Oefenvragen geneeskunde decentrale selectie onderwerp Anatomie/fysiologie.
In dit bestand zijn 44 meerkeuzevragen met antwoorden te vinden. Vervolgens zijn er 37 open
vragen met antwoorden. In het laatste deel worden er een aantal tips gegeven voor het schrijven van
een goede motivatie, dit is namelijk een erg belangrijk onderdeel van de selectietoets.
‘’Studenten die niet de moeite nemen om een fatsoenlijke motivatie te schrijven vallen gelijk af.’’
(Johan Romeijn, Rijksuniversiteit Groningen – bron: NOS)
, Meerkeuzevragen:
1. De navel bevind zich…. van het lichaam
a. Posterior
b. Dorsaal
c. Ventraal
2. Door welke 2 doorsnede worden de 2 benen gescheiden?
a. Sagittaal vlak
b. Transversaal vlak
c. Frontaal vlak
3. Wat is geen functie van het beenderstelsel?
a. Vorming van bloedcellen
b. Lichaamstemperatuur in stand houden
c. Bescherming van zachte weefsel
4. Hoeveel beenderen bevat het skelet?
a. 216
b. 206
c. 204
5. Welke behoren niet bij de platte beenderen?
a. De ribben
b. De schouderbladen
c. De wervels
6. Wat is een kenmerk van compact beenweefsel?
a. Botbalkjes aanwezig
b. Het is vooral massief
c. Het vult de mergholte
In dit bestand zijn 44 meerkeuzevragen met antwoorden te vinden. Vervolgens zijn er 37 open
vragen met antwoorden. In het laatste deel worden er een aantal tips gegeven voor het schrijven van
een goede motivatie, dit is namelijk een erg belangrijk onderdeel van de selectietoets.
‘’Studenten die niet de moeite nemen om een fatsoenlijke motivatie te schrijven vallen gelijk af.’’
(Johan Romeijn, Rijksuniversiteit Groningen – bron: NOS)
, Meerkeuzevragen:
1. De navel bevind zich…. van het lichaam
a. Posterior
b. Dorsaal
c. Ventraal
2. Door welke 2 doorsnede worden de 2 benen gescheiden?
a. Sagittaal vlak
b. Transversaal vlak
c. Frontaal vlak
3. Wat is geen functie van het beenderstelsel?
a. Vorming van bloedcellen
b. Lichaamstemperatuur in stand houden
c. Bescherming van zachte weefsel
4. Hoeveel beenderen bevat het skelet?
a. 216
b. 206
c. 204
5. Welke behoren niet bij de platte beenderen?
a. De ribben
b. De schouderbladen
c. De wervels
6. Wat is een kenmerk van compact beenweefsel?
a. Botbalkjes aanwezig
b. Het is vooral massief
c. Het vult de mergholte