Staop samenvatting P2
Grasple
Week 1
Statistiek wordt gezien als de wetenschap die zich bezighoudt met het verzamelen,
bewerken, interpreteren en presenteren van kwantitatieve gegevens
Soorten statistiek:
Beschrijvend staaf/ cirkeldiagram etc.
Inferentie het toetsen van beweringen
Kansberekening
Kwalitatief en kwantitatief
Waarom hebben we het?
Beweringen op juistheid kunnen beoordelen
Kwalitatief = letters (een verhaaltje)
Bijv. beroep, godsdienst en geslacht
Kwantitatief = getallen
Bijv. temperatuur, snelheid en gewicht
4 Meetniveaus:
= bepaalt of en op welke manier je kunt rekenen met je gegevens
Nominaal - enkele waarden
- losse categorieën
- kwalitatief
- kunt er niet mee rekenen
2 categorieën = dichotoom bijv. man/vrouw
Dummy’s je kunt meerdere antwoorden selecteren
Ordinaal - enkele waarden
- volgorde
- kwalitatief
Interval - ze zijn te tellen
- onderlinge stappen zijn gelijk
- geen absoluut nulpunt
- kwantitatief
Ratio - gelijke onderlinge stappen
- ze zijn te tellen
- absoluut nulpunt
- kwantitatief
- gelijke verhoudingen
Rensis Likert Likertschaal
De omzetting van een variabele gemeten op ordinaal niveau naar een interval niveau
Univariaat = 1 variabele
, Variabele: lengte (in meters)
Waarden: 1,80; 1,70; 1,60; 1,50
Frequenties: hoe vaak iets voor komt, 4x, 6x, 3x, 1x
Gemiddelde: alle waarden bij elkaar opgeteld (4x180 + 6x170 etc = 23,7 gedeeld door
het totaalaantal waarnemingen (14) = 1,69
Alles wat in een onderzoek gemeten, uitgevraagd of bijgehouden wordt = variabelen
Een dataset bevat informatie over alle participanten en alle variabelen
Centrummaten:
Gemiddelde Stap 1: tel alle waarden bij elkaar op
Stap 2: deel dat door het aantal waardes
∑( x)
Optellen (alle waarden) DUS: x=
n
Aantal waarden
x = waarde
= som
n = aantal waardes
u = gemiddelde
x met streepje = gemiddelde
Alleen bij interval niveau
Gemiddelde is erg gevoelig voor uitschieters
Modus meest voorkomende waarde
5,6,10,5,5,6,7,8,20,5,2,5
5 is hier dus de modus
Grasple
Week 1
Statistiek wordt gezien als de wetenschap die zich bezighoudt met het verzamelen,
bewerken, interpreteren en presenteren van kwantitatieve gegevens
Soorten statistiek:
Beschrijvend staaf/ cirkeldiagram etc.
Inferentie het toetsen van beweringen
Kansberekening
Kwalitatief en kwantitatief
Waarom hebben we het?
Beweringen op juistheid kunnen beoordelen
Kwalitatief = letters (een verhaaltje)
Bijv. beroep, godsdienst en geslacht
Kwantitatief = getallen
Bijv. temperatuur, snelheid en gewicht
4 Meetniveaus:
= bepaalt of en op welke manier je kunt rekenen met je gegevens
Nominaal - enkele waarden
- losse categorieën
- kwalitatief
- kunt er niet mee rekenen
2 categorieën = dichotoom bijv. man/vrouw
Dummy’s je kunt meerdere antwoorden selecteren
Ordinaal - enkele waarden
- volgorde
- kwalitatief
Interval - ze zijn te tellen
- onderlinge stappen zijn gelijk
- geen absoluut nulpunt
- kwantitatief
Ratio - gelijke onderlinge stappen
- ze zijn te tellen
- absoluut nulpunt
- kwantitatief
- gelijke verhoudingen
Rensis Likert Likertschaal
De omzetting van een variabele gemeten op ordinaal niveau naar een interval niveau
Univariaat = 1 variabele
, Variabele: lengte (in meters)
Waarden: 1,80; 1,70; 1,60; 1,50
Frequenties: hoe vaak iets voor komt, 4x, 6x, 3x, 1x
Gemiddelde: alle waarden bij elkaar opgeteld (4x180 + 6x170 etc = 23,7 gedeeld door
het totaalaantal waarnemingen (14) = 1,69
Alles wat in een onderzoek gemeten, uitgevraagd of bijgehouden wordt = variabelen
Een dataset bevat informatie over alle participanten en alle variabelen
Centrummaten:
Gemiddelde Stap 1: tel alle waarden bij elkaar op
Stap 2: deel dat door het aantal waardes
∑( x)
Optellen (alle waarden) DUS: x=
n
Aantal waarden
x = waarde
= som
n = aantal waardes
u = gemiddelde
x met streepje = gemiddelde
Alleen bij interval niveau
Gemiddelde is erg gevoelig voor uitschieters
Modus meest voorkomende waarde
5,6,10,5,5,6,7,8,20,5,2,5
5 is hier dus de modus