Hoofdstuk 5 Quasi-goederen
5.1 Wat zijn Quasi goederen?
Quasi-goederen: zijn waardepapieren die gekoppeld zijn aan een dienst die nog geleverd moet worden. Voorbeelden
hiervan zijn: een bioscoopkaartje, een concertticket, een toegangsbewijs voor een voetbalstadion.
Goederenbeweging: Wanneer er sprake is van waardepapieren, kan een goederenbeweging worden opgesteld.
Deze ziet er als volgt uit:
Beginvoorraad + ingekochte kaartjes - eindvoorraad = verkochte kaartjes
Het aantal verkochte kaarten x de verkoopprijs per kaartje geeft de SOLL-positie van de omzet.
Uitzonderingen:
- Een treinkaartje wordt formeel niet al quasi-goed gezien, omdat dit automatisch door het systeem van de NS
wordt aangemaakt. Dit is echter wel de moderne praktijk.
- Cadeaubonnen worden meestal ook niet als quasi-goederen geclassificeerd. Toch kan dezelfde aanpak worden
toegepast: de goederenbeweging toont de verkochte bonnen. Het verschil is dat de verkopen van de bon niet
zelf de prestatie levert.
- Voor herbruikbare munten wordt de volledigheid gecontroleerd met behulp van ingebouwde telwerken.
5.2 Moderne versus klassieke quasi-goederen
Moderne situatie
Tegenwoordig worden toegangsbewijzen direct aangemaakt:
- Via geautomatiseerde kassa’s, of
- Volledig automatisch online (na betaling ontvangt de klant direct het ticket per email)
Voordelen van deze werkwijze
- Elk kaartje kan direct met de gewenste gegevens worden aangemaakt.
- De soll-positie van de opbrengsten wordt automatisch opgehoogd (controletotaal).
- Er wordt direct een plaats gereserveerd in de zaal- of bezettingsapplicatie.
Belangrijke aandachtspunten
- Wanneer organisaties zelf toegangsbewijzen aanmaken, moet de waardecreatie betrouwbaar in het systeem
worden vastgelegd. Hiervoor zijn beveiligingsmaatregelen nodig, zoals:
o Competentietabellen (wie mag wat),
o User-ID’s en wachtwoorden,
o Controletotalen en aansluitingscontroles.
5.1 Wat zijn Quasi goederen?
Quasi-goederen: zijn waardepapieren die gekoppeld zijn aan een dienst die nog geleverd moet worden. Voorbeelden
hiervan zijn: een bioscoopkaartje, een concertticket, een toegangsbewijs voor een voetbalstadion.
Goederenbeweging: Wanneer er sprake is van waardepapieren, kan een goederenbeweging worden opgesteld.
Deze ziet er als volgt uit:
Beginvoorraad + ingekochte kaartjes - eindvoorraad = verkochte kaartjes
Het aantal verkochte kaarten x de verkoopprijs per kaartje geeft de SOLL-positie van de omzet.
Uitzonderingen:
- Een treinkaartje wordt formeel niet al quasi-goed gezien, omdat dit automatisch door het systeem van de NS
wordt aangemaakt. Dit is echter wel de moderne praktijk.
- Cadeaubonnen worden meestal ook niet als quasi-goederen geclassificeerd. Toch kan dezelfde aanpak worden
toegepast: de goederenbeweging toont de verkochte bonnen. Het verschil is dat de verkopen van de bon niet
zelf de prestatie levert.
- Voor herbruikbare munten wordt de volledigheid gecontroleerd met behulp van ingebouwde telwerken.
5.2 Moderne versus klassieke quasi-goederen
Moderne situatie
Tegenwoordig worden toegangsbewijzen direct aangemaakt:
- Via geautomatiseerde kassa’s, of
- Volledig automatisch online (na betaling ontvangt de klant direct het ticket per email)
Voordelen van deze werkwijze
- Elk kaartje kan direct met de gewenste gegevens worden aangemaakt.
- De soll-positie van de opbrengsten wordt automatisch opgehoogd (controletotaal).
- Er wordt direct een plaats gereserveerd in de zaal- of bezettingsapplicatie.
Belangrijke aandachtspunten
- Wanneer organisaties zelf toegangsbewijzen aanmaken, moet de waardecreatie betrouwbaar in het systeem
worden vastgelegd. Hiervoor zijn beveiligingsmaatregelen nodig, zoals:
o Competentietabellen (wie mag wat),
o User-ID’s en wachtwoorden,
o Controletotalen en aansluitingscontroles.