Trauma en stress stoornissen
Posttraumatische stress stoornis of acute stress stoornis: angst die blijft aanhouden na het
ervaren van een traumatische gebeurtenis waarbij de desbetreffende persoon wordt
blootgesteld aan een bijna dood ervaring, serieuze verwondingen of seksuele mishandeling.
Acute stress stoornis è de symptomen beginnen in de eerste vier weken na de
traumatische gebeurtenis en duren korter dan een maand.
PTSS è de symptomen beginnen of kort erna of pas na maanden of jaren en houden langer
dan een maand aan.
• Acute PTSS: de symptomen duren korter dan drie maanden.
• Chronische PTSS: de symptomen duren langer dan drie maanden.
• Type-I PTSS: enkelvoudig of eenmalig trauma.
• Type-II PTSS: meervoudig of langdurig trauma.
De symptomen van PTSS en een acute-stress stoornis:
• Herbeleven
• Vermijden
• Hypergevoeligheid
Risicofactoren:
• Biochemische arousal wat leidt tot hersenschade è stoornis wordt versterkt
• Persoonlijkheidskenmerken
o Hoge basale angst
o Zwartkijkers
• Ervaringen in de kindertijd
• Het missen van sociale steun
,Dissociatieve stoornissen
Dissociatieve stoornis: een stoornis die wordt gekenmerkt door grote veranderingen in het
geheugen die geen duidelijke fysische oorzaak hebben. Bepaalde delen van het geheugen of
identiteit lijken losgekoppeld te zijn van andere delen.
Dissociatieve amnesie: een onmogelijkheid om belangrijke (stressvolle) informatie uit het
eigen leven te herinneren.
• Gelokaliseerde amnesie: een persoon verliest alle herinneringen over
gebeurtenissen die plaatsvonden in een beperkte periode van tijd.
o Vaak is in deze periode trauma ervaren
• Selectieve amnesie: een persoon herinnert sommige, maar niet alle, gebeurtenissen
die plaatsvonden tijdens een periode van tijd.
• Gegeneraliseerde amnesie: herinneringen zijn verloren gedurende de periode van
een traumatische gebeurtenissen én alle jaren daarvoor.
• Doorgaande amnesie: het vergeten van gebeurtenissen tot vandaag de dag.
Dissociatieve identiteitsstoornis/ meervoudige persoonlijkheidsstoornis: twee of meerdere
persoonlijkheden worden ontwikkeld.
• Verschillende persoonlijkheden: sub persoonlijkheden
• Primary/host: persoonlijkheid die het vaakst boven komt
• Mutually/amnesic relaties: de sub persoonlijkheden zijn zich niet van elkaar bewust.
• Mutually cognizant patterns: wel van elkaar bewust.
Psychodynamische perspectief: deze stoornissen worden veroorzaakt door overmatige
onderdrukking van herinneringen. Deze overmatige onderdrukking ontstaat door
traumatische ervaringen in de kindertijd.
Behavioristische perspectief: dissociatie is een aangeleerde reactie door middel van
operante conditionering. è Staatsafhankelijk leren.
Een andere oorzaak è zelf-hypnose.
Behandeling
• Medicatie: amytal of pentothal
• Hypnose therapie om vergeten gebeurtenissen terug te halen
• Psychodynamische therapie: begeleiding in het terugbrengen van vergeten
ervaringen die zich in het onderbewustzijn bevinden.
• Sub-persoonlijkheden integreren: fusie
Depersonalisatie-derealisatiestoornis: een dissociatieve stoornis die wordt gekenmerkt
door aanhoudende en terugkerende episodes van depersonalisatie of derealisatie.
è Depersonalisatie: het gevoelen hebben buiten de werkelijkheid te staan, waarbij de
eigen gedachten en lichaam als onecht of losgekoppeld worden ervaren.
è Derealisatie: het gevoel dat de omgeving onecht of losgekoppeld is.
,Gegeneraliseerde angststoornis
Gegeneraliseerde angststoornis: een constant gevoel van onrust, dat niet wordt veroorzaakt
door een specifiek object. Er wordt veel gepiekerd over allerlei dingen.
è Deze angst wordt ook wel free-floating anxiety genoemd.
è Er is sprake van onrust, spanning, een opgefokt gevoel, snel vermoeid zijn,
concentratieproblemen, etc.
è De symptomen houden minimaal een halfjaar aan.
Sociocultuur perspectief:
• Stoornis zou zich het snelst ontwikkelen bij mensen die voortdurend te maken
hebben met gevaarlijke maatschappelijke omstandigheden.
• Mensen die leven in armoede hebben een grotere kans om deze stoornis te
ontwikkelen.
Psychodynamisch perspectief:
• Volgens Freud hebben alle kinderen een vorm van anxiety als onderdeel van het
groeiproces.
• Kinderen zouden volgens hem verdedigingsmechanismen van het ego gebruiken om
met deze anxiety om te gaan.
