Maatschappijwetenschappen
Vorming
Hoofdstuk 1: socialisatie
Socialisatie: het proces van overdracht en verwerving van de cultuur van de groep(en) en de
samenleving waartoe mensen behoren. Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en andere
vormen van omgang met andere
Socialisatie is dus de overdracht van cultuur vanuit andere mensen.
Je hebt verschillende socialisatoren:
- Primaire socialisatie
- Secundaire socialisatie
- Tertiaire socialisatie
Primaire socialisatie is de socialisatie die afkomstig is van de mensen dicht bij je, zoals je familie en je
vrienden. Secundaire is met mensen in de formele sfeer dus mensen die verder van je weg staan.
Zoals school en de sportclub, en dan als laatst tertiaire zijn de anonieme socialisatoren, die zijn vaak
de media.
Cultuur is dynamisch, dat betekend dat het altijd veranderd, qua plaats en tijd.
Op een gegeven moment is de cultuur ‘’eigen’’ geworden en gaat het automatisch en dan spreek je
van internalisatie
Socialisatie zit in verschillende milieus:
- Economisch kapitaal, als je ouders bv veel geld hebben maak jij weer andere dingen mee
- Sociaal kapitaal, zijn de connecties en netwerken die mensen hebben
- Cultureel kapitaal, zijn culturele competenties die kenmerkend zijn voor hoge sociale posities
Enculturatie is het aanleren van de cultuur waarin je geboren bent
Acculturatie is het aanleren en verwerven van een andere cultuur dan dat iemand is opgegroeid.
\
Hoofdstuk 2: politieke socialisatie
, Politieke socialisatie: het proces van overdracht en verwerving van de politieke cultuur en van de
groep(en) en samenleving waar mensen toe behoren. Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en
andere vormen van omgang met anderen.
Politieke stromingen:
- Links/midden/rechts
- Progressief/conservatief
- Nationalisme/internationalisme
- Materialisme/postmaterialisme
Politieke ideologie: een samenhangend geheel
van beginselen en denkbeelden, meestal
uitmondend in ideeën over de meest wenselijke
maatschappelijke en politieke verhoudingen.
Deze ideeën gaan over hoe de samenleving er
uit moet zien.
Confessionalisme:
Staan voor christelijke waarden en harmonieuze samenwerkingen, gaan uit van de christelijke
waarde dus voor elkaar zorgen, en dat in samenwerking. Net zoals in een lichaam dat iedereen wat
bijdraagt.
Liberalisme:
Individueel alles, rechten, vrijheden en economisch.
Overheid bemoeit zich niet met de economie en mensen hebben zelf de eigen vrijheid en
verantwoordelijkheid.
Socialisme/sociaaldemocratie:
Gelijkwaardigheid en actieve overheid, dus geen verschillen aan het begin tussen inkomen, bezit en
kennnis. Dat door ingrijpen van de overheid.
Hoofdstuk 3: identiteit
Vorming
Hoofdstuk 1: socialisatie
Socialisatie: het proces van overdracht en verwerving van de cultuur van de groep(en) en de
samenleving waartoe mensen behoren. Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en andere
vormen van omgang met andere
Socialisatie is dus de overdracht van cultuur vanuit andere mensen.
Je hebt verschillende socialisatoren:
- Primaire socialisatie
- Secundaire socialisatie
- Tertiaire socialisatie
Primaire socialisatie is de socialisatie die afkomstig is van de mensen dicht bij je, zoals je familie en je
vrienden. Secundaire is met mensen in de formele sfeer dus mensen die verder van je weg staan.
Zoals school en de sportclub, en dan als laatst tertiaire zijn de anonieme socialisatoren, die zijn vaak
de media.
Cultuur is dynamisch, dat betekend dat het altijd veranderd, qua plaats en tijd.
Op een gegeven moment is de cultuur ‘’eigen’’ geworden en gaat het automatisch en dan spreek je
van internalisatie
Socialisatie zit in verschillende milieus:
- Economisch kapitaal, als je ouders bv veel geld hebben maak jij weer andere dingen mee
- Sociaal kapitaal, zijn de connecties en netwerken die mensen hebben
- Cultureel kapitaal, zijn culturele competenties die kenmerkend zijn voor hoge sociale posities
Enculturatie is het aanleren van de cultuur waarin je geboren bent
Acculturatie is het aanleren en verwerven van een andere cultuur dan dat iemand is opgegroeid.
\
Hoofdstuk 2: politieke socialisatie
, Politieke socialisatie: het proces van overdracht en verwerving van de politieke cultuur en van de
groep(en) en samenleving waar mensen toe behoren. Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en
andere vormen van omgang met anderen.
Politieke stromingen:
- Links/midden/rechts
- Progressief/conservatief
- Nationalisme/internationalisme
- Materialisme/postmaterialisme
Politieke ideologie: een samenhangend geheel
van beginselen en denkbeelden, meestal
uitmondend in ideeën over de meest wenselijke
maatschappelijke en politieke verhoudingen.
Deze ideeën gaan over hoe de samenleving er
uit moet zien.
Confessionalisme:
Staan voor christelijke waarden en harmonieuze samenwerkingen, gaan uit van de christelijke
waarde dus voor elkaar zorgen, en dat in samenwerking. Net zoals in een lichaam dat iedereen wat
bijdraagt.
Liberalisme:
Individueel alles, rechten, vrijheden en economisch.
Overheid bemoeit zich niet met de economie en mensen hebben zelf de eigen vrijheid en
verantwoordelijkheid.
Socialisme/sociaaldemocratie:
Gelijkwaardigheid en actieve overheid, dus geen verschillen aan het begin tussen inkomen, bezit en
kennnis. Dat door ingrijpen van de overheid.
Hoofdstuk 3: identiteit