Perspectief
1. De verklaringsperspectieven van Tinbergen kunt benoemen,
uitleggen en toepassen op voorbeelden.
Proximaat (mechanistisch); hoe werkt gedrag? (fysiologisch, cognitief)
Ontogenetisch (ontwikkeling); hoe ontwikkelt gedrag zich tijdens het
leven?
Ultiem (functioneel); wat is de evolutionaire functie?
Fylogenetisch (evolutionair); hoe is het gedrag geëvolueerd over soorten?
Voorbeeld; huilen bij baby’s
Proximaat veroorzaakt door honger, pijn (via hersenprocessen)
Ontogenetisch geleerd/geïntensiveerd door reacties van ouders
Ultiem trekt aandacht, vergroot overlevingskans
Fylogenetisch verwant gedrag bij andere primaten
Historie
1. De kernconcepten van Darwins evolutietheorie kunt uitleggen
Natuurlijke selectie; Alle factoren hieronder leiden tot natuurlijke selectie.
Eigenschappen die het overleven en voortplanten bevorderen worden
doorgegeven en komen steeds vaker voor in de populatie. Minder gunstige
eigenschappen verdwijnen langzaam. De soort past zich geleidelijk aan
aan de omgeving.
Variatie; binnen een soort bestaan erfelijke verschillen. Voorbeeld;
sommige konijnen hebben een witte vacht, andere een bruine. Dit verschil
zit in hun genen.
Differentiële voortplanting; Niet alle individuen hebben evenveel kans op
overleving en voortplanting. In een bosomgeving worden witte konijnen
sneller opgemerkt door roofdieren dan bruine. Bruine konijnen overleven
vaker en krijgen dus meer jongen.
Erfelijkheid; voordelige eigenschappen worden doorgegeven aan volgende
generaties. Als bruine vacht vaak genetisch bepaald is, kunnen bruine
konijnen bruine nakomelingen krijgen.
2. Het verschil tussen de theorieën van Darwin en Lamarck kunt
duiden
Lamarck; dacht dat organismen eigenschappen ontwikkelen door gebruik
of disuse (bijvoorbeeld lange nek door veel rekken) en dat dit erfelijk is.
Dus de ‘aangeleerde’ veranderingen zouden worden doorgegeven aan hun
kinderen.
Darwin; stelde dat variatie al aanwezig is bij de geboorte, en natuurlijke
selectie bepaalt wie overleeft en zich voortplant. Erfelijkheid speelt een rol,
maar verworven (aangeleerde) eigenschappen worden niet doorgegeven.
, 3. Globaal de inzichten van Mendel kunt beschrijven en kunt
uitleggen waarom de samenvoeging daarvan met de evolutieleer
(de moderne synthese) zo belangrijk is
Mendel ontdekte dat erfelijkheid partieel werkt; genen worden in vaste
patronen doorgegeven (niet als mengvorm).
De moderne synthese combineerde Mendels genetica met Darwins
evolutietheorie, waardoor men begreep hoe eigenschappen over
generaties veranderen via natuurlijke selectie op genen.
De belangrijkste inzichten op een rijtje (Mendel);
- Eigenschappen worden bepaald door deeltjes (nu noemen we die genen)
- Ieder organisme heeft twee kopieën van elk gen (een van vader, een van
moeder)
- Sommige eigenschappen zijn dominant, andere recessief
- Erfelijkheid verloopt in vaste patronen, niet als mengvorm. Bijvoorbeeld;
een witte en een rode bloem geven niet automatisch roze bloemen. De
dominante kleur komt tot uiting
Dit was belangrijk omdat Darwin niet goed wist hoe eigenschappen werden
doorgegeven hij had geen kennis van genen en dacht nog aan een soort
gemiddelde mengvorm (roze bloemen) wat niet klopte.
Mendel wist wel hoe erfelijkheid werkte, maar dacht niet na over evolutie.
Mendel (hoe erfelijkheid werkt)
Darwin (natuurlijke selectie)
4. Globaal de overeenkomsten en verschillen tussen ethologie,
sociobiologie en evolutionaire psychologie kunt omschrijven
Ethologie (oorsprong) Sociobiologie Evolutionaire psychologie
(evolutie van sociaal (mentale processen)
gedrag)
Focust op Bestudeert diergedrag in Bestudeert Richt zich op mentale
natuurlijke omgevingen, evolutionaire nut processen bij mensen,
met nadruk op instincten van sociaal gedrag – ontstaan door natuurlijke
bij mens en dier selectie
Benadering Observerend, beschrijvend. Verklaart sociaal Theoriegericht,
Wat doen dieren, wanneer gedrag in termen modelmatig onderzoekt
en hoe vaak? van fitness en cognitieve modules die in
voortplantingsvoord ons brein zijn geëvolueerd
eel
Verschil Richt zich op instinct en Richt zich op sociale Richt zich op mentale
gedrag systemen processen
Voorbeeld Het nestbouwgedrag van Ouders investeren Partnerkeuze, jaloezie,
vogels – zelfs onder meer in hun eigen moreel denken
leerervaring bouwen ze kinderen dan in onderzocht als adaptieve
typische nesten wijst op andermans kinderen psychologische
aangeboren gedrag genetisch mechanismen.
voordelig
Overeenkomsten tussen de drie stromingen:
,- Ze gaan allemaal uit van Darwinistische principes; natuurlijke, selectie
adaptatie (erfelijke eigenschap die is ontstaan door natuurlijke selectie) en
fitness (hoe goed een individu zijn genen door kan geven aan de volgende
generatie)
- Ze verklaren gedrag (of mentale processen) in termen van evolutionair nut
- Ze erkennen dat gedrag deels aangeboren is
- Ze gebruiken vaak vergelijkbare begrippen zoals; overleving,
voortplanting, adaptatie, verwantschap.
