Sociale wetenschappen
Thema 1: Organisatiepsychologie: Factoren in de adviseur zelf.
Doelen:
De dio:
heeft zelfkennis en weet wat zijn/haar meest kenmerkende eigenschappen zijn.
is bekend met de begrippen overtuigingen, veronderstellingen, paradigma’s, past
voorbeelden hiervan op zichzelf en anderen toe, en buigt waar nodig deze om.
maakt een onderscheid tussen assertieve communicatie, sub assertieve communicatie en
agressieve communicatie en kan voorbeelden van deze manieren van communiceren
toepassen
- assertiviteit: uiten van je gedachten, gevoelens en meningen op een directe eerlijke en
gepaste wijze.
o Komt op voor je eigen belangen op een manier die bij de situatie past en respectvol
is naar jezelf en naar de ander.
- Subassertief: je houd te veel rekening met belang van een ander en verwaarloost je eigen
belang
- Agressief: je ziet vooral je eigen belang en de belangen van de ander niet of negeert deze
Subasssertief Assertief Agressief
Je houd rekening met - + +
eigen belangen
Je houdt rekening met + + -
belangen van de ander
- Situaties die vragen om assertiviteit:
o Negatieve feedback
Voorbeeld: je hebt last van gedrag van een ander en zegt daar vwat van
o Je hebt een andere mening
Voorbeeld: uitkomen voor afwijkende mening is lastig wanneer je de enige
bent.
o Je wilt een verzoek weigeren
Voorbeeld: er wordt een beroep op je gedaan waaraan je niet wilt voldoen >
zeg ‘nee’, verder hoef je niet altijd een reden te geven. Houd het algemeen
en geef ander niet de mogelijkheid om over de redenen te gaan discussiëren.
o Je wilt iets van een ander
Voorbeeld: je wilt salarisverhoging. Draai er niet omheen en laat zeker niet je
gesprekspartner raden naar je wens.
- Waarom reageren mensen subassertief:
o Je wilt de ander niet kwetsen of bent bang om zelf gekwetst te worden
o Durft niet aan te geven dat je iets niet snapt
o Je hebt in je hoofd dat je iets goed moet maken.
- Waarom reageren mensen agressief:
o Je bent bang dat mensen over je heen zullen lopen
o Verwacht dat de ander geen rekening zal houden met jouw belang en voelt je daar
onzeker over > eigen belang te sterk benadrukken.
- Vier niveaus van assertiviteit:
o Niveau 0: weinig assertief
Lastig eigen grenzen aangeven
Communiceert niet duidelijk wat je vindt of wilt
, Kunt slecht negatieve feedback geven en positieve feedback ontvangen
OF
Kunt geen rekening houden met belangen van ander
Geeft ander geen ruimte voor communiceren over zijn eigen belang
Kunt slecht feedback geven en negatieve feedback ontvangen
o Niveau 1: reactieve of basis assertiviteit
Geeft eigen standpunten weer en geeft eigen grenzen aan
Komt uit voor je mening indien ernaar gevraagd wordt.
Maakt duidelijk wanneer je het niet eens bent met gesprekspartner
o Niveau 2: proactieve assertiviteit
Komt spontaan met eigen standpunten
Brengt gevoelige/ negatieve boodschappen op duidelijke en directe manier
Kunt luisteren naar tegenargumenten
o Niveau 3: assertief kunnen blijven in emotionele/ kritische situaties
Aanvaardt kritiek op je standpunt
Bespreekt meningsverschillen uit jezelf zonder conflict uit de weg te gaan
Gaat adequaat om met verbale agressie en provocaties
- Van niveau 0 naar 1: ontwikkelen van basisassertiviteit.
o Experimenteer met andere manier van communiceren.
- Van niveau 1 naar 2: van reactief naar actief assertief.
o Stel je gelijkwaardig op in gesprek, jouw houding bepaalt hoe de ander jou benadert
‘gedrag lokt uit’ > roos van leary
o Geef precies aan wat je wilt
o Communiceer ook met lichaamstaal
o Gebruik eventueel humor
o Je kunt ook ergens op terugkomen
- Van niveau 2 naar 3: ook assertief in lastige situaties
o Wees nieuwsgierig naar kritiek van een ander
o Gebruik roos van leary om gedrag van een ander positief te beïnvloeden
o Houd je hoofd koel onder lastige omstandigheden
- Ondersteunende competenties en vaardigheden:
o Luisteren
o Inlevingsvermogen
o Empathie
o Conflicten hanteren
o Stress hanteren
o Zelfvertrouwen
- IJsbergmodel van McClelland: vergelijkt cliënt met ijsberg.
o Boven waterlijn: topje van
ijsberg
o Onder waterlijn: grootste deel
van ijsberg, is niet zichtbaar
maar beïnvloed wel het gedrag.
