Videocollege 7: Onderhoudsverplichtingen
- Belangrijkste regels m.b.t. levensonderhoud zijn opgenomen in de titels 6, 9, 10 en 17
Boek 1 BW.
- Alimentatie heeft niet alleen betrekking op ex-echtgenoten en kinderen. Het wettelijke
stelsel van levensonderhoud kent globaal 2 categorieën.
Twee categorieën:
- Onderhoudsverplichtingen die boven de onderhoudsverplichting van de staat gaan
Verplichting jegens ex-echtgenoten, minderjarigen, jong meerderjarige kinderen,
verwekkers, instemmers.
● Kinderenalimentatie
● Partneralimentatie
- Onderhoudsverplichtingen die nevengeschikt zijn aan de regels van de overheid. Zoals
de verplichting jegens grootouders, broers, zussen en kleinkinderen.
Dit videocollege gaat over de eerste categorie: onderhoudsverplichting jegens kinderen en
stiefkinderen enerzijds en jegens partners en ex-partners anderzijds met andere woorden:
kinder- en partneralimentatie.
Vier vragen:
- Wie is onderhoudsplichtig? Wie moet betalen voor een ander?
- Wie is onderhoudsgerechtigde? Wie ontvangt deze bijdrage?
- Rangorde tussen de onderhoudsgerechtigden? Het is denkbaar dat 1 persoon
onderhoudsplichtig is jegens verschillende personen. Rangorde speelt dus indien 1
onderhoudsplichtige verplicht is om bij te dragen in de kosten van 2 of meer
onderhoudsgerechtigden. Dus wat als een vader zowel dient bij te dragen in de kosten
voor de opvoeding en verzorging van zijn kinderen, als in de kosten van het
levensonderhoud van zijn ex-partner. Welke van de twee heeft voorrang?
- Rangorde tussen de onderhoudsplichtigen? Meerdere onderhoudsplichtigen die allemaal
onderhoudsplichtig zijn ten opzichte van dezelfde persoon. Is er sprake van een rangorde
tussen de verschillende onderhoudsplichtigen? Bijv. juridische vader en stiefvader t.o.v.
de kosten van het kind. Of de verwekker en de juridische vader.
Tip: maak steeds een schema met deze vragen om een casus te beantwoorden.
Onderhoudsverplichting jegens kinderen 4 groepen
Wie is onderhoudsplichtig jegens het kind?
- Juridisch ouder art. 1::392 BW
● Minderjarige + meerderjarige tot 21 jaar (jong meerderjarige). Daarna kan er ook
nog sprake zijn voor een onderhoudsverplichting voor ouder, als er behoeftigheid
is art. 1:395a BW.
● Algemene regel in art. 1:392 BW in deze wetsbepaling lezen we dat elke
juridische ouder onderhoudsplichtig is jegens zijn kinderen. Dit geldt zowel tijdens
, de minderjarigheid als gedurende de meerderjarigheid van de kinderen. Ouders
zijn in ieder geval onderhoudsplichtig ten opzichte van hun kinderen tot 21 jaar, art
1:392 BW jo. 1:395a BW. In deze leeftijdscategorie (18-21 jaar) wordt vaak
gesproken over jong meerderjarige. Daarna kan er nog steeds wel sprake zijn van
een onderhoudsverplichting voor een ouder, maar dan moet er tegelijkertijd sprake
zijn van behoeftigheid. Met behoeftigheid wordt bedoeld dat iemand onvoldoende
eigen middelen heeft om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien en deze in
redelijkheid ook niet kan verwerven. Er wordt van kinderen verwacht dat ze na het
21 levensjaar zelf in hun financiële behoefte kunnen voorzien. Dit door middel van
werk. En dat ze dan geen behoefte meer hebben aan een bijdrage van hun ouders.
Let op! Deze eis van behoeftigheid geldt dus niet voor kinderen en stiefkinderen
tot 21 jaar. In deze leeftijdscategorie is de behoeftigheid een vaststaand feit. Er
wordt ervan uitgegaan dat kinderen een bijdrage nodig hebben. Dus het kind of
stiefkind tot 21 jaar is dus behoeftig.
