Psychologie blok 4
In het begin:
Onze huidige visie komt voort uit eeuwen van visie op ons ‘’denken zijn’’ , de
menselijke geeft is een mysterie die niet in twijfel getrokken mag worden.
Tot in de middeleeuwen werd nagedacht over psychologie, hierna kwam de
katholieke kerk en die zij dat iedereen een goddelijke ziel had, en god en ons
bewustzijn en geest mochten we niet in twijfel trekken. Dus niet onderzoeken
want dat is iets in twijfel trekken.
Hier stond de ontwikkeling van de psychologie dus stil.
René Descartes:
wat is waarheid en hoe kan ik iets zeker weten?
Hij had belang voor het systematisch twijfelen om achter de waarheid te komen.
Ook dacht hij na over hoe mensen in elkaar zitten, hij wist dat denken in de geest
gebeurde en dat hij een lichaam van vlees en bloed had. Volgends hem was dit
dan ook waar de mens uit bestond. Hij dacht na over ons bewust zijn, dit mocht
niet (zoals hierboven benoemd) want hij kwam uit deze tijd. Hij zij een mens
heeft een goddelijke ziel, en een dierlijke ziel (reflexen). En die dierlijke ziel
mogen we wel onderzoeken want dat is geen deel van de goddelijke ziel.
Hij benadrukte aangeboren eigenschappen (nature)
John Locke:
Mensen zijn een tabula Rasa (onbeschreven blad), je doet ervaringen op
waardoor je gevormd wordt.
3 principes:
- Leren doormiddel van associatie (er wordt een boek gelezen over monsters
in het donker, kind is bang in het donker doordat het associeert met
monsters)
- Leren door middel van straffen en belonen (iets belonen dan wordt het
vaker gedaan)
- Leren door imiteren (andere na doen)
,Immanuel kant
Combineerde deze 2:
Je hebt eigenschappen nodig om dingen te kunnen leren, dus we zijn niet
helemaal onbeschreven. Een aantal van die aangeboren eigenschappen zijn:
- Oorzaak/gevolg kunnen zien
- Denken in tijd en ruime en grootte
De echte werkelijkheid (objectieve werkelijkheid) kennen we niet, we hebben
alleen de subjectieve waarneming en beleving.
Als we het met de subjectieve waarneming moeten doen hoe vinden we dan de
weg in de objectieve wereld? Hier keek Hermann Von Helmholtz naar. Door
een speciale bril op te zetten bij personen, waarin je beeld verplaats van hoe het
echt is, als hij ze vroeg een glas te pakken grepen ze altijd mis. Maar na verloop
van tijd paste de waarneming zich aan en konden ze het wel.
Een belangrijke conclusie hieruit is dat onze ervaringen ook onze waarnemingen
beïnvloedden.
Gustav theodor fecher onderzocht hoe wij verschillen als mensen. Het
verschil tusssen 1 en 2 cm kunnen we makkelijk aan geven maar tussen 180 en
181 is het ineens heel moeilijk. Zijn conclusie was dus dat de absolute verschillen
niet belangrijk zijn maar de verhoudingen (relatieve verschillen) wel. Ook lukte
het hem om psychologische processen te meten en beschrijven
Wilhelm Wundt:
vroeg zich af of mentale processen tijd kosten. Hij heeft een gedachte meter
gemaakt en ging kijken welk deel in de hersenen bewoog op welk moment. Zijn
conclusie was dat het tijd koste om dingen waar te nemen en te bedenken. In
1879 het eerste psychologische laboratorium ter wereld!
Psychologie = een wetenschap die zich richt op beschrijven, verklaren en
voorspellen van gedrag, gedachten en emoties van mensen. Deze hangen samen
en hebben allemaal invloed op elkaar.
Het is een empirische wetenschap (waarnemen)
De empirische cyclus is een belangrijke manier waarop psychologen onderzoek
doen. Het begint vaak met een waarneming theorievorming (is er samen hang)
hypothesen ( verwachting/ voorspelling wat je gaat vinden) toetsing ( de
hypothese kan je gaan toetsen. Dit leidt weer tot nieuwe waarnemingen etc.
