Vijf taken van de redenaar
1. Inhoud (inventio)
Type betoog / type standpunt
Wat voor soort publiek staat er voor je?
Welke soorten argumenten ga je gebruiken?
2. Ordening (dispositio)
Exordium (introductie / binnenkomer)
Narratio (achtergrondinformatie)
Propositio (stellingname)
Partitio (aankondiging indeling)
Argumentatio (argumentatie)
Confirmatio (bewijsvoering)
Refutatio (weerlegging tegenargumenten)
(Digressio) (uitweiding (is niet altijd nodig))
Peroratio (conclusie)
Recapitulatio (samenvatting)
Affectus (uitsmijter / emotionering)
3. Verwoording (elocutio)
Wees correct, duidelijk, aantrekkelijk & passend
4. Oefening (memoria)
5. Presentatie (actio)
Handgebaren & lichaamstaal
Retorische voorwaarden (hoe zorgt de spreker hiervoor?)
Aandacht
Begrip
Aanvaarding
Het exordium bestaat uit de volgende taken (soort ABA)
Attentum (aandacht): vragen stellen, anekdote, grap, etc.
Docilem (begrijpelijkheid): formuleren doel, metacommunicatie, etc.
Benevolum (welwillendheid): vleien, prijzen (jezelf, publiek),
zelfspot, ijsbreker, humor, belang benadrukken, etc.
In de narratio moet antwoord worden gegeven op topische vragen (5W-
vragen).
Retorisch systeem (van wat voor soort redevoering is er sprake?)
Gerechtelijke rede
Vaststelling/ontkenning begaan van strafbare feiten (in
verleden)
Beschuldiging
Descriptief standpunt (Persoon X heeft Y wel/niet gedaan)
Politieke rede
Beleidsvoorstel (voor toekomst)
Prescriptief standpunt (Actie X moet worden uitgevoerd)
Gelegenheidsrede
Waardeoordeel (heden/verleden, denk aan: toespraak,
prijsuitreiking, roast)
Evaluerend standpunt (Persoon X is …)
, Extra informatie inventio
Hoort bij propositio & argumentatio in de ordening
Het gebruik van logos (argumentatieve middelen)
Standaardgeschilpunten
Verdedigingslinies (staseis) voor gerechtelijke rede (van
sterkst naar zwakst)
Ontkennen (X heeft Y niet gedaan)
Herformuleren tot een (on)wettige daad (X heeft niet Y
gedaan, maar Y’)
Rechtvaardigen (verzachtende omstandigheden (was
dronken) of schulduitsluitingsgronden (noodweer))
Zich op procedurefout beroepen (de procedure is niet
correct verlopen, ik wil een andere rechter)
Verdedigingslinies (staseis) voor politieke rede (POON)
Er zijn ernstige problemen
Die zijn inherent aan huidig beleid (of veroorzaakt)
Nieuw beleid (de oplossing) is uitvoerbaar en
doeltreffend
Geen nadelen / nadelen wegen minder zwaar dan
voordelen
Verdedigingslinies (staseis) voor gelegenheidsrede
Eigenschappen bezitten / daden verrichten (geslaagd
voor eindexamen)
Die eigenschappen/daden zijn lovenswaardig (niet zo
makkelijk om te doen)
Aanwezigheid van uitzonderlijke omstandigheden (vooral
niet in zo’n drukke periode, maar toch gelukt)
Typen argumenten
Bij de gerechtelijke rede wordt argumentatie op basis van
waarschijnlijkheid gebruikt
Kentekenargumentatie
Causale argumentatie
Bij de politieke rede wordt argumentatie op basis van
waarden gebruikt
Positieve of negatieve eigenschappen
(kentekenargumentatie)
Positieve of negatieve gevolgen (pragmatische
argumentatie)
Bij de gelegenheidsrede wordt argumentatie op basis van
waarden gebruikt
Positieve of negatieve eigenschappen
(kentekenargumentatie)
Positieve of negatieve gevolgen (causale argumentatie)
Argumentatie voor alle genres
Op basis van analogie (vergelijkingsargumentatie)
Op basis van voorbeelden (kentekenargumentatie)
Op basis van gezag (kentekenargumentatie)