• Freud maakte onderscheid tussen drie vormen anxiety:
o Morele anxiety: wanneer kinderen worden gestraft voor het uiten van hun id-
impulsen.
o Realistische anxiety: wanneer er sprake is van echt gevaar.
o Neurotische anxiety: wanneer kinderen herhaaldelijk worden weerhouden
wanneer ze hun id-impulsen uiten.
Humanistische perspectief: deze stoornis ontstaat wanneer mensen niet meer op een
eerlijke en accepterende manier naar zichzelf kijken.
Cognitief perspectief:
• Psychologische problemen worden veroorzaakt door een disfunctionele denkwijze.
• Een gegeneraliseerde angststoornis zou vooral ontstaat door maladaptieve
asumpties: de neiging om heel snel overal gevaar in te zien.
Biologische perspectief: lage activiteit van de neurotransmitter GABA.
Biologische behandelingen:
• Kalmerende-hypnotische medicatie
• Ontspanningstrainingen
• Biofeedback
, Fobieën
Fobie: een aanhoudende en onredelijke angst voor een bepaald object, activiteit of situatie.
Een specifieke fobie: een langdurige, buitensporige angst voor een specifiek object of een
specifieke situatie.
• Vliegen, hoogtes, dieren, bloed zien, etc.
• Er is vaak sprake van vermijding.
• Beginnen meestal in de kindertijd op een leeftijd tussen 7 en 11.
• Komt twee keer zo vaak voor bij vrouwen.
Behandelen van een specifieke fobie
• Cognitieve gedragstherapie: blootstelling aan hun fobie (graduele blootstelling).
• Virtual reality exposure
Agorafobie: een angststoornis waarbij een persoon een duidelijke angst of vrees heeft voor
twee (of meer) van de volgende situaties:
• Het gebruikmaken van het openbaar vervoer.
• Zich in een open ruimte bevinden.
• Zich in een afgesloten ruimte bevinden.
• In de rij staan of zich in een menigte bevinden.
• Alleen buitenshuis zijn.
è Deze situatie worden gevreesd of vermeden vanwege de gedachte dat ontsnappen
moeilijk zal zijn of hulp niet beschikbaar zal zijn.
Oorzaken van fobieën
Behaviorisme: klassieke conditionering en modeling.
Behandeling van fobieën
• Modeling
• Blootstellingsbehandeling
• Flooding: cliënten worden meteen blootgesteld aan hun angst, dit om te laten zien
dat het geen bedreiging vormt.
• Systematische desensitisatie: ontspanningstraining en angsthiërarchie. Deze
behandeling gaat stap voor stap.
Posttraumatische stress stoornis of acute stress stoornis: angst die blijft aanhouden na het
ervaren van een traumatische gebeurtenis waarbij de desbetreffende persoon wordt
blootgesteld aan een bijna dood ervaring, serieuze verwondingen of seksuele mishandeling.
Acute stress stoornis è de symptomen beginnen in de eerste vier weken na de
traumatische gebeurtenis en duren korter dan een maand.
PTSS è de symptomen beginnen of kort erna of pas na maanden of jaren en houden langer
dan een maand aan.
• Acute PTSS: de symptomen duren korter dan drie maanden.
• Chronische PTSS: de symptomen duren langer dan drie maanden.
• Type-I PTSS: enkelvoudig of eenmalig trauma.
• Type-II PTSS: meervoudig of langdurig trauma.
De symptomen van PTSS en een acute-stress stoornis:
• Herbeleven
• Vermijden
• Hypergevoeligheid
Risicofactoren:
• Biochemische arousal wat leidt tot hersenschade è stoornis wordt versterkt
• Persoonlijkheidskenmerken
o Hoge basale angst
o Zwartkijkers
• Ervaringen in de kindertijd
• Het missen van sociale steun
,Dissociatieve stoornissen
Dissociatieve stoornis: een stoornis die wordt gekenmerkt door grote veranderingen in het
geheugen die geen duidelijke fysische oorzaak hebben. Bepaalde delen van het geheugen of
identiteit lijken losgekoppeld te zijn van andere delen.
Dissociatieve amnesie: een onmogelijkheid om belangrijke (stressvolle) informatie uit het
eigen leven te herinneren.
• Gelokaliseerde amnesie: een persoon verliest alle herinneringen over
gebeurtenissen die plaatsvonden in een beperkte periode van tijd.
o Vaak is in deze periode trauma ervaren
• Selectieve amnesie: een persoon herinnert sommige, maar niet alle, gebeurtenissen
die plaatsvonden tijdens een periode van tijd.
• Gegeneraliseerde amnesie: herinneringen zijn verloren gedurende de periode van
een traumatische gebeurtenissen én alle jaren daarvoor.
• Doorgaande amnesie: het vergeten van gebeurtenissen tot vandaag de dag.
Dissociatieve identiteitsstoornis/ meervoudige persoonlijkheidsstoornis: twee of meerdere
persoonlijkheden worden ontwikkeld.