,Verschillende soorten onderzoek:
- Beschrijvend onderzoek: situatie beter in kaart brengen
- Vergelijkend onderzoek: focus op de vraag of er verschillen bestaan
tussen specifieke groepen
- Verklarende onderzoek: zoeken naar verklaring (hoe komt iets?) voor
verschillen
- Evaluerend onderzoek: werken interventies echt? Evalueren op iets. Als
25% van de cliënten op een interventie vooruit gaat vinden we dat al een
groot effect.
Onderzoeksmethoden:
- Correlationeel onderzoek: het verband tussen de twee zaken in kaart
brengen (deze 2 dingen komen vaak samen voor), het nadeel is dat het
oorzaak en gevolg onduidelijk is.
- Experimenteel onderzoek: de onderzoeker manipuleert zaken met meer
effect ( iets veranderen bij de ene kijken of de andere ook verandert), het
voordeel hiervan is dat conclusies mogelijk gaan over oorzaak en gevolg
een nadeel is dat er soms praktische of ethische bezwaren zijn.
- Kwalitatief onderzoek: focus op individuele ervaringen in plaats van
gemiddelden.
6 perspectieven:
1: biologisch perspectief,
- Het gedrag is een samenspel van genen, hersenen, het zenuwstelsel en
hormoonstelsel.
- Je hebt 2 varianten: neurowetenschap en evolutionaire psychologie (ons
gedrag komt door omgevingsinvloeden en selectie)
2: cognitief perspectief,
- Startpunt van de moderne psychologie (Wundt).
- Het is de ontdekking in periodiek systeem in scheikunde: alle elementen.
- Wundt: deed onderzoek naar gedrag en mentale processen. ook een
soortgelijk systeem voor de geest moeten we dit ook opdelen in elementen
( sensatie, perceptie, etc.)?
- Hij gebruikte hiervoor 2 methode: Zintuigelijke waarnemingen en
introspectie (naar binnen kijken, hij vroeg vrijwilligers om innerlijke
ervaringen te beschrijven) hij kwam toen tot de conclusie dat er
verschillende elementen van bewustzijn bestaan.
- Structuralisme : doormiddel van introspectie ontdekken van de structuur
(elementen) van het bewustzijn.
- Gestaltpsychologie: bewustzijn is meer dan de som per delen (perceptie)
, - Functionalisme ( William James) : verklaring voor hoe mensen zich
aanpassen aan de werkelijke wereld
- Kritiek: te subjectief
- Gedrag = resultaat van iemands unieke patroon van waarnemingen en
interpretaties van ervaringen.
3: behavioristische perspectief,
- Gedrag komt voort uit de prikkels van de omgeving.
- Onze handelingen zijn gevolgen van stimuli uit de omgeving, in plaats van
innerlijke mentale processen.
- Uitsluitend direct waarneembaar gedrag bestuderen.
- Aandacht voor de manier waarop ons handelen wordt gevolgd door de
consequenties ervan, ( kind gaat dankjewel zeggen als het wordt
geprezen)
4: whole person perspectief
3 stromingen:
- Psychodynamische psychologie: Freud, psychische problemen komen
voort uit trauma’s uit kindertijd, de nadruk ligt op de onbewuste rol die
behoefte spelen, verlangens, herinneringen etc. deze analyse is
tegenwoordig niet meer actueel, het is niet toetsbaar.
- Humanistische psychologie: nadruk op de positieve kant van de mens,
mogelijkheden, groei, potentie, etc. door vrije wil is groei mogelijk
( Maslow) grondhouding van hulpverleners, empathie, onvoorwaardelijke
acceptatie, en echtheid (Rochers) deze moet je als hulpverlener hebben
- Psychologie van karaktertrekken en temperament: big five, gedrag
en persoonlijkheid zijn fundamentele kenmerken. Neigingen die consistent
zijn in tijd en situaties.
5: ontwikkelingsperspectief,
- Gedrag= interactie tussen erfelijkheid en omgeving en voorspelbare
veranderingen.
