.
Manieren waarop ouders gesteund kunnen worden door
maatschappelijke initiatieven:
- Toegankelijkheid bevorderen, mogelijkheden faciliteren
- Nieuwe initiatieven ondersteunen
- Bestaande activiteiten onder de aandacht brengen.
Maatschappelijk opvoeden= opvoeden niet alleen gericht op optimale
ontwikkeling van het kind maar kind en opvoeding ook zien als onderdeel van de
samenleving (het worden mensen die hun steentje gaan bijdragen aan de
samenleving daarom moeten ze goed worden opgevoed). De samenleving
ondersteunt het opvoeden en goede opvoeding ondersteunt de samenleving.
Opvoedingsadviezen in Nederland van 1600-2000:
Waarom leren we dit? Het maakt kennis over opvoedopvattingen van vroeger
het mogelijk ideeën van onze eigen tijd van een afstandje te bekijken, en een
eigen visie te ontwikkelen.
, Voor <1600:
- Er kwam pas kennis over opvoeden vanaf de late middeleeuwen
- Genegenheid en bewust opvoeden van alle tijden
- Opvattingen over ‘’goed’’ opvoeden verschillen per tijdperk
De gouden eeuw (1600-1700):
- Opvoeddoel= vrome (bezig zijn met godsdienst en religie) en deugdzame
burgers, voor de doorontwikkeling van de economie
o Religie
o Eerlijkheid
o Bescheidenheid
o Hulpvaardigheid
- Maar ook kerken en stadsbestuur financierden weeshuizen en scholen, het
was dus een wederkerig maatschappelijke opvoeding.
- Betrokken en warme maar patriarchale (de baas) vaders
- Eigenwijze moeders, hadden wel veel te zeggen en waren
verantwoordelijke voor de opvoeding van het kind.
- Kinderen waren gewaardeerd en begrepen
- De meeste kinderen gingen kort naar school: want opvoeden gebeurde ook
door werkgevers.
Verlichting (1700-1800)
- Opvoeddoel: harde werkers en brave burgers grootbrengen. Want het ging
slecht met de maatschappij, zodat de onrust die er nu in de samenleving
was minder zou worden.
- Verlichtingsdenken: minder nadruk op religie, meer op kennis en
vooruitgang. Hard werken zorgt ervoor dat je vooruitkomt. Je hoeft je niet
neer te leggen bij je lot
- Volksopvoeding: hoe de maatschappij het volk opvoedt. Niet alleen
kinderen maar het hele volk moet worden opgevoed.
- De hoofdrol wordt voor de moeder en niet meer de vader (Betje wolf zegt :
vrouwen hebben meer aanleg voor een liefdevolle opvoeding en zijn betere
opvoeders, door de natuurlijke aanleg).
1800-1850
- Veel gezinnen leefden onder de armoedegrens
- Kinderarbeid was nodig, maar ook gezien als deel van de goede
opvoeding. Door orde en plichtsbesef.
- Maatschappelijk opvoeden: onzelfzuchtigheid, belang van de maatschappij
voor het eigen belang (collectivisme).
Hoorcollege 1, inleiding en geschiedenis van het maatschappelijk
opvoeden
Opvoedondersteuning= ondersteuning aan ouders, gericht op het herkennen
en verhelpen van problemen bij het kind en/of in het opvoedsysteem (interactie
met het kind).
Maatschappelijk opvoeden, de PCS. (2025)
PCS (pedagogische Civil Society): verwijst naar vrijwillige verenigingen van
organisaties en burgers buiten formele instanties, de overheid en bedrijfsleven.
Het gaat over laagdrempelige ondersteuning dus geen mensen die zijn opgeleid
om te ondersteunen. . Dus burgers die hulp bieden bij de opvoeding van ouders.
- Individualisme: minder maatschappelijk opvoeden via traditionele
steunstructuren en netwerken. Door individualisme zijn mensen meer op
zichzelf gevallen. (Ontzuiling, grotere klassen, minder tijd voor kinderen,
etc.) ze hebben het gevoel dat ze niet kunnen leunen op de PCS.
- Maar niet minder behoefte aan informele opvoedsteun! Officiële instanties
zijn niet altijd een juiste vervanging voor het eigen netwerk.
- Nieuw jeugd-en gezinsbeleid: versterken van de rol van mede-opvoeders
en benadrukken van de collectieve verantwoordelijkheid.
- Sterke PCS: positieve invloed op het opvoedklimaat.