Art. 1:392 BW heeft het over de juridische ouder van het kind. Het ouderschap
dient dus door de wet zijn erkent. Wat betreft kinderen die binnen het huwelijk zijn
geboren geeft art. 1:82 BW aan dat de ouders verantwoordelijk zijn voor de kosten
van deze kinderen. Maar die huwelijksplicht is in art. 1:392 BW dus uitgebreid ten
opzichte van alle juridische ouders, ongeacht de totstandkoming van het juridische
ouderschap. Het is niet van belang dat de ouder het gezag heeft over het kind. De
ouder zonder het gezag is ook onderhoudsplichtig jegens het kind. Het
omgangsrecht staat ook los van de vraag of een ouder onderhoudsplichtig is.
● In art. 1:392 BW lezen we ook dat er een onderhoudsverplichting is voor
stiefouders jegens hun stiefkinderen. Deze verplichting is nader uitgewerkt art.
1:395 en 1:395a BW
- (formele) Stiefouder art. 1::395a BW
● De stiefouder is gedurende het huwelijk of GP verplicht om onderhoud te
verstrekken aan de tot zijn gezin behorende stiefkinderen. Het geldt dus alleen
voor de formele relatievormen; de juridische verbinding zit dan niet tussen de
ouder en het kind, maar tussen de ouder en de partner (stiefouder)
● Formele stiefouders voor kinderen die tot het gezin behoren.
● De juridische band zit hier niet tussen ouder en kind, maar tussen ouder en
stiefouder.
- Verwekker art. 1:394 BW
● Wanneer er wel sprake is van juridische moeder, maar wanneer er geen juridische
vader in beeld is. In dat geval kan de verwekker van het kind ook aangesproken
worden. Let op: het gaat hier om verwekkerschap, en niet om biologisch
vaderschap. Dus donor o.g.v. deze bepaling uit beeld. Er zijn natuurlijk altijd gekke
situaties; bijvoorbeeld als donor ook stiefvader is.
● Dit betekent dat de verwekker die niet tot erkenning over is gegaan en wiens
ouderschap niet gerechtelijk is vastgesteld, nog steeds aansprakelijk is voor het
betalen van alimentatie aan dat kind.
● Vaderschapsactie: wanneer een juridische moeder de verwekker aanspreekt op
zijn financiële verantwoordelijkheden.
- Gezagshouder art. 1:253w BW
, ● Het is mogelijk dat een ouder met gezag, samen met een niet-ouder, het gezag
uitoefent. Bijv. een grootouder die na het overlijden van 1 van de ouders het gezag
van het kind samen met de overlevende ouder uitoefent. In zo’n geval is er ook
een onderhoudsplicht.
Grondslag voor kinderalimentatie art. 1:247 lid 1 BW. Dit betreft de zedelijke verplichting tot
financiële zorg.
Waarom moet iemand alimentatie betalen? De grondslag van de kinderalimentatieverplichting
betreft de verplichting van ouders om zelf hun kinderen te verzorgen en op te voeden. De
gedachte is dat als iemand een kind op de wereld zet, hij daar dan ook verantwoordelijkheid voor
moet nemen. Die zedelijke verplichting uit zich vervolgens op het moment van het uiteenvallen
van de relatie, in een financiële bijdrage.
- Klassiek alimentatiebijdrage: 1 ouder betaalt een maandelijks geldbedrag aan de andere
ouder
- Andere verdelingsvormen: verzorging van het kind gelijk te verdelen, dan kunnen de
kosten ook evenredig over de ouders verdeeld worden. Wellicht is er dan geen alimentatie
meer nodig.
Er zijn dus diverse varianten.
Onderhoudsverplichtingen jegens (ex) partners
Art. 1:81 BW bepaalt dat echtgenoten elkaar trouwheid, hulp en bijstand zijn verschuldigd. Ze zijn
verplicht om elkaar het nodige te verschaffen. Dit is de grondslag voor de onderhoudsverplichting
tussen echtgenoten tijdens het huwelijk. Doordat huwelijk ontstaat lotsverbondenheid en dat is
de grondslag voor de onderhoudsverplichting.
- Tijdens huwelijk / GP
● Regels huwelijk en GP gelijk Het huwelijk en GP kun je wat betreft de regels van
alimentatie gelijktrekken. In art. 1:80b BW is bepaald dat de titels 6, 7 en 8 van
overeenkomstige toepassing zijn op GP.
● Art. 1::80b BW
● Getrouwdheid, hulp en bijstand
● Grondslag: lotsverbondenheid
- Ex-partner na het huwelijk bestaat er ook een onderhoudsverplichting.