5. Het kernconcept van de eugenetica kunt toelichten (inclusief
het verschil tussen positieve en negatieve eugenetica) en de
invloed van dit idee op de ontwikkeling van de psychologie
begrijpt
Eugenetica; idee om genetische kwaliteit van de mens te verbeteren
door voortplanting te sturen.
Positieve eugenetica; aanmoedigen dat fitte mensen zich voortplanten
Negatieve eugenetica; verhinderen dat onfitte mensen zich
voortplanten (sterilisatie, selectie)
Heeft psychologie in diskrediet gebracht door connecties met racisme
en misbruik bijvoorbeeld in Nazi-Duitsland. In de VS en Europa leidde
eugenetica tot beleid dat wij nu onethisch vinden. Bijvoorbeeld;
discrimineren van bepaalde etnische groepen of racistische praktijken
bijvoorbeeld Joodse mensen of mensen van kleur werden als biologisch
minderwaardig bestempeld
6. Globaal de Tooby en Cosmides-interpretatie van evolutionaire
psychologie kunt omschrijven en kritieken hierop kunt
formuleren
Tooby en Cosmides zijn twee sleutelfiguren in het ontstaan van de
moderne evolutionaire psychologie. Ze benaderen het brein als een
product van evolutie – ontworpen om problemen op te lossen die onze
voorouders in de prehistorie tegenkwamen.
- Brein is fysiek systeem
het verwerkt informatie, net zoals een computer met als doel om
adaptief gedrag te produceren.
- Circuiten ontworpen door natuurlijke selectie
deze circuits zijn psychologische aanpassingen aan overlevings- en
voortplantingsproblemen uit het verleden
- Veel processen zijn onbewust
we zijn ons niet vaak bewust van de informatieverwerking die
plaatsvindt
- Het brein bestaat uit gespecialiseerde modules
er zijn verschillende modules voor verschillende evolutionaire
uitdagingen (zoals partnerkeuze, bedrog herkennen, voedsel zoeken,
angstreacties).
, - Ons brein is aangepast aan het verleden (steentijdgeest)
de adaptieve problemen waar ons brein voor ontworpen is, stammen
uit de prehistorie, niet uit de moderne samenleving.
Kritiek;
- Te veel nadruk op cognitie en modulariteit (gespecialiseerde modules)
Het brein is volgens hen opgebouwd uit losse modules, maar veel
neurowetenschappers vinden dat hersensystemen flexibeler en meer
geïntegreerd werken.
Niet alle psychologische processen zijn zo duidelijk op te splitsen in
aparte evolutionaire modules.
- Negeren van cultuur en leerprocessen
Hun theorie neigt naar biologisch determinisme (geen ruimte voor
toeval) en houdt onvoldoende rekening met de invloed van cultuur,
sociale omgeving en leren.
Maar veel menselijk gedrag is cultureel gevormd of sterk beïnvloed
door opvoeding en omgeving.
- Steentijd-model is te simplistisch
Het idee dat ons brein vastzit in de steentijd (EEA) is betwistbaar, maar
omdat mensen wel degelijk flexibel zijn en zich aanpassen aan
moderne omstandigheden
- Gebrek aan directe bewijsvoering
het is lastig om harde, experimentele bewijzen te vinden voor
specifieke evolutionaire modules in het brein
Sommige noemen het daarom just-so-stories (mooie verklaringen
zonder harde data)
7. Kunt uitleggen wat Gould en Lewontin bedoelen wanneer zij
zeggen dat evolutionaire psychologie bestaat uit een
verzameling just-so stories
De term “just-so stories” komt oorspronkelijk van Rudyard Kipling
(1902), die fantasieverhalen schreef over hoe dieren aan hun
kenmerken kwamen, zoals:
“De olifant kreeg zijn lange slurf doordat een krokodil hem aan
zijn neus trok.”
Evolutionaire psychologen worden soms beschuldigd van hetzelfde:
➤ Ze verzinnen mooie, logisch klinkende verhalen achteraf over
waarom gedrag of mentale eigenschappen adaptief (bijdragend aan
overleving en voortplanting) zouden zijn, maar zonder bewijs
Evolutionaire verklaringen moeten getoetst kunnen worden met data.
We moeten kritisch zijn op verhalen die alleen aannemelijk klinken,
maar niet falsifieerbaar zijn.
Ze pleitten dus voor strenge wetenschappelijke standaarden, ook in
evolutionaire verklaringen van gedrag.
8. De kernconcepten en belangrijkste onderzoeksmethoden in de
evolutionaire psychologie kunt omschrijven.
Kernconcepten;
Adaptatie
Een erfelijke eigenschap die de overleving of voortplanting verhoogt
in een specifieke omgeving. Voorbeeld; angst voor slangen helpt