- Nature: biologisch psychologen
- Nurture: behavioristen
- Combi: ontwikkelingspsychologen
6: socioculturele perspectief,
In het begin:
Onze huidige visie komt voort uit eeuwen van visie op ons ‘’denken zijn’’ , de
menselijke geeft is een mysterie die niet in twijfel getrokken mag worden.
Tot in de middeleeuwen werd nagedacht over psychologie, hierna kwam de
katholieke kerk en die zij dat iedereen een goddelijke ziel had, en god en ons
bewustzijn en geest mochten we niet in twijfel trekken. Dus niet onderzoeken
want dat is iets in twijfel trekken.
Hier stond de ontwikkeling van de psychologie dus stil.
René Descartes:
wat is waarheid en hoe kan ik iets zeker weten?
Hij had belang voor het systematisch twijfelen om achter de waarheid te komen.
Ook dacht hij na over hoe mensen in elkaar zitten, hij wist dat denken in de geest
gebeurde en dat hij een lichaam van vlees en bloed had. Volgends hem was dit
dan ook waar de mens uit bestond. Hij dacht na over ons bewust zijn, dit mocht
niet (zoals hierboven benoemd) want hij kwam uit deze tijd. Hij zij een mens
heeft een goddelijke ziel, en een dierlijke ziel (reflexen). En die dierlijke ziel
mogen we wel onderzoeken want dat is geen deel van de goddelijke ziel.
Hij benadrukte aangeboren eigenschappen (nature)
John Locke:
Mensen zijn een tabula Rasa (onbeschreven blad), je doet ervaringen op
waardoor je gevormd wordt.
3 principes:
- Leren doormiddel van associatie (er wordt een boek gelezen over monsters
in het donker, kind is bang in het donker doordat het associeert met
monsters)
- Leren door middel van straffen en belonen (iets belonen dan wordt het
vaker gedaan)
- Leren door imiteren (andere na doen)
,Immanuel kant
Combineerde deze 2:
Je hebt eigenschappen nodig om dingen te kunnen leren, dus we zijn niet
helemaal onbeschreven. Een aantal van die aangeboren eigenschappen zijn:
- Oorzaak/gevolg kunnen zien
- Denken in tijd en ruime en grootte
De echte werkelijkheid (objectieve werkelijkheid) kennen we niet, we hebben
alleen de subjectieve waarneming en beleving.
Als we het met de subjectieve waarneming moeten doen hoe vinden we dan de
weg in de objectieve wereld? Hier keek Hermann Von Helmholtz naar. Door
een speciale bril op te zetten bij personen, waarin je beeld verplaats van hoe het
echt is, als hij ze vroeg een glas te pakken grepen ze altijd mis. Maar na verloop
van tijd paste de waarneming zich aan en konden ze het wel.
Een belangrijke conclusie hieruit is dat onze ervaringen ook onze waarnemingen
beïnvloedden.
Gustav theodor fecher onderzocht hoe wij verschillen als mensen. Het
verschil tusssen 1 en 2 cm kunnen we makkelijk aan geven maar tussen 180 en
181 is het ineens heel moeilijk. Zijn conclusie was dus dat de absolute verschillen
niet belangrijk zijn maar de verhoudingen (relatieve verschillen) wel. Ook lukte
het hem om psychologische processen te meten en beschrijven
Wilhelm Wundt:
vroeg zich af of mentale processen tijd kosten. Hij heeft een gedachte meter
gemaakt en ging kijken welk deel in de hersenen bewoog op welk moment. Zijn
conclusie was dat het tijd koste om dingen waar te nemen en te bedenken. In
1879 het eerste psychologische laboratorium ter wereld!
Psychologie = een wetenschap die zich richt op beschrijven, verklaren en
voorspellen van gedrag, gedachten en emoties van mensen. Deze hangen samen
en hebben allemaal invloed op elkaar.
Het is een empirische wetenschap (waarnemen)
De empirische cyclus is een belangrijke manier waarop psychologen onderzoek
doen. Het begint vaak met een waarneming theorievorming (is er samen hang)
hypothesen ( verwachting/ voorspelling wat je gaat vinden) toetsing ( de
hypothese kan je gaan toetsen. Dit leidt weer tot nieuwe waarnemingen etc.