We moeten werken naar het idee dat ieder gezin steun heeft en PCS heeft.
Ondersteuning van mede-opvoeders:
,Nabije opvoeders: het dichtste om je heen, opvoeder, partner, vrienden
Informele medeopvoeders op afstand: bijvoorbeeld buren, collega’s, mensen
die je kent maar iets minder goed.
Nabije formele opvoeders: vrijwilligers en begeleiders van vrijetijdsbesteding,
sportcoach, etc. geen professional die je vertelt wat je moet doen op een bepaald
moment.
Formele medeopvoeders op afstand: basiszorg. (valt niet onder PCS)
Belang van mede-opvoeders: direct en indirect
Indirect: mate waarin ouders zich ondersteund voelen, opa en oma passen op
kind. Ouders zijn uitgeruste en zo heeft dit invloed op het kind
Direct: medeopvoeders en welbevinden in de ontwikkeling van het kind
Manieren waarop ouders gesteund kunnen worden door PCS, Mede-
opvoeder, zoals familie, buren, leerkrachten, etc.:
- Emotionele steun:
- Instrumentele steun: praktische handvatten zoals oppassen
- Informationele steun: bieden van informatie.
- Normatieve steun: gaat over dat ouders samen met andere kunnen
bepalen wat voor hun belangrijke normen en waarden zijn en hoe ze daar
mee om gaan.
Manieren waarop ouders gesteund kunnen worden door
maatschappelijke initiatieven:
- Toegankelijkheid bevorderen, mogelijkheden faciliteren
- Nieuwe initiatieven ondersteunen
- Bestaande activiteiten onder de aandacht brengen.
Maatschappelijk opvoeden= opvoeden niet alleen gericht op optimale
ontwikkeling van het kind maar kind en opvoeding ook zien als onderdeel van de
samenleving (het worden mensen die hun steentje gaan bijdragen aan de
samenleving daarom moeten ze goed worden opgevoed). De samenleving
ondersteunt het opvoeden en goede opvoeding ondersteunt de samenleving.
Opvoedingsadviezen in Nederland van 1600-2000:
Waarom leren we dit? Het maakt kennis over opvoedopvattingen van vroeger
het mogelijk ideeën van onze eigen tijd van een afstandje te bekijken, en een
eigen visie te ontwikkelen.
, Voor <1600:
- Er kwam pas kennis over opvoeden vanaf de late middeleeuwen
- Genegenheid en bewust opvoeden van alle tijden
- Opvattingen over ‘’goed’’ opvoeden verschillen per tijdperk
De gouden eeuw (1600-1700):
- Opvoeddoel= vrome (bezig zijn met godsdienst en religie) en deugdzame
burgers, voor de doorontwikkeling van de economie
o Religie
o Eerlijkheid
o Bescheidenheid
o Hulpvaardigheid
- Maar ook kerken en stadsbestuur financierden weeshuizen en scholen, het
was dus een wederkerig maatschappelijke opvoeding.
- Betrokken en warme maar patriarchale (de baas) vaders
- Eigenwijze moeders, hadden wel veel te zeggen en waren
verantwoordelijke voor de opvoeding van het kind.
- Kinderen waren gewaardeerd en begrepen
- De meeste kinderen gingen kort naar school: want opvoeden gebeurde ook
door werkgevers.
Verlichting (1700-1800)
- Opvoeddoel: harde werkers en brave burgers grootbrengen. Want het ging
slecht met de maatschappij, zodat de onrust die er nu in de samenleving
was minder zou worden.
- Verlichtingsdenken: minder nadruk op religie, meer op kennis en
vooruitgang. Hard werken zorgt ervoor dat je vooruitkomt. Je hoeft je niet
neer te leggen bij je lot
- Volksopvoeding: hoe de maatschappij het volk opvoedt. Niet alleen
kinderen maar het hele volk moet worden opgevoed.
- De hoofdrol wordt voor de moeder en niet meer de vader (Betje wolf zegt :
vrouwen hebben meer aanleg voor een liefdevolle opvoeding en zijn betere
opvoeders, door de natuurlijke aanleg).
1800-1850
- Veel gezinnen leefden onder de armoedegrens
- Kinderarbeid was nodig, maar ook gezien als deel van de goede
opvoeding. Door orde en plichtsbesef.
- Maatschappelijk opvoeden: onzelfzuchtigheid, belang van de maatschappij
voor het eigen belang (collectivisme).