● Art. 1::80d BW
- O.g.v. art. 1:156 BW kan de rechter bij de echtscheidingsbeschikking of in
een latere uitspraak een onderhoudsbijdrage vaststellen ten laste van de
ene ex-partner, t.b.v. de andere ex-partner. Voor GP zie art. 1:80d BW.
● De HR heeft in 1979 bepaald dat de grondslag van de ex-partner
alimentatieverplichting nog altijd die lotsverbondenheid is. Op het moment dat
elkaar de belofte is gegeven om het nodige te verschaffen, creëert dat
lotsverbondenheid, die op het moment van scheiden nog altijd aanwezig wordt
geacht. Dit is nog steeds het leidende beginsel achter de
partneralimentatieverplichting. De verplichting berust op de levensverhouding
zoals die in het huwelijk is gecreëerd. Dit is uiteindelijk ook bepalend voor de wijze
waarop de partneralimentatie bijdrage wordt berekend.
● Partneralimentatie
, Let op! Er is geen onderhoudsverplichting voor ongehuwde (informele) samenlevers. Zij hebben
geen wettelijke onderhoudsbijdrage tijdens of na de relatie. De wet voorziet niet in een wettelijke
regeling voor ongehuwde samenlevers. Er kunnen wel afspraken gemaakt worden hierover, maar
dan berust het op het overeenkomstenrecht van boek 6.
Rangorde onderhoudsgerechtigden
Als iemand onderhoudsplichtig is voor meerdere personen en niet genoeg geld heeft om de
kosten van alle onderhoudsgerechtigden te betalen. Heeft er dan een onderhoudsgerechtigde
voorrang? Ja, er is een wettelijke voorrangsregel.
- Wettelijke voorrangsregeling art. 1:400 BW kinderalimentatie heeft prioriteit boven alle
andere onderhoudsverplichtingen.
● Prioriteit voor kinderen- en stiefkinderen tot 21 jaar boven alle andere
onderhoudsgerechtigden.
● Stel: een gehuwd stel heeft 2 minderjarige kinderen en gaat scheiden. De kinderen
hebben na de scheiding hun hoofdverblijfplaats bij de vader en de moeder heeft
een zorgregeling. De moeder is onderhoudsplichtig jegens die kinderen omdat zij
de juridische ouder is. Zij is ook onderhoudsplichtig jegens haar ex-man, vanwege
die lotsverbondenheid tijdens het huwelijk. Moeder moet dus zowel kinder- als
partneralimentatie betalen. Moeder heeft onvoldoende inkomen om in de behoefte
van beide te voorzien. De kinderalimentatieverplichting heeft voorrang op die
partneralimentatieverplichting ( art. 1:400 BW). Eerst moet worden vastgesteld wat
moeder moet betalen voor de kinderen, wat resteert kan eventueel worden
aangewend voor partneralimentatie.
- Geen rangorde tussen kinderen onderling, wel mogelijk afwijkende behoeftes. In de
praktijk komt het vaak voor dat iemand kinderen heeft uit een eerste relatie en kinderen
heeft uit een tweede relatie. Die persoon is dan onderhoudsplichtig jegens al die kinderen.
Maar het is niet zo dat de eerste lichting voorrang heeft op de tweede lichting. In dit geval
moet de zak geld van die persoon verdeeld worden over alle kinderen. Pas als er dan nog
iets over is dan komt zijn ex-partner aan de beurt.
Let op, er kan wel een andere bijdrage worden vastgesteld. De behoefte van de kinderen
is namelijk ook van belang.
- Bijzondere verhouding art. 1:397 lid 2 BW:
● Hoofdregel: wanneer er meerdere onderhoudsplichtigen zijn op grond van art.
1:392 BW, dan moet niet alleen rekening worden gehouden met ieders
draagkracht, maar ook met de bijzondere verhouding waarin ieder tot de
onderhoudsgerechtigde staat, welke verhouding dan soms kan leiden tot een
ongelijke verdeling. Dus het uitgangspunt is dat de verdeling gelijk is, maar in
sommige gevallen (als er genoeg geld beschikbaar is) kan de verdeling ongelijk
zijn.
● Er is geen algemene regel dat bijvoorbeeld de verplichting van juridische ouder
boven de verplichting van stiefouders gaat. Dat wordt vaak wel gedacht, maar ze
zijn in gelijke mate onderhoudsplichtig. In art. 1:404 lid 4 BW: wordt uitdrukkelijk