Thema 1: Organisatiepsychologie: Factoren in de adviseur zelf.
Doelen:
De dio:
heeft zelfkennis en weet wat zijn/haar meest kenmerkende eigenschappen zijn.
is bekend met de begrippen overtuigingen, veronderstellingen, paradigma’s, past
voorbeelden hiervan op zichzelf en anderen toe, en buigt waar nodig deze om.
maakt een onderscheid tussen assertieve communicatie, sub assertieve communicatie en
agressieve communicatie en kan voorbeelden van deze manieren van communiceren
toepassen
- assertiviteit: uiten van je gedachten, gevoelens en meningen op een directe eerlijke en
gepaste wijze.
o Komt op voor je eigen belangen op een manier die bij de situatie past en respectvol
is naar jezelf en naar de ander.
- Subassertief: je houd te veel rekening met belang van een ander en verwaarloost je eigen
belang
- Agressief: je ziet vooral je eigen belang en de belangen van de ander niet of negeert deze
Subasssertief Assertief Agressief
Je houd rekening met - + +
eigen belangen
Je houdt rekening met + + -
belangen van de ander
- Situaties die vragen om assertiviteit:
o Negatieve feedback
Voorbeeld: je hebt last van gedrag van een ander en zegt daar vwat van
o Je hebt een andere mening
Voorbeeld: uitkomen voor afwijkende mening is lastig wanneer je de enige
bent.
o Je wilt een verzoek weigeren
Voorbeeld: er wordt een beroep op je gedaan waaraan je niet wilt voldoen >
zeg ‘nee’, verder hoef je niet altijd een reden te geven. Houd het algemeen
en geef ander niet de mogelijkheid om over de redenen te gaan discussiëren.
o Je wilt iets van een ander
Voorbeeld: je wilt salarisverhoging. Draai er niet omheen en laat zeker niet je
gesprekspartner raden naar je wens.
- Waarom reageren mensen subassertief:
o Je wilt de ander niet kwetsen of bent bang om zelf gekwetst te worden
o Durft niet aan te geven dat je iets niet snapt
o Je hebt in je hoofd dat je iets goed moet maken.
- Waarom reageren mensen agressief:
o Je bent bang dat mensen over je heen zullen lopen
o Verwacht dat de ander geen rekening zal houden met jouw belang en voelt je daar
onzeker over > eigen belang te sterk benadrukken.
- Vier niveaus van assertiviteit:
o Niveau 0: weinig assertief
Lastig eigen grenzen aangeven
Communiceert niet duidelijk wat je vindt of wilt
, Kunt slecht negatieve feedback geven en positieve feedback ontvangen
OF
Kunt geen rekening houden met belangen van ander
Geeft ander geen ruimte voor communiceren over zijn eigen belang
Kunt slecht feedback geven en negatieve feedback ontvangen
o Niveau 1: reactieve of basis assertiviteit
Geeft eigen standpunten weer en geeft eigen grenzen aan
Komt uit voor je mening indien ernaar gevraagd wordt.
Maakt duidelijk wanneer je het niet eens bent met gesprekspartner
o Niveau 2: proactieve assertiviteit
Komt spontaan met eigen standpunten
Brengt gevoelige/ negatieve boodschappen op duidelijke en directe manier
Kunt luisteren naar tegenargumenten
o Niveau 3: assertief kunnen blijven in emotionele/ kritische situaties
Aanvaardt kritiek op je standpunt
Bespreekt meningsverschillen uit jezelf zonder conflict uit de weg te gaan
Gaat adequaat om met verbale agressie en provocaties
- Van niveau 0 naar 1: ontwikkelen van basisassertiviteit.
o Experimenteer met andere manier van communiceren.
- Van niveau 1 naar 2: van reactief naar actief assertief.
o Stel je gelijkwaardig op in gesprek, jouw houding bepaalt hoe de ander jou benadert
‘gedrag lokt uit’ > roos van leary
o Geef precies aan wat je wilt
o Communiceer ook met lichaamstaal
o Gebruik eventueel humor
o Je kunt ook ergens op terugkomen
- Van niveau 2 naar 3: ook assertief in lastige situaties
o Wees nieuwsgierig naar kritiek van een ander
o Gebruik roos van leary om gedrag van een ander positief te beïnvloeden
o Houd je hoofd koel onder lastige omstandigheden
- Ondersteunende competenties en vaardigheden:
o Luisteren
o Inlevingsvermogen
o Empathie
o Conflicten hanteren
o Stress hanteren
o Zelfvertrouwen
- IJsbergmodel van McClelland: vergelijkt cliënt met ijsberg.
o Boven waterlijn: topje van
ijsberg
o Onder waterlijn: grootste deel
van ijsberg, is niet zichtbaar
maar beïnvloed wel het gedrag.