Psychometrie
Lecture 1 (3-2-2020) – wat is meten:
Meten: gebaseerd op een toetsbare theorie
- Mogelijk in de psychologie: soms wel, soms niet → afhankelijk van de data
Test cyclus:
Bepalen of de items hetzelfde meten: factor analyse
& item respons theorie
Classificatie: gebaseerd op een indeling die niet ter discussie staat (geen instinct of
empirie)
Beroepsrichtlijnen NIP (Nederlands instituut van psychologen):
- BAPD (basisaantekening psychodiagnostiek): kennis van klassieke en
moderne test theorie vereist
- AST (algemene standaard testgebruik): kwaliteit van test vereist
- COTAN (commissie testaangelegenheden Nederland): beoordelingssysteem
voor de kwaliteit van tests
Een test is pas goed (betrouwbaar/valide) als er is aangetoond dat dit zo is (genoeg
onderzoek naar gedaan is)
Constructvaliditeit:
- Begrijpen wat er wordt gemeten (theoretische interpreteerbaarheid)
- Extern: relaties met andere variabelen
- Intern: relaties tussen items (factorstructuur (hangen de items
van dezelfde test meer met elkaar samen dan items van
verschillende tests?) & unidimensionaliteit (meten de items
hetzelfde?)) → factoranalyse & item response theory
Guttman-schaal: bij een vaardigheid, een correct antwoord wordt
gegeven als de vaardigheid van de persoon groter is dan de
moeilijkheid van het item
- Testgedrag is schaalbaar als de datamatrix een scalogram-
structuur heeft (structuur met 1’en (correct) en 0’en (incorrect),
en items onder hoogst haalbare vaardigheid zijn sowieso correct)
Item response theorie:
- Unidimensioneel: elke persoon wordt gekenmerkt door een schaalwaarde op
de latente trek (meten de items hetzelfde?)
, - Monotoon: de kans op een positief antwoord neem toe met die schaalwaarde
Lecture 2 (10-2-2020) – factor analyse 1:
Context van factor-analyse:
- Theorievorming differentiële psychologie (persoonlijkheid & intelligentie)
- Constructie van tests en vragenlijsten (welke items passen bij elkaar)
Doel factor analyse:
- Het reduceren van een groot aantal variabelen tot een klein aantal variabelen
De manifeste variabelen zijn afhankelijke variabelen en de factoren zijn
onafhankelijke variabelen, die latent zijn
- Manifeste variabelen (veel): empirie. waar de onderzoeksvraag over gaat
(items) → observeerbare variabele
- Latente variabelen (weinig): theorie. Ware score, populatiegemiddelde,
storende variabele (stroomsterkte, intelligentie, emotie) → niet observeerbaar
Factor analyse:
Principale componenten analyse (PCA):
- Een component is een gewogen som van variabelen, die zoveel mogelijk
informatie (variantie) van die variabelen bevat
Factor analyse (FA):
- een manier om variabelen te groeperen op grond van hun correlaties
- Een factor is een latente variabele die de correlaties tussen de manifeste
variabelen verklaart
Verklaring van correlaties tussen variabelen:
- Onderlinge invloeden: &
- Gemeenschappelijke oorzaken: &
➔ Aan het patroon van de correlatie
kun je zien hoeveel factoren er zijn
Factor analyse met 1 factor:
Factorlading (λ): het regressiegewicht van een manifeste variabele op een factor
Lecture 1 (3-2-2020) – wat is meten:
Meten: gebaseerd op een toetsbare theorie
- Mogelijk in de psychologie: soms wel, soms niet → afhankelijk van de data
Test cyclus:
Bepalen of de items hetzelfde meten: factor analyse
& item respons theorie
Classificatie: gebaseerd op een indeling die niet ter discussie staat (geen instinct of
empirie)
Beroepsrichtlijnen NIP (Nederlands instituut van psychologen):
- BAPD (basisaantekening psychodiagnostiek): kennis van klassieke en
moderne test theorie vereist
- AST (algemene standaard testgebruik): kwaliteit van test vereist
- COTAN (commissie testaangelegenheden Nederland): beoordelingssysteem
voor de kwaliteit van tests
Een test is pas goed (betrouwbaar/valide) als er is aangetoond dat dit zo is (genoeg
onderzoek naar gedaan is)
Constructvaliditeit:
- Begrijpen wat er wordt gemeten (theoretische interpreteerbaarheid)
- Extern: relaties met andere variabelen
- Intern: relaties tussen items (factorstructuur (hangen de items
van dezelfde test meer met elkaar samen dan items van
verschillende tests?) & unidimensionaliteit (meten de items
hetzelfde?)) → factoranalyse & item response theory
Guttman-schaal: bij een vaardigheid, een correct antwoord wordt
gegeven als de vaardigheid van de persoon groter is dan de
moeilijkheid van het item
- Testgedrag is schaalbaar als de datamatrix een scalogram-
structuur heeft (structuur met 1’en (correct) en 0’en (incorrect),
en items onder hoogst haalbare vaardigheid zijn sowieso correct)
Item response theorie:
- Unidimensioneel: elke persoon wordt gekenmerkt door een schaalwaarde op
de latente trek (meten de items hetzelfde?)
, - Monotoon: de kans op een positief antwoord neem toe met die schaalwaarde
Lecture 2 (10-2-2020) – factor analyse 1:
Context van factor-analyse:
- Theorievorming differentiële psychologie (persoonlijkheid & intelligentie)
- Constructie van tests en vragenlijsten (welke items passen bij elkaar)
Doel factor analyse:
- Het reduceren van een groot aantal variabelen tot een klein aantal variabelen
De manifeste variabelen zijn afhankelijke variabelen en de factoren zijn
onafhankelijke variabelen, die latent zijn
- Manifeste variabelen (veel): empirie. waar de onderzoeksvraag over gaat
(items) → observeerbare variabele
- Latente variabelen (weinig): theorie. Ware score, populatiegemiddelde,
storende variabele (stroomsterkte, intelligentie, emotie) → niet observeerbaar
Factor analyse:
Principale componenten analyse (PCA):
- Een component is een gewogen som van variabelen, die zoveel mogelijk
informatie (variantie) van die variabelen bevat
Factor analyse (FA):
- een manier om variabelen te groeperen op grond van hun correlaties
- Een factor is een latente variabele die de correlaties tussen de manifeste
variabelen verklaart
Verklaring van correlaties tussen variabelen:
- Onderlinge invloeden: &
- Gemeenschappelijke oorzaken: &
➔ Aan het patroon van de correlatie
kun je zien hoeveel factoren er zijn
Factor analyse met 1 factor:
Factorlading (λ): het regressiegewicht van een manifeste variabele op een factor