College 1
Wat is de pedagogische opdracht van het onderwijs?
- Mogen bewegen in de gang
- Elkaar begroeten (op elke soort manier)
- Gelijkwaardigheid, betrokkenheid, verantwoordelijkheid en nieuwsgierigheid
Wat is opvoeden?
Het kind dat iets leert de opvoeder die invloed uitoefent.
- Opvoedingsmiddel
- Opvoedingsrelatie
Führen Wachsen lassen
Nurture Nature
Zone van de naaste Gevoelige perioden
ontwikkeling
Wat zijn de kenmerken van een goed pedagogisch klimaat?
Het pedagogische klimaat is het geheel van aanwezige en gecreëerde omgevingsfactoren, die invloed
hebben op het welbevinden van de leerlingen. En het welbevinden heeft weer invloed op de
ontwikkeling van het leervermogen. De leervoorwaarden en de persoonsvorming staan daarbij
centraal.
Wat zijn de kenmerken van de pedagogische rol van de leerkracht?
Basisbehoeften van kinderen:
- Relatie
- Competentie
- Autonomie
- Uitdagen (helpt om naar zone van naaste
ontwikkeling te gaan).
- Ondersteunen
- Vertrouwen
- Instructie
- Interactie
- Klassenmanagement
,De verschillende leiderschapsstijlen en
hun invloed:
3 leiderschapstijlen:
- Directieve stijl
- Laissez-faire stijl
- Coachende stijl
College 2:
Wat is moraliteit?
, - Cognitief: redeneren/oordelen
- Affectief: gevoelens en emoties
- Conatief: handelen
Morele normen: richtlijnen die ervoor dienen te zorgen dat mensen niet de dupe worden van gedrag
dat volgens ons niet zou moeten plaatsvinden.
Morele waarden: ideeën en opvattingen over rechtvaardigheid en zorg voor elkaar.
Morele ontwikkeling volgens Piaget:
- Grote verschillen in leeftijd in hanteren regels en omgaan met rechtvaardigheid.
- Gericht op kinderen in basisschoolleeftijd
- 3 belangrijke factoren:
o Afnemen egocentrisme
o Ontwikkeling perspectief nemen
o Intensieve omgang met leeftijdsgenoten
- 3 fasen:
o Premorele fase (0-4/5 jaar)
o Heteronome fase of moreel realisme (5-8/10 jaar)
o Autonome fase (>10 jaar)
Kritiek op Piaget: invloedrijk
- Negatieve rol voor opvoeden
- Onderschatting inzicht in ‘intentie’ al vanaf 3 jaar
- Onderzoeksmethode: moeilijke vragen/situatie voor jonge kinderen
- Theorie suggereert dat morele ontwikkeling rond het 12 e jaar het eindpunt bereikt.
- Verfijning van de fasen nodig.
Morele ontwikkeling volgens Kohlberg (3 niveaus en 6 stadia):
- Preconventioneel
o Goed is wat niet bestraft wordt.
Ik zorg dat ze niet boos op mij worden.
o Goed is wat mij iets oplevert (eigenbelang).
Ik doe iets voor jou, omdat jij iets voor mij doet.
- Conventioneel
o Goed is wat het systeem van je vraagt.
Wat men van mij verwacht, dat wil ik doen. Ik kijk eerst naar anderen, voor ik
zelf een besluit neem.
o Goed is gehoorzaamheid aan de (sociale) regels.
De gangbare groepsnorm wens ik niet te overtreden, anders wordt het leven
verwarrend.
- Postconventioneel
o Goed is wat het grootste geluk voor het grootst aantal mensen biedt.
Het doel heiligt niet alle middelen. Respect voor anderen is belangrijk. Ik ga
voor de rechten van de mens.
o Goed is wat goed is naar eigen verantwoordelijkheid met oog voor het individu en de
wereld.
Mijn persoonlijke geweten weegt het zwaarst en geeft de doorslag. Voor de
wereld waarin ik leef, draag ik directe verantwoordelijkheid. Ik zal wat slecht
is openlijk afkeuren. Zelfs al is niemand het met mij eens.