Achtergrond en betekenis
Romeinse delictenrecht Uitgangspunt: ieder draagt zijn eigen schade, behoudens ‘onrecht’
(iniuria), waaronder tevens begrepen schuld (culpa) van een ander.
Het Romeinse delictenrecht was ondertussen vooral gericht op
bestraffing (‘boete’). Instituten 4.6.18 & 21 (Justinianus):
Romeinse delictenrecht kende aansprakelijkheid voor personen en
zaken, zoals bijv. slaven en dieren. De actie volgde de eigendom van
de slaaf of het dier en ‘verdween’ bij hun dood.
Sinds Hugo de Groot (1631) verschoof de nadruk van bestraffing naar
vergoeding.
Moderne recht Uitgangspunt: eenieder wordt geacht zijn/haar eigen schade te
dragen, tenzij aan een ander een verwijt kan worden gemaakt, dat die
ander verplicht tot compenseren (“corrective justice”).
Bestraffing primair voor overheden, in het publieke recht.
Privaatrecht ziet op herstel: focus op het slachtoffer i.p.v. de dader.
Kwalitatieve aansprakelijkheid: aansprakelijk in kwaliteit als ouder,
werkgever, eigenaar/bezitter in plaats van voor eigen gedrag.
Risicoaansprakelijkheid: aansprakelijkheid buiten schuld, op basis van
risicoverdeling en niet op basis van eigen schuld.
Grondslagen voor aansprakelijkheid in hoedanigheid (afdeling 6.3.2)
Voor personen Voor zaken & stoffen
Ouderlijk gezag – fout door kind (6:169 BW) Bezitter / roerende zaken (6:173 BW)
Werkgever – fout werknemer (6:170 BW) Bezitter / opstal – leiding – weg (6:174 BW)
Bedrijf – fout niet-ondergeschikte (6:171 BW) Houder gevaarlijke stoffen (6:175 BW)
Vertegenwoordiger (6:172 BW) Exploitant stortplaats (6:176-177 BW)
Bezitter van een dier (6:179 BW)
, ONRECHTMATIGE DAAD
Onrechtmatige daad op grond van art. 6:162 BW (aansprakelijkheid voor eigen gedrag)
1. Onrechtmatige daad (art. 6:162 lid 2 BW)
(1) Inbreuk op een recht
1e stroming: is er sprake van een directe, rechtstreekse of opzettelijke inbreuk? Dan is
deze per definitie onrechtmatig.
2e stroming: inbreuk beperkt tot gevallen van een ‘echte’ inbreuk
3e stroming: als inbreuk wordt aangenomen, wordt nader getoetst aan ongeschreven
(zorgvuldigheids-) criteria.
LETOP! Het gaat NIET op indien het NALATEN betreft.
(2) In strijd met wettelijke plicht
→ art. 450 Sr: een ander in levensgevaar zien en nalaten deze hulp te verlenen.
(Vangt uitdrukkelijk ook een nalaten, mits er een wettelijke plicht tot een doen is.)
(3) Volgens ongeschreven recht in maatschappelijk verkeer betaamt (Lindenbaum/Cohen)
De maatschappelijke onbetamelijkheid is tamelijk casuïstisch, voorbeelden:
→ Gevaarzetting = (HR Kelderluik, HR Jetblast)
→ Huis tuin keuken “ongelukkige samenloop omstandigheden” = (HR Verhuizende zusjes)
→ Sport en spel = terughoudend enkel grove overtreding, abnormale gedraging
→ Hinder = (HR Stankoverlast Pluimveebedrijf R.O. 3.3.2.)
Niet cumulatief, 1 vereiste is voldoende. Maar er kan ook aan meerdere vereisten voldaan zijn.
LETOP! Uitzondering: inbreuk is onrechtvaardig TENZIJ rechtvaardigingsgrond.
- Zaakwaarneming art. 6:198 BW jo. 6:200 BW kan wel worden toegerekend
2. Toerekenbaar (art. 6:162 lid 3 BW)
(1) OD is te wijten aan schuld dader;
(2) OD komt voor rekening dader
- krachtens de wet of;
- krachtens verkeersopvattingen
Art. 6:164 BW bepaalt dat onrechtmatige gedraging van kind onder 14 niet wordt toegerekend.
Art. 6:165 lid 1 BW benadrukt dat geestelijke of lichamelijke tekortkomingen vanaf 14+ niet in de
weg staan aan toerekening, mits het een “doen” betreft.
3. Causaal verband (art. 6:98 BW)
4. Schade
5. Relativiteit (art. 6:163 BW) (HR Tandarts & Schietincident Alphen a/d Rijn)
(1) Wordt dit slachtoffer beschermd?
(2) Wordt hij/zij tegen de geleden schade beschermd?
(3) Valt wijze waarop schade is geleden binnen beschermingsbereik geschonden norm?