Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Succesvol Studeren voor BIV/AO 1 - ICAIS - Jaar 4 - Hoofdstuk 2,3 en 5

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
10
Geüpload op
10-11-2025
Geschreven in
2025/2026

Hoofdstuk 2 - Het typologiemodel en waar draait het nu allemaal om? Hoofdstuk 3 - Een AO-beschrijving: hoe doe je dat? Hoofdstuk 5 - Procesdecomposities en attentiepunten

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Succesvol Studeren BIV:AO Deel 1
Hoofdstuk 2 Het typologiemodel en waar draait het nu allemaal om?
2.1 De hoofdindeling van het typologiemodel
Aan de indeling van typen liggen de volgende criteria ten grondslag:
1. Soortcriterium (indelingscriterium): Het soort maatregelen dat nodig is om te waarborgen dat de
opbrengsten volledig worden verantwoord. Dit criterium bepaalt welke verschillende typen er worden
onderscheiden.
2. Volgordecriterium: De mate waarin bij de controle kan worden gebruikgemaakt van het verband tussen de
kosten (opgeofferde zaken) en de opbrengsten (verkregen zaken), ook wel waarde kringloop. Dit bepaalt de
hiërarchie binnen de indeling.

Profit- en non-profitorganisaties
Het eerste onderscheid is tussen organisatie die wel of niet op de markt opereren:
1. Profitorganisatie: ondernemingen die winstgericht zijn.
2. Non-profitorganisaties: organisaties die niet primair winstgericht zijn.

Hoofdtypen van profitorganisaties:
- Handelsbedrijven (zonder technisch omzettingsproces)
- Industriële bedrijven
- Agrarische en extractieve bedrijven
- Dienstverlenende bedrijven
- Financiële instellingen

Verschillen tussen de typen:
1. Handels-, industriële en agrarische bedrijven
Deze hebben een duidelijke goederenstroom. Controle richt zich vooral op de verbanden tussen de geld- en
goederenbeweging.
2. Dienstverlenende bedrijven
Hier hangt de controle af van het soort dienstverlening:
- Soms is er wel een koppeling met goederenbeweging
- Soms kan de controle worden gebaseerd op beschikbare capaciteit (ruimte, personeel, materieel)
- Soms ontbreekt elk verband met fysieke zaken
3. Financiële instellingen
Bij deze organisaties is er meestal geen verband met goederen of capaciteit.
De volledigheid van opbrengsten moet daarom vooral worden gegarandeerd door:
- Functiescheidingen
- Duidelijke richtlijnen en procedures
- Goede administratieve registraties.

2.2 Handelsbedrijven
Handelsbedrijven zijn er in twee vormen:
1. Handel waarbij vooral op rekening wordt geleverd
2. Handel waarbij tegen contante betaling wordt geleverd

Controle-aandachtspunten
Bij beide soorten handel is de goederenbeweging het belangrijkste aanknopingspunt om te controleren of alle
opbrengsten volledig zijn verantwoord.

De goederenbeweging kan worden gevolgd met de BETA-formule (verbandscontrole tussen toestand en gebeuren):
Beginvoorraad (BV) + Inkopen (I) – Eindvoorraad (EV) = Verkopen (V)
(Alles uitgedrukt in aantallen)

Het sluitstuk van deze controle is de inventarisatie van de eindvoorraad.

Extra aandacht bij contante handel
Wanneer betalingen contant plaatsvinden, moet de AO ook zorgen voor goede procedures rond het geldverkeer.
Denk hierbij aan:
- Het dagelijks tellen van kasgeld
- Het regelmatig en volledig afstorten bij de bank

2.3 Industriële bedrijven
Het typologiemodel onderscheidt drie soorten industriële bedrijven:
1. Massaproductie
- Homogene massaproductie
- Heterogene massaproductie
2. (Serie-)stukproductie
Belangrijkste verschillen massa- vs. stukproductie:
- Massaproductie: Gericht op standaardbehoeften vaan groep klanten; stukproductie: gericht op specifieke
wensen van individuele klanten.
- Bij massaproductie wordt op voorraad geproduceerd; Bij stukproductie alleen op bestelling.
- Massaproductie is repeterend, waardoor harde (ervarings)normen beschikbaar zijn. Bij stukproductie gaat het
om unieke producten, dus veel minder normen.