,Verschillende soorten onderzoek:
- Beschrijvend onderzoek: situatie beter in kaart brengen
- Vergelijkend onderzoek: focus op de vraag of er verschillen bestaan
tussen specifieke groepen
- Verklarende onderzoek: zoeken naar verklaring (hoe komt iets?) voor
verschillen
- Evaluerend onderzoek: werken interventies echt? Evalueren op iets. Als
25% van de cliënten op een interventie vooruit gaat vinden we dat al een
groot effect.
Onderzoeksmethoden:
- Correlationeel onderzoek: het verband tussen de twee zaken in kaart
brengen (deze 2 dingen komen vaak samen voor), het nadeel is dat het
oorzaak en gevolg onduidelijk is.
- Experimenteel onderzoek: de onderzoeker manipuleert zaken met meer
effect ( iets veranderen bij de ene kijken of de andere ook verandert), het
voordeel hiervan is dat conclusies mogelijk gaan over oorzaak en gevolg
een nadeel is dat er soms praktische of ethische bezwaren zijn.
- Kwalitatief onderzoek: focus op individuele ervaringen in plaats van
gemiddelden.
6 perspectieven:
1: biologisch perspectief,
- Het gedrag is een samenspel van genen, hersenen, het zenuwstelsel en
hormoonstelsel.
- Je hebt 2 varianten: neurowetenschap en evolutionaire psychologie (ons
gedrag komt door omgevingsinvloeden en selectie)
2: cognitief perspectief,
- Startpunt van de moderne psychologie (Wundt).
- Het is de ontdekking in periodiek systeem in scheikunde: alle elementen.
- Wundt: deed onderzoek naar gedrag en mentale processen. ook een
soortgelijk systeem voor de geest moeten we dit ook opdelen in elementen
( sensatie, perceptie, etc.)?
- Hij gebruikte hiervoor 2 methode: Zintuigelijke waarnemingen en
introspectie (naar binnen kijken, hij vroeg vrijwilligers om innerlijke
ervaringen te beschrijven) hij kwam toen tot de conclusie dat er
verschillende elementen van bewustzijn bestaan.
- Structuralisme : doormiddel van introspectie ontdekken van de structuur
(elementen) van het bewustzijn.
- Gestaltpsychologie: bewustzijn is meer dan de som per delen (perceptie)
, - Functionalisme ( William James) : verklaring voor hoe mensen zich
aanpassen aan de werkelijke wereld
- Kritiek: te subjectief
- Gedrag = resultaat van iemands unieke patroon van waarnemingen en
interpretaties van ervaringen.
3: behavioristische perspectief,
- Gedrag komt voort uit de prikkels van de omgeving.
- Onze handelingen zijn gevolgen van stimuli uit de omgeving, in plaats van
innerlijke mentale processen.
- Uitsluitend direct waarneembaar gedrag bestuderen.
- Aandacht voor de manier waarop ons handelen wordt gevolgd door de
consequenties ervan, ( kind gaat dankjewel zeggen als het wordt
geprezen)
4: whole person perspectief
3 stromingen:
- Psychodynamische psychologie: Freud, psychische problemen komen
voort uit trauma’s uit kindertijd, de nadruk ligt op de onbewuste rol die
behoefte spelen, verlangens, herinneringen etc. deze analyse is
tegenwoordig niet meer actueel, het is niet toetsbaar.
- Humanistische psychologie: nadruk op de positieve kant van de mens,
mogelijkheden, groei, potentie, etc. door vrije wil is groei mogelijk
( Maslow) grondhouding van hulpverleners, empathie, onvoorwaardelijke
acceptatie, en echtheid (Rochers) deze moet je als hulpverlener hebben
- Psychologie van karaktertrekken en temperament: big five, gedrag
en persoonlijkheid zijn fundamentele kenmerken. Neigingen die consistent
zijn in tijd en situaties.
5: ontwikkelingsperspectief,
- Gedrag= interactie tussen erfelijkheid en omgeving en voorspelbare
veranderingen.
- Nature: biologisch psychologen
- Nurture: behavioristen
- Combi: ontwikkelingspsychologen
6: socioculturele perspectief,