• Verschillende persoonlijkheden: sub persoonlijkheden
• Primary/host: persoonlijkheid die het vaakst boven komt
• Mutually/amnesic relaties: de sub persoonlijkheden zijn zich niet van elkaar bewust.
• Mutually cognizant patterns: wel van elkaar bewust.
Psychodynamische perspectief: deze stoornissen worden veroorzaakt door overmatige
onderdrukking van herinneringen. Deze overmatige onderdrukking ontstaat door
traumatische ervaringen in de kindertijd.
Behavioristische perspectief: dissociatie is een aangeleerde reactie door middel van
operante conditionering. è Staatsafhankelijk leren.
Een andere oorzaak è zelf-hypnose.
Behandeling
• Medicatie: amytal of pentothal
• Hypnose therapie om vergeten gebeurtenissen terug te halen
• Psychodynamische therapie: begeleiding in het terugbrengen van vergeten
ervaringen die zich in het onderbewustzijn bevinden.
• Sub-persoonlijkheden integreren: fusie
Depersonalisatie-derealisatiestoornis: een dissociatieve stoornis die wordt gekenmerkt
door aanhoudende en terugkerende episodes van depersonalisatie of derealisatie.
è Depersonalisatie: het gevoelen hebben buiten de werkelijkheid te staan, waarbij de
eigen gedachten en lichaam als onecht of losgekoppeld worden ervaren.
è Derealisatie: het gevoel dat de omgeving onecht of losgekoppeld is.
,Gegeneraliseerde angststoornis
Gegeneraliseerde angststoornis: een constant gevoel van onrust, dat niet wordt veroorzaakt
door een specifiek object. Er wordt veel gepiekerd over allerlei dingen.
è Deze angst wordt ook wel free-floating anxiety genoemd.
è Er is sprake van onrust, spanning, een opgefokt gevoel, snel vermoeid zijn,
concentratieproblemen, etc.
è De symptomen houden minimaal een halfjaar aan.
Sociocultuur perspectief:
• Stoornis zou zich het snelst ontwikkelen bij mensen die voortdurend te maken
hebben met gevaarlijke maatschappelijke omstandigheden.
• Mensen die leven in armoede hebben een grotere kans om deze stoornis te
ontwikkelen.
Psychodynamisch perspectief:
• Volgens Freud hebben alle kinderen een vorm van anxiety als onderdeel van het
groeiproces.
• Kinderen zouden volgens hem verdedigingsmechanismen van het ego gebruiken om
met deze anxiety om te gaan.
• Freud maakte onderscheid tussen drie vormen anxiety:
o Morele anxiety: wanneer kinderen worden gestraft voor het uiten van hun id-
impulsen.
o Realistische anxiety: wanneer er sprake is van echt gevaar.
o Neurotische anxiety: wanneer kinderen herhaaldelijk worden weerhouden
wanneer ze hun id-impulsen uiten.
Humanistische perspectief: deze stoornis ontstaat wanneer mensen niet meer op een
eerlijke en accepterende manier naar zichzelf kijken.
Cognitief perspectief:
• Psychologische problemen worden veroorzaakt door een disfunctionele denkwijze.
• Een gegeneraliseerde angststoornis zou vooral ontstaat door maladaptieve
asumpties: de neiging om heel snel overal gevaar in te zien.
Biologische perspectief: lage activiteit van de neurotransmitter GABA.
Biologische behandelingen:
• Kalmerende-hypnotische medicatie
• Ontspanningstrainingen
• Biofeedback
, Fobieën
Fobie: een aanhoudende en onredelijke angst voor een bepaald object, activiteit of situatie.
Een specifieke fobie: een langdurige, buitensporige angst voor een specifiek object of een
specifieke situatie.
• Vliegen, hoogtes, dieren, bloed zien, etc.
• Er is vaak sprake van vermijding.
• Beginnen meestal in de kindertijd op een leeftijd tussen 7 en 11.
• Komt twee keer zo vaak voor bij vrouwen.
Behandelen van een specifieke fobie
• Cognitieve gedragstherapie: blootstelling aan hun fobie (graduele blootstelling).
• Virtual reality exposure
Agorafobie: een angststoornis waarbij een persoon een duidelijke angst of vrees heeft voor
twee (of meer) van de volgende situaties:
• Het gebruikmaken van het openbaar vervoer.
• Zich in een open ruimte bevinden.
• Zich in een afgesloten ruimte bevinden.
• In de rij staan of zich in een menigte bevinden.
• Alleen buitenshuis zijn.
è Deze situatie worden gevreesd of vermeden vanwege de gedachte dat ontsnappen
moeilijk zal zijn of hulp niet beschikbaar zal zijn.
Oorzaken van fobieën
Behaviorisme: klassieke conditionering en modeling.
Behandeling van fobieën
• Modeling
• Blootstellingsbehandeling
• Flooding: cliënten worden meteen blootgesteld aan hun angst, dit om te laten zien
dat het geen bedreiging vormt.
• Systematische desensitisatie: ontspanningstraining en angsthiërarchie. Deze
behandeling gaat stap voor stap.