Hoorcollege 2. Intelligentieonderzoek (Martine Mönch).......................................................................2
Hoorcollege 3. Diagnostiek vanuit een ontwikkelingsneuropsychologische benadering (Lex Wijnroks) 5
Hoorcollege 4. Diagnostiek van het motorisch functioneren bij kinderen met een motorische
beperking (Chiel Volman).......................................................................................................................7
Hoorcollege 5. Vroegkinderlijke diagnostiek (Anneloes Baar)................................................................9
Hoorcollege 6. Diagnostiek bij mensen met een verstandelijke beperking (Lex Wijnroks)..................11
Hoorcollege 7. Diagnostiek van psychosociale problemen (Martine Mönch).......................................12
Hoorcollege 8. Diagnostiek van onderwijsproblemen (Hans van Luit).................................................15
Hoorcollege 9. Gezinsdiagnostiek (Saskia Wijsbroek)...........................................................................18
1
,Hoorcollege 2. Intelligentieonderzoek (Martine Mönch)
Wat is intelligentie?
Wechsler (1974): “Intelligence is the overall capacity of an individual to understand and cope with
the world around him.”
Benaderingen m.b.t. intelligentie
PSYCHOMETRISCHE BENADERING
Binet
- Differentiële psychologie
- Zwakke theoretische onderbouwing, sterke instrumentontwikkeling.
- 1905 eerste intelligentietest: eerst intelligentie meten dan pas bestuderen.
- WISC ontwikkeld binnen deze traditie.
Charles Spearman
- Structuur van intelligentie: G-factor en S-factoren.
- Factoranalyse. Er is volgens hem een “general intelligence”. Sommigen hebben hoge g,
sommigen een lage g.
Thurstone (1938)
- 7 primaire intelligentiefactoren (afhankelijk van elkaar)
- Uitgangspunt voor o.a. RAKIT
Guilford (1967)
- 3 dimensies, 120 intelligentiefactoren
Cattell en Horn (1978)
- Fluid en Crystallized intelligence (niveau 2 van Carroll). Ontwikkeld zich met leeftijd.
Fluid = Redeneren
- Logisch redeneren
- Probleem oplossen
- “Escaperoom”, on the spot nadenken
- Je bereikt top bij ongeveer 20 jaar
Cystallized = Algemene kennis
- Alles wat je hebt geleerd
- Educatie/cultuur
- Lange termijn geheugen
- “Who wants to be a millionaire”
- Kan hele leven blijven ontwikkelen
Heziene IQ-test omdat:
1. Actualiseren van de normen Flynn effect
2. Inhoud van de subtesten en scoringsregels actualiseren
3. Nieuwe subtests en factorstructuren
WISC
Gestandaardiseerde test.
Onderverdeling in VIQ en PIQ.
Kaufmanfactoren:
- verbaal begrip
- perceptuele organisatie
- verwerkingssnelheid
2
, WISC is gebaseerd op het CHC-model
Primaire indexen Secundaire indexen
Verbaal begrip Kwantitatief redeneren
Visueel-ruimtelijk Auditief werkgeheugen
Fluid reasoning Non-verbaal
Werkgeheugen Algemene vaardigheid
Verwerkingssnelheid Cognitieve competentie
COGNITIEVE BENADERING Gebaseerd op informatie verwerkingsmodel.
Intelligent gedrag omvat meer dan intelligentie zoals gemeten met onze intelligentietests.
- Luria, neuropsychologische theorie. 3 systemen:
1e systeem : regelt arousal en alertheid
2e systeem : betrokken bij perceptie, verwerking, opslag van informatie
e
3 systeem : betrokken bij uitvoering, sturen en reguleren van cognitieve
processen en gedrag
- Sterberg, Drievoudige intelligentietheorie:
Componentdimensie : cognitieve processen
Ervaringsdimensie : ervaring met taken en problemen, mate van automatisering
Contextuele dimensie : aanpassen, veranderen of vermijden
Cognitive Assessment System-2
Doel : intelligentiemeting en cognitieve processen
Uitgangspunt PASS-theorie: cognitieve processen staan centraal
VYGOTSKIAANSE BENADERING
Cultuurhistorische theorie
Internalisatie
Zone van naaste ontwikkeling
Vaststellen leerpotentieel impliceert hulp en dialoog met de testleider: “mediated learning”
Leergeschiktheid en leertests
Fasen leertest Voorbeeld oefenfase
Pretest: actuele niveau Pretest: afname Blokpatronen uit WISC
Oefenfase: hulp (aard varieert) Oefenfase: hulp van raster
Posttest: potentiële niveau Posttest: opnieuw afname fout gemaakte items
Verschillen in leertests
1. In de vormgeving van de oefenfase:
- Het geven van eenvoudige hints
- Het geven van goed/fout-feedback
- Het aanleren van strategieën/vaardigheden
- Testherhaling
2. In de mate van standaardisering van de geboden hulp
3