oefentoets
Kennistoets 2.2
Inhoudsopgave
Antwoorden................................................................................................................................................... 1
Fysiotherapeutisch handelen......................................................................................................................... 2
Fysiologie...................................................................................................................................................... 8
Anatomie..................................................................................................................................................... 12
Medisch handelen........................................................................................................................................ 19
Gedragswetenschappen.............................................................................................................................. 22
Motor control................................................................................................................................................ 23
Methodisch fysiotherapeutisch handelen.....................................................................................................24
Echo............................................................................................................................................................ 25
,Antwoorden oefentoets KT 2.2
Antwoorden MTCRL
FH FYS ANA MED 1 C
MFH ECHO
1 B 1 A 1 C 1 A 2 -
1 A 1 A
2 B 2 B 2 D 2 B 3 C
2 B 2 D
3 C 3 A 3 D 3 C 4 B
3 B 3 B
4 C 4 B 4 A 4 B 5 C
5 B 5 - 5 A 5 A 6 B
6 C 6 C 6 C2 6 B 7 -
7 A 7 B 7 B 7 B 8 -
8 B 8 A 8 - 8 - 9 B
9 C 9 C 9 A 9 A 10 B
10 B 10 A 10 A 10 -
11 - 11 A 11 C 11 C
12 - 12 B 12 C 12 C
13 - 13 A 13 A 13 A
14 A 14 A 14 C 14 C
15 C 15 B 15 A 15 B
16 C 16 - 16 A 16 B
17 C 17 - 17 - 17 B
18 C 18 A 18 - 18 -
19 B 19 - 19 - 19 A
20 B 20 B 20 B 20 A
21 D 21 B 21 A
22 A 22 nee 22 C
23 B 23 B 23 - Je punt is
24 A 24 A 24 A 9x(antwoorden goed) : 136 = punt
25 A 25 -
26 C 26 B Met foutcorrectie
27 C 27 A 9x (antwoorden goed) : 136 – 0,5 = punt
28 C 28 C
29 C 29 C
30 - 30 B
31 A 31 -
32 B 32 A
33 D 33 -
34 D 34 -
35 ACD 35 ABCF
36 B 36 -
37 Nee 37 -
38 D 38 -
Kennistoets
Methodisch fysiotherapeutisch handelen : 4 vragen
Fysiotherapeutisch handelen : 34 vragen (en 3 taping)
Fysiologie : 16 vragen
Gedragswetenschappen : 8 vragen
Medisch handelen : 11 vragen
Anatomie : 14 vragen
Motor control : 6 vragen
ECHO : 4 vragen
Totaal :136 vragen
, Antwoorden oefentoets KT 2.2
Fysiotherapeutisch handelen
Vraag 1 : “Nekpijn zonder tekenen of symptomen die kunnen wijzen op structurele pathologie, maar
die wel forse invloed heeft op activiteit in ADL” is welke graad?
A. Graad I
B. Graad II
C. Graad III
D. Graad III
Toelichting:
Graad I : nekpijn ZONDER tekenen of symptomen die kunnen wijzen op structurele pathologie en
NAUWLIJKS INVLOED heeft op activiteiten in ADL
Graad II : nekpijn ZONDER tekenen of symptomen die kunnen wijze op grote structurele pathologie,
maar die WEL FORSE INVLOED heeft op activiteiten in ADL
Graad III : nekpijn ZONDER tekenen of symptomen die kunnen wijze op grote structurele pathologie,
waarbij WEL NEUROLOGISCHE SYMPTOMEN aanwezig zijn. Zoals verminderde peesreflexen,
spierzwakte of sensibiliteitsstoornissen in de bovenste extremiteit.
Graad IV : nekpijn MET tekenen op symptomen die kunnen wijzen op ernstige structurele pathologie.
Ernstig omvat: fracturen, vertebrale dislocaties, schade aan het ruggenmerg, infecties, tumoren en
systemische ziekten, waaronder gewrichtsontsteking
(graad 4 stuur je terug naar de huisarts!)
Vraag 2 : Wat is geen regel bij de Canadian C-spine Rule?
A. Niet kunnen zitten
B. Pijn bij duwen onderkant cervicale wervel
C. Je nek niet 45 graden kunnen bewegen naar links en rechts
Toelichting:
Pijn bij duwen in het midden van de cervicale wervel
Vraag 3 : Wat zit er in behandelprofiel B?
A. Informeren en adviseren met maximaal 3 behandelingen
B. Informeren en adviseren met nadruk op aanwezigheid van psychosociale factoren
C. Behandeling prognostische factoren
Toelichting:
A = behandelprofiel A
B = behandelprofiel C
Vraag 4 : Welke type vezels hebben mensen met langdurige nekklachten
A. Type 1
B. Type 2A
C. Type 2B
Toelichting:
Gezonde mensen hebben type 1. Deze houden het langdurig vol
Mensen met langdurige nekklachten zijn veranderd naar type 2B waardoor ze het korter volhouden
Vraag 5 : Welk reflex zorgt voor het stabiliseren van het hoofd in de ruimte
A. Vestibulo-occulaire reflex
B. Vestibulo-colli reflex
C. Vestibulo-spinale reflex
D. Cervico-colli reflex