Tips voor de BIV/AO-beschrijving
1. Volgorde van beschrijven
- Bij zuivere massaproductie: eerst inkopen - daarna productie - dan verkopen

, - Bij stukproductie/massaproductie op bestelling: verkoop/offerteprocedure - productieplanning - inkopen -
productie.
- (Inkoop en productie zijn pas mogelijk nadat de klantwensen bekend zijn)
2. Verbandscontroles
- M.b.t. voorraden worden beschreven bij de processen
- Voorraadtoename = inkopen
- Voorraadafname = verkopen
- Inventarisatie behandelen aan het eind van het productieproces
3. Planningsproces
- Eenvoudigst bij homogene massaproductie
- Complexer bij heterogene massaproductie
- Het meest ingewikkeld bij stukproductie, omdat planning pas volgt op het verkoopproces
- Bij massaproductie is planning gebaseerd op:
o Beschikbare capaciteit van productiemiddelen
o Minimumvoorraadniveau van eindproducten.
4. Registratie van verbruik
- Homogene massaproductie: per periode (grondstoffen, mens- en machine-uren)
- Heterogene massaproductie: per productiecharge
- Stukproductie: per order
5. Efficiencyverschillen
- Homogene massaproductie: per periode in totalen (en per afdeling als er meerdere zijn)
- Heterogene massaproductie: per periode, per afdeling. Bij bijzondere productieorders - ook voor- en
nacalculatie + verschillenanalyse per order.
- Stukproductie: per order
- Bij massaproductie: efficiencyverschil = toegestane bestedingen - werkelijke bestedingen
- Toegestane bestedingen = werkelijke productie x normatief verbruik per producteenheid
- Bij stukproductie: verschil tussen voor- en nacalculatie wordt uitgesplitst in efficiencyverschillen en
calculatieverschillen
6. Bezettingsverschillen
- Zowel bij massa- als stukproductie periodiek berekenen
- Verschil = werkelijke bezetting - normale bezetting
- Werkelijke bezetting: directie uren (mens- en machine-uren) per productieorder
- Normale bezetting: ontleend aan de begroting

2.4 Agrarische en extractieve bedrijven
Kenmerken
- Productie (oogsten of delfstofwinning) wordt sterk beïnvloed door onbeheersbare omgevingsfactoren.
- Gebruik van een min of meer gratis productiemiddel: de natuur
- Hierdoor is de relatie tussen uitgaande geldstromen (grondstoffen, personeel, machines) en waarde
toevoeging zwakker dan bij handels- en productiebedrijven

Aanknopingspunten voor controle:
- Externe kengetallen (Bv. Gemiddelde graanopbrengst per are, aantal biggen per zeug)
- Beschikbare grondoppervlakte bij landbouwbedrijven
- Registraties en rapportages

2.5 Dienstverlenende bedrijven
Onderscheid in typen dienstverlening
1. Dienstverlening met zekere goederenbeweging
- Doorstroming van eigen goederen (bv. cafés, restaurants)
- Doorstroming van goederen van derden (bv. wasserijen, reparatiebedrijven)
- Levering via vaste leidingen (bv. elektriciteit, gas, water)
- Levering van informatie/informatiediensten (bv. Netflix, iTunes)
2. Dienstverlening met beschikbaarstelling van ruimte
- Specifiek gereserveerde ruimte (bv. hotels, ziekenhuizen)
- Niet-specifiek gereserveerde ruimte (bv. bioscopen, zwembaden)
3. Overige dienstverlening (bv. adviesbureaus, schoonmaakbedrijven, softwarehuizen)

2.5.1 Dienstverlening met zekere goederenbeweging
1. Doorstroming van eigen goederen (café, restaurant)
- Controle opbrengsten start vanuit goederenbeweging.
- Grondstoffen = klein deel van prijs → je betaalt vooral voor bediening/ambiance.
- Goederenbeweging = beperkt controlepunt → aanvullende maatregelen nodig (o.a. functiescheiding).
2. Doorstroming van goederen van derden (reparatie, wasserij, veiling)
- Geen direct verband tussen ingaande goederen en uitgaande geldstromen.
- Cruciaal: volledige registratie inkomende goederen.
- Maatregelen:
o Functiescheiding tussen ontvangst, uitvoering en facturering.
o Ontvangstregistratie koppelen aan bewerkte goederenregistratie.
o Gebruik ontvangstbewijzen.
3. Levering via vaste leidingen (elektriciteit, gas, water)
- Verbanden in geld/goederenbeweging bruikbaar.
- Complicaties:
o Meet- en leidingverliezen, leveringsverliezen, temperatuurverschillen.
o Meterstanden niet gelijktijdig op te nemen → gebruik statistische schattingen.
- Controlemaatregelen:
o Meterstanden → basis voor opbrengstcontrole.
o Rouleren van meteropnemers (tegen samenspanning).
o Voorschotnota’s controleren via standenregister en acceptgiro’s/incasso’s.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 2, 3 en 5
Geüpload op
10 november 2025
Aantal pagina's
10
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.10
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
kimvaneck4

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
kimvaneck4 Avans Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
6 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
27
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen